nieuws

Kempen: Schade verhalen op verantwoordelijke bestuurders NWR wil sancties tegen

bouwbreed

speculerende corporaties Daar waar corporaties te risicovol en te speculatief hebben gehandeld op de optiebeurs, zodanig dat de financiele continuiteit van de instelling in het geding is gebracht, moeten harde sancties worden getroffen tegen de verantwoordelijke bestuurders. “Ontslag is dan wel het minste. Maar ook het verhalen van de geleden schade zou als preventieve afschrikking zeker moeten worden overwogen.”

Aldus drs. B.G.A. Kempen, algemeen directeur van de Nationale Woningraad na afloop van het eerste overleg over speculerende corporaties, dat gisteren is gevoerd tussen de NWR, het NCIV, de VNG, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en de staatssecretaris van VROM.

Het overleg heeft nog weinig concreets opgeleverd, zo blijkt uit navraag bij de betrokkenen. Dit komt vooral omdat de regionale inspecties voor de volkshuisvesting hun onderzoek nog niet hebben afgerond. Kempen: “De staatssecretaris was nog niet in staat conclusies te trekken.” De onderzoeken zelf vinden op dit moment f. in nauwe samenwerking met de betrokken gemeentebesturenf. plaats in Den Haag, Utrecht, Nieuwegein, Amersfoort en Enschede. Men streeft ernaar de eerste resultaten eind deze week bekend te ke maken.

BBSH

De deelnemers aan het overleg hebben in het overleg wel uitgesproken dat, indien een corporatie te risicovol en te speculatief heeft gehandeld op de optiebeurs, en daarbij het voortbestaan van de instelling in gevaar heeft gebracht, dit in strijd is met artikel 21 het Besluit Beheer Sociale Huursector. Op dit moment is volgens Kempen nog niet feitelijk vast komen te staan dat er inderdaad onverantwoorde risico’s zijn aangegaan. “En het blijven natuurlijk verhalen, zolang niets bewezen is. Maar mocht blijken dat er daadwerkelijk te grote risico’s zijn aangegaan, en dat bestuurders hun bevoegdheden ruimschoots overschreden hebben moeten er harde sancties worden getroffen. Ontslag is dan wel het minste. Ook het verhalen van de geleden schade op de betrokken bestuurder zou als preventieve afschrikking zeker moeten worden overwogen.”

Ook directeur mr. W.D. van Leeuwen van het NCIV sluit sancties niet uit.

“Als mocht blijken dat een corporatie door deze handel in de financiele problemen is gekomen, dan zal er zeker worden gekeken naar de schuldvraag. Dan moeten we ons serieus afvragen of we de leiding van zo’n corporatie bestuurlijk aansprakelijk moeten stellen.”

Overigens verwacht Van Leeuwen niet dat veel corporaties te grote risico’s hebben gelopen op de optiemarkt. “Ik vermoed dat slechts een handjevol corporaties ongedekte risico’s is aangegaan. Er is dus nog geen reden de schandpalen op te richten.”

Beleggingsstatuut

In het overleg is verder gesproken over de noodzaak van een beleggingsstatuut. De partijen zijn van mening dat iedere corporatie zo’n beleggingsstatuut moet hanteren, omdat daarin ondubbelzinnig kan worden uitgelegd hoe wordt omgegaan met de financiele markt. “Dat zou buitengewoon goed zijn, omdat dan iedereen precies weet wat men aan elkaar heeft”, vindt Kempen.

Van Leeuwen weet te vertellen dat de NWR en het NCIV inmiddels een tekst aan het voorbereiden zijn over vorm en inhoud van een dergelijk statuut

De leden zullen hierover zo spoedig mogelijk worden geinformeerd. Het overleg tussen het ministerie en de sector wordt volgende week maandagavond voortgezet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels