nieuws

Proefproces over duur van bestemmingsplan

bouwbreed

Normaal gesproken moet een bestemmingsplan voor een gebied een planologische regeling inhouden voor een periode van tien jaar. Dat is wettelijk vastgelegd. Naar aanleiding van een kwestie rond het bestemmingsplan ’t Orleans van de gemeente Sliedrecht wordt nu bekeken of de planologen in sommige gevallen niet verder dan tien jaar vooruit moeten kijken: bijvoorbeeld wel vijftig jaar. De Raad van State zal hierover een eindoordeel geven.

De kwestie kwam ter sprake tijdens een hoorzitting bij de Raad van State. Het bestemmingsplan ’t Orleans heeft betrekking op het gebied aan de zuidoostkant van Sliedrecht. Het strekt er met name toe de uitbreiding van woonbebouwing en de aanleg van een woonwagencentrum voor zeven woonwagens mogelijk te maken.

In juni 1992 leverde de gemeenteraad het bestemmingsplan af. In februari 1993 keurden gedeputeerde staten (GS) van Zuid-Holland een deeltje van het bestemmingsplan af. Tegen het besluit van GS hebben de gemeentebestuurders vervolgens Kroonberoep ingesteld bij de Raad van State in Den Haag.

Dijkverzwaring

Het geschil tussen GS en de gemeentebestuurders heeft te maken met de dijk langs de Merwede, die het plangebied aan de zuidkant begrenst. De dijk wordt nu in het kader van de Deltawet verzwaard. Er is gekozen voor een binnendijkse dijkverzwaring. Het gemeentebestuur is blij dat de dijkverzwaring nu eindelijk aan snee is. Er is twintig jaar over het juiste trace gesproken. Aan een nieuwe discussie over dijkverzwaring moet het gemeentebestuur even niet denken.

GS en het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard vinden dat de gemeentebestuurders dat wel moeten doen. Het zou namelijk best ke dat vanwege de rijzing van de zeespiegel over vijftig jaar een nieuwe dijkverzwaring noodzakelijk blijkt te zijn. Om tegen de tijd niet allerlei bebouwing te hoeven afbreken, zou nu al rekening gehouden moeten worden met de situatie over vijftig jaar.

Concreet betekent het dat in het bestemmingsplan ’t Orleans de gevelrooilijn voor de bebouwing langs de dijk twee en een halve meter verder naar achteren zou moeten worden getekend dan de gemeente nu in het bestemmingsplan heeft aangegeven. De gemeente vindt dat onzin. Daardoor zou de bebouwing langs de dijk veel te veel gaan verspringen. Dat zou geen gezicht zijn. De oude bebouwing grenst immers aan de nu aangegeven gevelrooilijn. Over vijftig jaar zien we wel weer, vindt het gemeentebestuur. De adviseur van de Raad van State geeft de gemeente gelijk. Hij vindt dat er geen zaken geregeld ke worden voor zo lang na de wettelijk vastgestelde planperiode van tien jaar. Bij de Raad van State pleegt men veel waarde te hechten aan de opvattingen van de adviseur. Over een aantal weken wordt in deze kwestie en kroonbeschikking bij de Raad van State ter inzage gelegd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels