nieuws

Schoonheid van pompeuze Stalinistische architectuur

bouwbreed

‘Tyrannei des Schonen – Architektur der Stalin-Zeit’ is de titel van een expositie die nog tot 17 juli in het Osterreichisches Museum fur angewandte Kunst in Wenen te zien is. Gelijktijdig verscheen een boek dat achtergronden van deze architectuurperiode beschrijft en uitstekend in full color de veelal pompeuze Stalinistische architectuur laat zien. Tot voor kort was de belangstelling voor architectuur en beeldende kunst in Rusland vooral toegespitst op de Russische periode van het Nieuwe Bouwen, het constructivisme. Belangrijke tentoonstellingen als ‘De grote utopie’, een overzicht van Tschernichow en de Russische avantgarde deden musea in de Randstad aan.

In Wenen leidde dat tot een vervolgtentoonstelling over de periode als reactie op de moderne periode. Onder Stalin werd het stuur in de jaren dertig definitief omgegooid. Deze ‘kameraad’ maakte grote indruk op de architectenwereld van Moskou, waar hij met verve nieuwe opvattingen verkondigde voor architectuur en stedebouw. In april 1936 publiceerde het tijdschrift van de Russische architectenbond een aantal zeg maar ‘getuigenissen’ van betrokkenen die hoog opgaven van de nieuwe inzichten. Opmerkelijk is daarbij dat vooral architect Konstantin Melnikov er flink van langs kreeg. Zijn eigen woning met cilindrische bouwvolumen was formalistisch, gebaseerd op heftige gevoelens en knaleffecten. Kortom de ontwerper had zich schuldig gemaakt aan extreem uitgevallen originaliteit.

Minder duidelijk is in een reeks in het boek opgenomen vertalingen van dit vuurwerk van ideologisch gevoede architectuurkritiek, wat men nu wel precies als ideaal zag. Maar dat kwam wel tot uitdrukking in bijvoorbeeld een reeks uiteenlopende metrostations. Het bleek heel belangrijk om de diep onder de grond liggende situering van dit massavervoer te ontkennen met overdadig uitgemonsterde perron en toegangen. Daar moesten kunstenaars hun bijdragen aan leveren en was ook het vakmanschap van traditionele handwerkslieden nadrukkelijk aanwezig. Zo vormde de stations een afspiegeling van de rijkdom van het proletariaat dat zich doelbewust onderscheidde van gebruikelijke bouwwerken in de stad. Het lijkt een democratischer opvatting dan de machtwellust die sprak uit Speers werk in opdracht van Hitler voor bijvoorbeeld Berlijn als wereldhoofdstad.

Ook boven de grond ontstonden ‘prachtige’ ontwerpen. Stedebouwkundig en architectonisch ging Moskou op de schop, op papier overigens aanzienlijk verder dan in de praktijk, al sneuvelde er monumenten voor de nieuwe plannen. Hoogbouw en representatieve overheidsgebouwen riepen op papier een nieuw architectuurparadijs op, waarin het paleis voor de sovjets een hoogtepunt had moeten vormen, met enorme vergaderruimten voor een groot publiek.

Een reeks van prijsvragen leidde het ontwerp in. In 1931 begon het in een openbare prijsvraag met 160 inzendingen, waarvan er 24 uit het buitenland kwamen, vaak van zeer invloedrijke moderne architecten. In twee gesloten vervolgrondes veranderen de het prijsvraagprogramma en kwam de nadruk te liggen op een ‘monolithisch complex’ met een forse toren. Het ontwerp van architect B.M. Iofan kreeg de eerste prijs en werd de periode na 1933 uitgangspunt voor het definitieve ontwerp, waarvoor men ook aan de funderingswerkzaamheden is begonnen.

Het torenontwerp was aanvankelijk van een fors uitgevallen arbeidersbeeld van circa vijftig meter hoog voorzien, maar in de uitwerkingsfase gaf men de voorkeur aan een beeld van Lenin. In de eindversie was het een 100 meter hoog beeld waarvan de opgestoken vinger zich 415 meter boven de omgeving verhief.

Uniek in het boek zijn de talrijke afbeeldingen die het ontwerpproces laat zien, compleet met uitgewerkte interieurtekeningen die zijn ingekleurd. Het vormt het spectaculairste onderdeel van een periode die nu definitief tot het verleden blijkt te behoren. Maar een echt helder beeld van de doelstellingen is onderwerp van verdere studie.

WVH

‘Tyrannei des Schonen – Architektur der Stalin-Zeit’ onder redactie van P. Noever. Uitgave: Prestel Verlag, Munchen 1994. Importeur Nilsson en Lamm, Weesp. Formaat: 24 x 31 cm, 256 blz. ISBN: 3 7913 1340 1. Prijs: (gebonden) f. 166,30.

Een late variant van het interieur van het Palast der Sovjets in Moskou uit 1940 van architect B.M. Iofan en een team samenwerkende ontwerpers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels