nieuws

Vereniging FME ‘woekert’ met CBS- en EIB cijfers: ‘Steeds meer bedrijven zien nut van prognoses’

bouwbreed

Het gaat nog niet goed met de utiliteitsbouw. In het eerste kwartaal van dit jaar liep de bouwvergunningenuitgifte met vijfprocent terug. De kantorensector doet het daarentegen iets beter. Maar echt licht aan het uiteinde van de tunnel ontbreekt nog. Door het bestuderen en combineren van cijfers kan echter in een vroegtijdig stadium een definitief herstel worden gesignaleerd, waarop de bedrijfstak direct kan inspelen.

Cijfers en statistieken zijn voor een leek vaak moeilijk te doorgronden, maar bij vooral de grotere bedrijven zie je daar toch een kentering komen. Op cijfers en prognoses kan en moet je tegenwoordig het beleid maken.”

Drs.J.J.Blok van de vereniging van ondernemingen in de metaal-elektronica- en elektronische industrie en aanverwante sectoren, VerenigingFME, weet waar hij over praat. Werkzaam bij het Stafbureau Economie en Techniek houdt hij zich bezig met het ‘vertalen’ van cijfers voor de bedrijfstak.

Studie

In dit kader heeft hij onlangs een studie gepresenteerd, waarin prognoses met betrekking tot de bouw van fabrieken en hallen worden gekoppeld aan de afgifte van bouwvergunningen.

“Je kunt stellen”, verduidelijkt Blok, “dat ik de bekende getallen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) heb verfijnd.”

De reden voor deze studie f. zo benadrukt hijf. is dat veel bedrijven uit de ‘metalektro-industrie’ produkten en gebouwonderdelen voor de bouw van fabrieken en produktiehallen leveren. “Zij zijn er dus ook bij gebaat als de bedrijven weten hoe het in de toekomst met die sector gaat.”

Bezettingsgraad

In de samenvatting en conclusies van de studie wordt gesteld dat f. voor wat betreft de bouw van fabriekenf. de combinatie produktievolume enerzijds en de bezettingsgraad anderzijds een aardige graadmeter kan zijn.

“Loopt de produktie zo sterk op dat de bezettingsgraad ook stijgt dan neemt de bouw van fabrieken toe. Maar gaat de bezettingsgraad eenmaal dalen, ook al blijft de produktie stijgen, dan loopt de nieuwbouw van fabrieken toch terug. Zodra de produktie met ongeveer drie procent stijgt, heeft dat direct zijn uitwerking op eventuele nieuwbouw- of uitbreidingsplannen van de onderneming.”

Voor wat betreft de bouw en uitbreiding van hallen en loodsen blijkt dit volgens Blok “mee te golven” met mutaties in het produktievolume. “Grotere produktie schept kennelijk meer behoefte aan opslagruimte voor grondstoffen en eindprodukt.”

Veranderingen

Veranderingen in de nieuwbouw van kantoren door opdrachtgevers uit industrie lopen parallel met het produktievolume. “De connectie”, zo stelt Blok in zijn studie, “loopt waarschijnlijk als volgt: meer produktie, meer administratieve afhandeling, dus meer kantoormedewerkers en dus ook behoefte aan meer m2 aan kantorenoppervlak.”

De opmerking dat een dergelijke conclusie wel erg veel op de spreekwoordelijke open deur lijkt, doet Blok begrijpend knikken. “Maar, het gaat er om dat nu de schommelingen inzichtelijk ke worden gemaakt. Het EIB en het CBS geven zeg maar de globale cijfers. Door ze te verfijnen f. nog even net met iets meer te vergelijkenf. krijg je specifiek voor onze bedrijfstak een aardige prognose.”

Blok verwerkt de cijfers voor de sector en publiceert ze in het regelmatig verschijnende Bouw Bulletin. Deze nieuwsbrief van de Vereniging FME vindt volgens Blok behoorlijk aftrek bij de leden. “Het is duidelijk”, zo weet hij, “dat het voor een onderneming, zeker in de metaalelektro-industrie van belang is om materiaalvoorraden af te ke stemmen. Door goed onderbouwde cijfers weten zij wat hen te wachten staat en kan vrij snel actieworden ondernomen.”

Als voorbeeld geeft hij de constatering dat het in de bouw van hallen slechter gaat, maar tegelijkertijd blijkt de realisering van fabrieken in de lift te zitten. “Ondernemers ke daarop inspringen door hun materialen daar snel op af te stemmen, en zo dus een graantje meepikken van die schommelingen.”

Signaal

In de ogen van Blok moeten de verfijnafstemmingen dan ook vooral als een signaal worden gezien. “Niets meer en niets minder. Maar ik zie wel dat het nut van het gebruik en het voordeel ervan in steeds meer bedrijven doordringt. Dat vind ik wel een goede zaak.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels