nieuws

Bouwbedrijven letten op het milieu ‘omdat het moet’

bouwbreed

Bij de bouwbedrijven heerst een ‘moet-cultuur’. Ondernemingen tonen zelden eigen initiatief om milieumaatregelen in praktijk te brengen. Milieu-initiatieven richten zich vaak op het niveau van het eigen bedrijf en niet op dat van de bedrijfstak. Aannemers wachten vaak tot de opdrachtgever of de overheid een maatregel oplegt. Vooral bij uitbreidingen van toepassingen van organisatorische instrumenten wachten bouwbedrijven op een verplichting van de overheid.

Ir. B. Bossink van de faculteit Technische Bedrijfskunde van de Universiteit Twente stelt in het onderzoek ‘Milieuzorg bij bouwbedrijven’ dat het initiatief voor toepassing van een technisch of organisatorisch instrument zelden van de architect of de aannemer komt maar vaker van de overheid of de opdrachtgever. De richtlijnen die de overheid uitgeeft zijn niet altijd per gemeente dezelfde. Bij het bouwbedrijf ontstaat daardoor verwarring.

Ook anderszins ondervindt de combinatie van bouwen en milieu hinder. Te denken valt bijvoorbeeld aan de vaak grote afstand tussen de ontwerp- en fabricagefunctie in de bouw die een milieugerichte ontwikkeling van bouwcomponenten en gebouwde objecten belemmert. Tussen de deelnemers aan het bouwproces ontstaat nauwelijks uitwisseling van informatie. De ontwerpers krijgen geen systematisch overzicht van de milieu-effecten die een produkt veroorzaakt. Voorts ontbreken de voorwaarden om de uitwisseling van kennis en ervaring te bevorderen.

Verantwoordelijkheid

Bouwbedrijven worden als laatste schakel in de keten van deelnemers aan het bouwproces geconfronteerd met de positieve en negatieve milieugevolgen van de activiteiten in de voorgaande fasen van het bouwpo. Daarmee worden de aannemers afhankelijk van de andere deelnemers maar hebben volgens Bossink ook een eigen verantwoordelijkheid in het opzetten van milieusparende initiatieven.

In volgorde van belang komt scheiding van bouwafval op de bouwplaats het meest voor. Daarna volgen het toepassen van dakoverstekken, hergebruik van bouw- en sloopafval, afzien van tropisch hardhout en het aanbrengen van veel glas op het zuiden en van weinig op het noorden. Beduidend minder aandacht krijgt de plaatsing van sanitair en installaties op het noorden en de inrichting van gebruiksruimtes op het zuiden.

Weinig aandacht

Hetzelfde geldt voor het gebruik van milieusparende verf en van milieuclassificaties voor bouwmaterialen. Eveneens weinig aan de orde komt de realisatie van een grote spouw met isolatie, het aanwenden van een milieuhandboek en het vermijden van pvc, zink, lood, pur, lijm en kit.

Op het gebied van de organisatie bestaat er volgens Bossink relatief veel aandacht voor het werken in bouwteamverband. Het personeel wordt eveneens redelijk vaak ingelicht over milieuzorg.

Belangstelling bestaat er verder voor subsidies op HR-ketels en voor het opnemen van milieu-eisen in het programma van eisen en het bestek. Verder wordt met enige regelmaat ook betrokkenheid van de aannemer bij het bestek gevraagd. Minder interesse doet zich voor rond het inventariseren van reacties van gebruikers en voor een milieusupervisor van de gemeente. Klein is ook de belangstelling voor een benadering op basis van de levenscycluskosten, voor bedrijfsinterne milieuzorg en voor het publiceren van een milieujaarverslag. Hetzelfde geldt voor overeenkomsten met gemeentes, opdrachtgevers, corporaties en aannemers en voor het aanstellen van een milieufunctionaris.

Hergebruik sloopafval

Naar Bossink verwacht zullen hergebruik van bouw- en sloopafval, het gebruik van milieuclassificaties en van milieusparende verf in de komende jaren aan belang winnen. In iets mindere mate zal dat gelden voor de scheiding van afval op de bouwplaats en voor het vermijden van tropisch hardhout. Op organisatorisch gebied valt en een stijging te verwachten in de publikatie van milieujaarverslagen en aan bedrijfsinterne zorgsystemen voor het milieu.

Over het geheel genomen zal de stijging zich vooral voordoen in de categorie technische instrumenten en in beduidend mindere mate in die van de organisatorische instrumenten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels