nieuws

‘Geef opgravingen plaats in landschap’

bouwbreed

Vinexlocaties rond Utrecht herbergen 236 archeologische vindplaatsen, zo blijkt uit een inventarisatie van het Regionaal Archeologisch Archiveringspo (het RAAP-Rapport). Dertig historisch interessante plekken moeten nader worden onderzocht en zes ke worden opgenomen in het landschap, de rest mag verdwijnen, zegt Saskia van Dockum, provinciaal archeoloog van Utrecht.

De locaties zijn geheim. Het RAAP-rapport mag niet worden geciteerd. “Publikatie hiervan kan tot gevolg hebben, dat mensen met metaaldetectoren in dit gebied gaan zoeken, waardoor archeologische informatie verloren gaat”, aldus een schriftelijke toelichting van het Bureau Stadsvernieuwing en Monumenten van de provincie Utrecht.

Van waar die belangstelling voor de streek rond de Domstad? Grootschalige bouwplannen, luidt het antwoord. “Door de moderne bouwtechnieken wordt de grond dusdanig omgewoeld dat het bodemarchief verloren gaat. Daarom is het nodig om nu er nog niet wordt gebouwd, te inventariseren wat er in de grond zit”, aldus provinciaal archeoloog Saskia van Dockum.

Vast staat dat slechts een klein deel van de vindplaatsen interessant genoeg is om te beschermen of de status van monument te geven. Uit angst dat schatgravers de archeologen voor zijn, geeft het Bureau Stadsvernieuwing en Monumenten slechts mondjesmaat informatie.

De provinciaal archeoloog wil niet nodeloos geheimzinnig doen over de vindplaatsen. In haar kantoorruimte bij de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort, toont ze foto’s en een plattegrond van de gemeente Vleuten-de Meern. Hier stond in de dertiende eeuw een kasteel: het huis te Vleuten. De fundamenten van de kasteeltoren zitten nog steeds in de grond.

Groenvoorzieningen

Het is een schoolvoorbeeld van een historische plek die, als het aan Van Dockum ligt, niet mag verdwijnen. “In nieuwe wijken komen groenvoorzieningen. Daarin kan zo’n archeologische vindplaats worden opgenomen. Zo maak je een stukje geschiedenis tastbaar voor de bewoners,” aldus de provinciaal archeoloog, die uit ervaring weet dat veel mensen geinteresseerd zijn in de geschiedenis van hun woonomgeving. Lang niet alle vondsten ke in het landschap worden opgenomen. Kruiken, potten, tegels, dakpannen en botten vormen de hoofdmoot van de opgravingen. Met tientallen tegelijk komen ze te voorschijn. De vondsten die dateren uit de periode vanaf de Late IJzertijd tot in de Middeleeuwen zullen in de toekomst, na te zijn onderzocht, een plaats krijgen in musea.

‘Aftichelen’

Het aantal interessante vindplaatsen had groter ke zijn als het gebied in vorige eeuwen niet was ‘afgeticheld’. Dit ‘aftichelen’ of ‘afvletten’ bestond uit het afgraven van klei, voor de fabricage van bakstenen en dakpannen. Tijdens de kleiwinning werd het bodemarchief overhoop gehaald en door elkaar gegooid. In ‘afgetichelde’ gebieden worden soms nog weleens potscherven gevonden, maar veel informatie levert dit niet op. Daarom ke de bouwers hier ongestoord hun gang gaan.

Dertig vindplaatsen rond Utrecht zijn, aldus Saskia van Dockum, zo interessant dat ze nader onderzocht moeten worden. Dit wil niet zeggen dat er geen bebouwing mag komen. “De keus is tussen behouden in het bodemarchief of opgraven”, aldus de provinciaal archeoloog.

Het aantal locaties dat niet mag worden aangetast blijft beperkt tot zes. Het gaat hierbij om de resten van het huis te Vleuten, grachten, wegen en tuinen die vroeger bij kastelen of landgoederen behoorden. Zij ke, aldus Van Dockum, gemakkelijk in het landschap worden opgenomen. De provinciaal archeoloog heeft goede hoop dat de plannenmakers willen meewerken.Haar wijsvinger glijdt over een kronkelige grijze streep op een plattegrond. “Hier liep in de middeleeuwen een weg. Het stratenplan van een nieuwe woonwijk kan zo worden ontworpen dat de weg hierin wordt opgenomen”, betoogt ze. “Als ergens een parkje wordt aangelegd dan kan dat op de plaats waar in het verleden een kasteeltuin lag. De tuin kan opnieuw worden ingericht en eventueel kan zelfs de slotgracht worden hersteld. Het archeologisch materiaal gaat niet verloren. Sterker nog iedereen heeft er zo wat aan.”

De plaats waar ooit het Huis te Vleuten stond moet in het landschap worden opgenomen.

Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels