nieuws

Fabrikanten schermen ten onrechte met demping

bouwbreed

”Een aantal fabrikanten en leveranciers schermt soms met sterke’ dempingsresultaten als het gaat om geluidisolatiewaarden van (vloer) constructies. Ze schromen niet om bijvoorbeeld voor zwevende vloerconstructies een contactgeluidisolatie van + 10 dB als revolutionair te bestempelen.”

Het betreft volgens Bouwspecialiteiten Reppel BV echter een vertekening van het beeld. Er wordt namelijk gesuggereerd dat het om de zogenaamde Llu-waarde (luchtgeluidisolatiewaarde) zou gaan. Het heeft echter volgens Reppel niets met een verbetering te maken, maar met de veranderde meetwaarde als resultaat van het Bouwbesluit. In het Bouwbesluit worden onder verwijzing naar NEN 5077 de navolgende eisen gesteld: een luchtgeluidisolatie Lluk groter of gelijk aan 0 dB en een contactgeluidtransmissie Ico van om en nabij de 0dB.

Bij renovatie en restauratiepoen betekent dat vaak, dat de geluidisolerende eigenschappen van de bestaande vloeren moeten worden opgewaardeerd. De maatregelen die moeten worden genomen om tot het vereiste resultaat te komen zijn dikwijls niet eenvoudig. ”Gaat u maar na”, zo nodigt Reppel uit.

Kale vloer

”De geluidisolerende eigenschappen van een kale houten vloer met een plafond van gipskartonplaten resulteren in een Llu van ‘6 dB en een Lco van ’21 dB. Zonder plafond zijn deze cijfers respectievelijk ’22 e 30 dB en ’27 dB”, aldus het bedrijf.

Teneinde de contactgeluidstransmissie van dergelijke houten vloeren op het niveau te brengen dat volgens het Bouwbesluit wordt vereist, is dus maar liefst +21 tot +27 dB nodig.

Voor een kale betonvloer ligt de contactgeluidstransmissie op ongeveer ’10 dB, aldus Reppel. De vaak voorkomende negatieve invloed van horizontale en flankerende geluidsoverdracht is hierbij buiten beschouwing gelaten. Ook heeft volgens Reppel de aard en de omvang van de desbetreffende ruimten invloed op de geluidsisolatie die wordt gerealiseerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels