nieuws

Maatschappij krijgt met PPS meeste waar voor geld

bouwbreed

De markt voor infrastructuur in Europa kan geschat worden op 400 miljard ECU tot het jaar 2000. De maatschappij krijgt het meeste waar voor zijn geld als de poen worden gerealiseerd in enige vorm van publiek-private samenwerking (PPS).

Aannemers zijn immers als geen ander in staat bouwtijd en kosten te beheersen.

Dit viel op te maken uit de voordracht van J.A. Holleman, lid raad van bestuur van Ballast Nedam, op het internationale congres ‘European Market for Infrastructural Pos’ (EMIP ’94) in Rotterdam. Bij infrastructuur moet niet alleen gedacht worden aan beton, staal of asfalt dat bij de aanleg nodig is.

Het gaat naar zijn mening om Total Quality in de ruimste zin van het woord. Er moet een afstemming plaatsvinden tussen de wensen van het publiek en de mogelijkheden die de overheid heeft. Bij deze afstemming is kwaliteitszorg (Total Quality Management) onmisbaar rond de besluitvorming met al de maatstaven die daarbij worden aangelegd.

Tegenwoordig worden besluiten alleen genomen als is voldaan aan alle kwaliteitscriteria. De maatschappij eist daar een deel in op. Op topniveau worden weliswaar keuzen gemaakt en prioriteiten gesteld, maar er dient rekening gehouden te worden met wat alle betrokkenen willen. In het besluitvormingsproces moet een juist evenwicht worden gevonden tussen democratische processen en de voornemens. Brede acceptatie van de plannen is essentieel.

De eerste besluiten in het gehele proces van besluitvorming omtrent infrastructurele of stedelijke poen blijken vaak het belangrijkste. Ze worden namelijk vaak genomen onafhankelijk van degene die de kwaliteit bepalen tijdens de aanleg. Daar wringt volgens Holleman de schoen.

Holleman meent dat “we ons op een kruispunt van belangen bevinden” bij besluitvorming over infrastructurele poen. Er zijn aanzienlijke investeringen mee gemoeid. De invloed op de maatschappij van de infrastructurele poen en op het milieu vergoten de complexiteit van het besluitvormingsproces. Daarom neemt de tijd om tot verantwoorde besluiten te komen enorm toe.

‘Bottleneck’

Tezelfdertijd moet de ontwikkeling van infrastructurele poen worden versneld om de achterstand die daarin is opgelopen weer goed te maken. Een goede infrastructuur is ,naar Holleman meent, essentieel voor de gemeenschappelijke geest in Europa. Infrastructuur en stedelijke ontwikkelingen moeten hand in hand gaan. Vastgesteld kan worden dat infrastructuur tegenwoordig echter de ‘bottleneck’.

Voor het realiseren van infrastructurele poen toonde Holleman zich voorstander van ‘public-private partnerships’ en vergelijkbare vormen van samenwerking. Dit om ervoor te zorgen dat de overheid f. het publiek dus f. zoveel mogelijk waar voor zijn geld krijgt.

Want, zo viel uit zijn lezing op te maken, de Europees opererende aannemers zijn gewend met risico’s om te gaan en ervaren in het leiden van complexe poen. Dit alles met de doelstelling de bouwtijd te verkleinen en de kosten te verlagen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels