nieuws

RUL betaalt f. 1,8 mln voor verwerven Annex

bouwbreed

De Rijksuniversiteit Leiden (RUL) is juridisch eigenaar geworden van het onvoltooide Annex-complex. Aan bouwbedrijf De Kempen BV te Rijsbergen is f. 1,8 miljoen betaald ter overneming van het recht van retentie op het gebouw. Het geld is gebruikt voor genoegdoening van gedupeerde onderaannemers. Technische gegevens heeft de RUL niet gekregen.

De onderhandelingen f. tussen de advocaten van beide partijenf. over het overnemen van het recht van retentie zijn overigens uiterst moeizaam verlopen. Dat lag met name aan de opstelling van de universiteit. Die wilde in eerste instantie niet verder gaan dan betaling van f. 1,5 miljoen.

De Kempen BV had echter aan openstaande facturen terzake de bouw van de Annex nog een bedrag van circa f. 2,1 miljoen te vorderen. Voor directeur J. Denier was het bod van de universiteit dan ook “volstrekt ontoereikend”.

De RUL baseerde zich onder meer op een door bureau Bouwkosten Management te Hoofddorp uitgevoerde taxatie van de Annex. Dat leverde een executiewaarde op van f. 840000 en een waarde voor verkoop aan derden van f. 1,2 miljoen.

Tegen-taxatie

Denier plaatste echter vraagtekens bij de deskundigheid van het Hoofddorpse bureau en schakelde op zijn beurt het Haagse bureau Frisia in. Officieel beedigde taxateurs keerden het onvoltooide bouwsel in Leiden binnenste buiten en kwamen tenslotte uit op een executiewaarde van f. 1,8 miljoen, een onderhandse verkoopwaarde bij aankoop door derden van f. 2,5 miljoen en een onderhandse verkoopwaarde bij aankoop door de RUL van f. 3,3 miljoen. Dat laatste was volledig in overeenstemming met de uitkomst van een eerdere taxatie van twee onafhankelijke rijkstaxtateurs.

Denier was uitsluitend bereid om het recht van retentie over te doen aan de RUL voor een bedrag van minimaal de door Frisia berekende executiewaarde, al deed hij dat dan “met de grootst mogelijke moeite”.

Immers, hij zou dan nog altijd flink toeleggen op zijn vordering.

Vorige week besloot de RUL tenslotte in te stemmen met het bedrag van f. 1,8 miljoen. Na het vrijkomen van het geld heeft het bouwbedrijf de bank opdracht gegeven de gedupeerde onderaannemers, die hem steeds door dik en dun gesteund hebben in de Annex-affaire, te betalen. Die kregen allemaal 90 procent van hun vordering, plus de eerder door hen betaalde kosten voor inschakeling van een advocaat. Dat was conform binnen de groep met elkaar gemaakte afspraken.

Volledige genoegdoening was niet haalbaar. Dat zou alleen gekund hebben als de RUL f. 2,1 miljoen had betaald. Leverden onderaannemers 10 procent in, het Rijsbergense bouwbedrijf moest zelf het grootste verlies op het Leidse bouwpo nemen. Volgens directeur Denier legt hij daarop al met al f. 235000 toe.

Afbouwen

Een woordvoerder van de RUL laat weten dat het de bedoeling is om de Annex nu zo spoedig mogelijk af te bouwen. Maar dat zal volgens Denier niet zo eenvoudig zijn. Want alle technische gegevens berusten bij bouwbedrijf De Kempen BV. En die zijn geen onderdeel geweest van de transactie met de RUL.

“Het meest logisch zou dan ook zijn dat wij, samen met de gedupeerde onderaannemers, opdracht krijgen het karwei af te maken. Ook moreel gezien zou dat eigenlijk moeten gebeuren”, aldus Denier.

Hij heeft inmiddels in een brief aan drs. J.A. Waldus, lid van het college van bestuur, met klem gepleit de afbouw te gunnen aan de groep gedupeerde bedrijven.

De RUL-woordvoerder laat weten dat Bouwkosten Management opdracht heeft gekregen te inventariseren wat er nog aan werkzaamheden moet worden verricht. “Die zullen dan vervolgens op de voor de bouw gebruikelijke procedure worden aanbesteed”, deelt hij mee.

Dat de RUL geen technische gegevens van het po heeft ontkent hij: “We beschikken over het bestek. Dat bevat alle noodzakelijke informatie.”

Lees verder pagina 3 p

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels