nieuws

Regioverdeling woningcategorieen

bouwbreed

Inclusief huur en koop kan de woningproduktie worden ingedeeld in negen categorieen. In dit artikeltje bezien we hoe de verhoudingen bij de in 1993 gereedgekomen woningen lagen in de vier landsdelen.

In 1993 werden er 83689 woningen opgeleverd. Daarvan stonden er 44% in het westen, 10% in het noorden en 23% in oost en zuid. Landelijk was tweederde een eigen woning; in het westen was dat echter maar 57%, in de andere landsdelen rond drie kwart. In het noorden werden nog geen vijftig premiehuur woningen gebouwd, in het westen waren dat er bijna 50 x zo veel, zodat tweederde van alle woningen in deze categorie in deze regio terecht zijn gekomen.

In bijgaande tabel zijn de absolute cijfers opgenomen per categorie in iedere regio. Omdat de grootste aantallen steeds in het westen voorkomen (behalve in de premie C huur waarvan er wat meer in het zuiden werden gebouwd), zullen we ons commentaar vooral richten op de relatieve verschillen, dus waarop in welke regio de accenten zijn gevallen of zelfs gelegd.

Noord

Van alle woningen die in het noorden werden gebouwd, was 75% een koopwoning; 62procentpunt daarvan was vrije sector. Sociale huur kwam tot een aandeel van 20%, sociale koop van 10%. In de overige categorieen werd zeer weinig gebouwd: ieder minder dan 4% van het totaal. Wie in het noorden een nieuwe woning mocht betrekken, kwam in 92% van de gevallen in een van deze drie categorieen terecht: sociale huur of koop, of vrije sector koop. Tegenover een aandeel van 10% in het totaal aantal woningen, viel -ondanks de soms geringe absolute aantallen- een accent (met 13%) op de premie C-huur, de vrije sector-huur en de vrije sector koop.

Oost

In het oosten was het resultaat niet veel anders. De drie belangrijkste sectoren bevatten in totaal 88% van alle woningen. Het aandeel van de huursectoren was hier twee procent groter. Ten opzichte van een aandeel van 23% in het landelijk totaal aantal woningen lag het accent in 1993 in het oosten op de sociale koopsector (24%), de vrije sector-huur (27%) en de vrije sector koop (26%).

West

In het westen lagen de accenten duidelijk anders. Hier werden 56% van alle sociale huurwoningen gebouwd, tegenover een aandeel van 44% in het totaal. Ook het aandeel van de premie- huur lag met 67% belangrijk boven het gemiddelde. Van de premie-C koop werd maar liefst 66% in deze regio gebouwd, anderhalf maal het aandeel in het totaal. Het aandeel van de huursector in het westen was met 43% het hoogste van alle regio’s; daarmee kwamen 56% van alle huurwoningen in deze regio terecht.

Zuid

In het zuiden, tenslotte, vielen eveneens de grootste aantallen in de sociale huursector (21% van het totaal aantal woningen in deze regio), de sociale koopsector (13%) en de vrije sector-koop (57%). Tegenover een aandeel in het landelijk totaal van 23%, valt in deze regio een accent op de Premie-A (26%), de Premie-C huur (39%), en de vrije sector koop (28%).

Al met al wijzen de cijfers per regio niet op een bouwbeleid, dat is toegespitst op het voldoen aan de marktvraag. Daarvoor zijn de aantallen van de Premie-A, de Premie-C (huur en koop) te laag, en is het aantal sociale huurwoningen in het westen wat aan de hoge kant en het aantal koopwoningen daar aan de lage kant. Het lijkt niet onwaarschijnlijk, dat de behoefte aan sociale huurwoningen in de regio’s buiten het westen groter is, dan het aandeel dat zij in 1993 in het totaal hebben gekregen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels