nieuws

Achterban is het wachten op ‘Baarn’ beu NVOB-afdelingen nemen arbo-heft in eigen handen

bouwbreed

Het landelijk NVOB heeft ten aanzien van de arbo-dienstverlening te lang een afwachtende houding aangenomen, terwijl de informatieverstrekking naar de leden uiterst gebrekkig was. Die factoren brengen steeds meer afdelingen ertoe het heft in eigen handen te nemen om zo te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de nieuwe regelgeving op gebied van ziekteverzuim en arbeidsomstandigheden.

Deze kritiek valt steeds vaker te beluisteren bij de achterban van het NVOB. Besloten eerder al de afdelingen Brabant-Oost en Helmond niet langer te wachten op een mogelijk vanuit de bedrijfstak aan te reiken instrumentarium en in zee te gaan met Arboned van het GAK, de afdeling Den Bosch en Omstreken (met medewerking van de afdelingen Brabant-Noord en Oss/Veghel) ging een stapje verder door de oprichting van een eigen organisatie: de Stichting Arbodienst Bouw Zuid-Nederland (ABZN).

En volgens voorzitter L.J. Hoedemakers van de Bossche afdeling staan er meer afdelingen in het land op het punt soortgelijke initiatieven te ontplooien. Hij wijt dat met name aan de volstrekte passiviteit die sociale partners tot nu toe ten toon hebben gespreid om op het niveau van de bedrijfstak te komen tot heldere en werkbare afspraken over de arbo-dienstverlening in de bouw.

Geen daadkracht

“Als cao-partijen vorig jaar daadkrachtig een besluit genomen zouden hebben, was het nooit tot initiatieven van NVOB-afdelingen gekomen. Maar door het uitblijven van besluitvorming en met in het achterhoofd de vrees voor het ontstaan van wild west-toestanden vanwege de marktwerking, zijn wij in Den Bosch op het idee gekomen een eigen arbo-dienst op te richten. Juist vanuit de verplichting die we als afdeling hebben in belangenbehartiging voor de leden”, verklaart hij.

In dit verband verwijt hij het landelijk NVOB de zaak (eveneens) te lang op zijn beloop te hebben gelaten. “Pas op 8 juni van dit jaar kwam er een mededeling vanuit Baarn dat sociale partners in een vergevorderd stadium zijn met het optuigen van een Stichting Arbodienstverlening Bouw. Rijkelijk, zo niet veel te laat. Onder verwijzing naar de te verwachten landelijke structuur werd ons ontraden een eigen arbo-dienst op te richten. Maar mijn aard is nogal ongeduldig.

Vandaar dat we doorgegaan zijn met het varen van een eigen koers, met name om de leden behulpzaam te zijn bij het voldoen aan de nieuwe wettelijke verplichtingen”, constateert Hoedemakers.

Geen heil

In de nieuwe landelijke stichting f. overigens formeel nog steeds niet van de grond gekomen (over daadkracht gesproken)f. ziet hij eigenlijk weinig heil: “Die gaat bouwbedrijven adviseren bij het kiezen van een arbo-dienst. Nou, die taak hadden sociale partners net zo goed bij het SFB ke laten liggen. Maar belangrijker is nog, dat dit initiatief in strijd is met de wet. Daarin staat namelijk onomwonden dat de verantwoordelijkheid voor het beleid op gebied van ziekteverzuim en arbeidsomstandigheden bij de individuele werkgever ligt.”

“Die moet de markt op om een arbo-dienst te zoeken. Daar barst het inmiddels van. Maar de vraag is of al die nieuw opgerichte arbo-diensten kennis van de bouw in huis hebben. Om onze leden te beschermen tegen mogelijke wildgroei en hen te verzekeren van adequate arbo-zorg, hebben we besloten een eigen arbo-dienst in te stellen. Onze lidbedrijven zijn er dan van verzekerd dat ze een deskundige, op de bouw toegesneden dienst in huis halen.”

Kartelvorming

Eerder al meldde Cobouw dat cao-partijen de BGD’en hebben aangewezen als de arbo-diensten voor de bouwbedrijven.

Bij de ABZN betichten ze sociale partners van kartelvorming en concurrentievervalsing, door uitsluitend de BGD’en via de Stichting Arbodienstverlening Bouw met bedrijfstakgelden te subsidieren. Volgens de ABZN moet elke arbo-dienst, waarvan een bouwbedrijf gebruik maakt, in principe voor subsidie in aanmerking komen.

Zie ook pagina 3

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels