nieuws

Een baron vecht voor zijn kasteel

bouwbreed

Thierry baron van Zuylen van Nijenvelt van kasteel Haarzuilens wil niets meer met de gemeente Vleuten/De Meern te maken hebben. Hij stelt voor zijn landgoed via een grenscorrectie bij de gemeente Harmelen in te delen. Zo denkt hij de oprukkende stad beter te ke bestrijden. Baron van Zuylen van Nijenvelt, die overigens het grootste deel van het jaar in Frankrijk woont, ziet de uitbreiding van Vleuten/de Meern met twintig tot dertigduizend huizen als een bedreiging van zijn landgoed. Niet dat hij dat met een ‘verhuizing’ naar Harmelen kan voorkomen, maar het zou in elk geval wel een gebaar van protest zijn.

Wie in vroeger eeuwen zo’n kasteel of burcht bezat, was machtig en men zegt dat Floris V om zijn grafelijke autoriteit te handhaven in ons land op tal van plaatsen zijn eigen kastelen heeft gehad. De kastelen van voor de tachtigjarige oorlog hebben alle min of meer hetzelfde karakter van vesting en er is maar weinig verschil in bouwstijl te onderkennen.

De Gouden Eeuw nam reconstructie van verwaarloosde gebouwen ter hand. Vele kastelen werden toen f. en ook nu nog welf. in de achttiende eeuw gerestaureerd, verbouwd, uitgebreid en zo komt het voor dat wij nu nog vaak aan eenzelfde bouwwerk verschillende stijlen ontdekken.Eenheid van stijl onderscheidt men bij kastelen die in de tweede helft van de negentiende eeuw of nog later zijn gerestaureerd. Een mooi voorbeeld is kasteel De Haar te Haarzuilens, twaalf kilometer ten westen van Utrecht bij Vleuten. Dit kasteel komt al voor op de in 1536 door de Staten van Utrecht opgestelde lijst van Ridderhofsteden. Om Ridderhofstad te mogen zijn diende onder meer het huis omgeven te zijn door een gracht en moest een ophaalbare brug hebben. De Haar heeft deze voorzieningen en nog veel meer. Zoals met zovele kastelen in ons land werd dit buitenverblijf in 1672 tijdens de toen woedende oorlog geheel verwoest.

Alleen de fundamenten bleven gespaard. Daarop liet de toenmalige eigenaar Etienne baron van Zuylen van de Haar in 1892 een nieuw kasteel bouwen. Dit gebeurde door niemand minder dan architect dr.P.J.H.Cuypers (1827-1921), bouwmeester van het Rijksmuseum (1885) en het Centraal Station (1889) in Amsterdam. Zijn leidend beginsel was dat ‘bouwkunst in de eerste plaats constructie en in de tweede plaats versiering’ was. Daarbij greep hij terug op de oude gotische bouwwijze. In een tijd van stijlnabootsing was hij met deze fundamentele begrippen baanbrekend. Nu is kasteel De Haar men zijn machtige verdedigingstorens een van de grootste van Nederland. Het ontleent zijn benaming ‘haar’ voor een stuk land dat hoger is gelegen dan het omringende gebied. De ‘haar’ bij Vleuten is een hogere plek in een bocht van de oude hoofdloop van de Rijn.

Een grachtenstelsel, ophaalbruggen en versterkte poorten zorgen er voor dat het kasteel hermetisch van de buitenwereld kan worden afgesloten. Het kasteel bezit als enige in ons land houten weergangen. Dit zijn aan de buitenkant van de burchtmuren en torens bevestigde schuttersgangen.

De opdrachtgever en zijn echtgenote Helene Caroline Betsy, barones de Rothschild, reisden stad en land af om een ongelooflijke hoeveelheid kostbaar antiek te verzamelen, want zo’n kasteel moet toch ook worden aangekleed. De baron, die aan de Franse Riviera woont, vindt het wel leuk om een keer per jaar vrienden en kennissen te ke uitnodigen in een Nederlands kasteel, waar zijn familie vandaan komt. Alles bij elkaar mocht het ‘vakantiehuisje’ wel een paar centen kosten, want hij was tenslotte met een Rothschild getrouwd.

Rondom het kasteel werd een weelderig park aangelegd, waarvoor het dorp Haarzuilens een paar kilometer moest worden verplaatst. De begane grond – de hoofdverdieping van het kasteel – is voor het publiek op aanvraag opengesteld. In de binnenhof en de zalen bevinden zich gebrandschilderde ramen, schilderijen, antieke meubelstukken, porselein en een zeldzame collectie Vlaamse wandtapijten uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels