nieuws

Vraag naar secundair materiaal moet stijgen

bouwbreed

De vraag naar verkorreld metselwerk- en betonpuin moet worden gestimuleerd. Op die manier blijft het systeem van scheiden, gescheiden afvoeren, breken en bewerken van dit bouw- en sloopafval in stand.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wijst de leden erop de toepassing van bewerkt puin verplicht te stellen in de gevallen waarin de gemeente de opdracht verstrekt. Een kwaliteitsborgsysteem zoals de SKK hanteert voor de zogeheten Korrelmix neemt de onzekerheid omtrent kwaliteit en eventuele risico’s bij (toekomstige) opdrachtgevers weg.

De Modelbouwverordening 1992 van de VNG geeft volgens de heer M. Koole aan op welke manier met bouw- en sloopafval moet worden omgegaan. Op een bijeenkomst in Rotterdam legde de beleidsmedewerker bouw van de VNG uit dat scheiden bij de bron alleen bij selectief slopen lukt.

B en W geven een sloopvergunning af waarin staat in hoeveel en in welke fracties het afkomend materiaal moet worden gescheiden. Nederland telt voldoende verspreid liggende puinbrekers zodat de sloopvergunning altijd voorschrijft steenachtige materialen naar deze inrichtingen af te voeren. De VNG overweegt uitbreiding van het aantal op de bouw- of sloopplaats verplicht te scheiden fracties.

Certificaat

De bouwverordening kent volgens Koole geen regels over de keuze van de sloopaannemer. De belangenvereniging Babex van deze bedrijven werkt inmiddels aan een systeem voor procescertificering. De VNG sluit daar op aan door de leden te wijzen op deze ontwikkeling.

Discussie doet zich nog voor over het verplicht stellen van een (proces)certificaat in de bouwverordening. Een dergelijk voorschrift mag niet in strijd zijn met de Europese regels omtrent mededinging en dus geen bescherming van de bedrijfstak inhouden.

De Zuidhollandse gedeputeerde ir. J. van der Vlist noemde de interprovinciale verschillen een groot probleem bij de toepassing van secundaire grondstoffen. Zo staat Zuid-Holland onder bepaalde voorwaarden het gebruik van zeefzand toe terwijl elders hetzelfde materiaal zonder meer kan worden gebruikt.

Sinds het begin van dit jaar werkt de IPO-pogroep Interimbeleid aan het gelijktrekken van het provinciale beleid inzake secundaire grondstoffen. Uitgangspunt blijft evenwel het Bouwbesluit. Naar verwachting kan dit interprovinciale beleid na de zomer worden vastgesteld.

Tegenstrijdig

De intensievere samenwerking tussen de randstadprovincies leidde eerder tot een onderzoek naar de mogelijkheid tot uniformering van de acceptatienormen bij de eindverwerkers. Het gaat hier tegelijkertijd om afzetnormen voor bewerkers. Van der Vlist noemde het vreemd dat dat in vergunningen en/of stortreglementen nog steeds per provincie en zelfs per regio diverse specifieke en soms tegenstrijdige leveringsvoorwaarden worden opgelegd.

Dit Randstadpo moet mettertijd uitgroeien tot IPO-po. Het IPO-po A68 gaat in op de bepalingen voor acceptatie, registratie en afzetvoorwaarden bij bewerkers van bouw- en sloopafval. De voorschriften in de modelvergunning moeten leiden tot een hergebruik van zo’n 90 procent.

Een zekere flexibiliteit is hierbij noodzakelijk. Zo wordt onder meer verwezen naar een systeem voor kwaliteitsborging dat Gedeputeerde Staten moeten vaststellen danwel goedkeuren. Dit college hanteert daarbij de SKK-Milieuparagraaf als voorbeeld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels