nieuws

Berlijn wil stedelijk gebied opnieuw gaan inrichten

bouwbreed

Berlijn wil zoveel mogelijk historische kenmerken bewaren zoals het vele groen in de centra van de verschillende stadswijken. De stad moet evenwel ook ruimte scheppen voor de taken die samenhangen met de functie als bondshoofdstad. Daarbij treedt de stad op als hoofdstad van de regio Berlijn/Brandenburg. Uitbreiding van het stedelijke gebied komt vooralsnog niet aan de orde. Herziening van de ruimtelijke ordening kan de bestaande structuur van het gebied verbeteren. *)

De Berlijnse deelgemeenten bepalen zelf de opzet van de ontwikkelingsgebieden. Het gaat hierbij om concrete bouwplannen en de bijbehorende infrastructuur. Deze plannen moeten vooral accommodatie opleveren voor nieuwe arbeidsplaatsen in de dienstensector en in de moderne produktie. Voor het verkeer dat daarmee samenhangt ligt de nadruk op milieuvriendelijke en sociaal wenselijke voorzieningen. Deze werken moeten een oplossing bieden voor de problemen die de Duitse deling veroorzaakte. Berlijn ontwikkelde zich daardoor tot twee gescheiden steden die beiden nauwelijks op het westen van het land aansloten.

Stadscentrum

Onder meer moet de Rummelsburger Bocht worden verbeterd. Het gaat hierbij om een achtergebleven en niet optimaal benut haven- en industrieterrein. De locatie moet plaats bieden aan een nieuw stadscentrum aan het water. Hier moeten rond 2005 zo’n 30 000 mensen werken en wonen. De Berlijnse architect K. Brenner leverde inmiddels een totaalplan voor het gebied. De Amsterdamse architect H. Hertzberger maakte een ontwerp voor het schiereiland Stralau terwijl de architectengroep MBM uit Barcelona het industriegebied vorm gaf.

Het structuurplan voor de Rummelsburger Bocht voorziet nu in de bouw van ongeveer 5400 woningen voor 13500 inwoners. Als bijkomende voorzieningen worden elf kinderbewaarplaatsen genoemd, drie scholen, drie jeugdcentra, openbare speelplaatsen en sportvelden. Voor de dienstensector komt er een bruto-oppervlak van zo’n 390000 m2 wat overeenkomt met pakweg 9700 arbeidsplaatsen. De produktiesector kan gebruik maken van ruim 2210 m2, wat overeenkomt met om en nabij 2450 arbeidsplaatsen. Voor openbaar groen en voor wandelwegen langs de oevers is zo’n 128000 m2 ingeruimd. Het bedrijf Rummelsburger Bocht tekent voor de uitvoering van het po dat een investering van DM5 tot DM7 miljard vergt.

Milieulasten

Verbeteringsplannen liggen ook gereed voor de wijk Pankow-Noord. Dit gebied beslaat ruim 1600 hectare en biedt goede voorzieningen. De wijk ligt gunstig ten opzichte van het centrum en de recreatiegebieden. Pankow-Noord kampt evenwel met milieulasten. Daarbij is een deel van de wijk slecht en dicht bebouwd, terwijl verkeerswegen en technische voorzieningen de woonkwaliteit verminderen. De locatie biedt weinig arbeidsplaatsen. Ambachten en industrie nemen, net als woningbouw en afvalverwerking, momenteel naar verhouding veel plaats in. Dit gegeven maakt een grondige herziening van de ruimtelijke ordening noodzakelijk.

De bureaus MAIC-Stadtausfuhrung uit Berlijn en EGL uit Hamburg werken inmiddels plannen uit voor de stedelijke voorzieningen en het landschap in Pankow-Noord. Op termijn moet de locatie plaats bieden aan woningen voor zo’n 60000 inwoners en aan voorzieningen voor 35000 arbeidsplaatsen.

De locatie Johannisthal/Adlershof beslaat zo’n 460 hectare die op termijn opgaat aan een nieuw stadsdeel. De plannen voorzien in accommodatie voor arbeidsplaaten bij particuliere bedrijven, de overheid en de semi-overheid en in voorzieningen voor onderwijs en onderzoek in samenwerking met de natuurkundige afdelingen van de Berlijnse Humboldt-universiteit. Nabij het nieuwe stadspark moeten woningen verrijzen, mogelijkheden voor recreatie en groen. Bijzondere aandacht vergt hier ook de verbetering van de waterleiding. Andere ontwikkelingsgebieden in het centrum van Berlijn betreffen het gebied Potsdammer Platz/Leipziger Platz, de Alexander Platz en de zogeheten Luisenstadt. Aanpak vereisen ook stationsgebieden voor het stads- en (inter)nationale spoorwegverkeer. Te denken valt aan de gebieden rond het Lehrter Bahnhof, het Hauptbahnhof met de bijbehorende Spree-oever en Bahnhof Friedrichstrabetae inclusief omgeving.

Luchthaven

Berlijn wil verder over een luchthaven met afdoende capaciteit ke beschikken. Deze moet in 2000 zo’n 18 tot 20 miljoen passagiers ke verwerken tegen 32 tot 40 miljoen in 2010. Deze nieuwe luchthaven moet een aansluiting krijgen op de bestaande en nog aan te leggen verbindingen van het ondergrondse- en het stadsspoor en van het regionale spoorwegnet. Auto(snel)wegen moeten de luchthaven een goede aansluiting geven op Berlijn en op de grote steden Dresden, Leipzig en Halle in het zuiden. Berlin-Brandenburg International zoals het vliegveld zal heten moet vier start- en landingsbanen tellen. De investering beloopt DM8,5 tot DM10 miljard. De genoemde ontsluitingen vergen aanvullende investeringen.

De spoorwegen bereiden een noord-zuid verbinding voor Berlijn voor. Deze lijn loopt via een tunnel onder het centrum van de stad. Door deze tunnel passeren ook de metro en het stadsspoor en het autoverkeer. De spoorwegen schatten jaarlijks 50 miljoen passagiers te moeten vervoeren. Nog eens 85 miljoen reizigers maken gebruik van het regionale vervoer.

Twee variaties op het verkeersplan moeten dit aanbod het hoofd ke bieden. Het ene voorstel gaat uit van een verkeerskruising in het midden van de stad; het tweede van een ring rond de stad. De combinatie van deze twee alternatieven leverde het zogeheten paddestoelmodel op. In dit model wordt de viersporige noord-zuid verbinding aangevuld door het uitbouwen van nu nog ontbrekende verbindingen in het zuiden, noorden en noordoosten van Berlijn. De ring om de binnenstad komt daarmee ook weer in gebruik. In het verlengde daarvan wordt de aansluiting op het traject Hannover-Berlijn verbeterd.

In het stadsdeel Tiergarten komt een verkeerstunnel. Deze moet voorkomen dat het doorgaande verkeer gebruik maakt van de straten in de zogeheten Spreebogen, de locatie van de toekomstige regeringsgebouwen. De tunnel krijgt een lengte van zo’n 2,5 kilometer en zal elke 24 uur 50000 tot 60000 auto’s verwerken. Ongeveer 10 procent van dit aanbod zal uit vrachtwagens bestaan. De kosten van de verkeerswerken in het centrum van Berlijn belopen ruim DM4,3 miljard. Daarvan gaat om en nabij DM2,2 miljard op aan de spoorwegen, DM600 miljoen aan het stadsspoor en DM800 miljoen voor de ondergrondse. De aanleg van de verkeerstunnel vergt pakweg DM600 miljoen.

Aanzienlijke aandacht ruimt Berlijn verder in voor uitbreiding en verbetering van de waterwegen. Aanpak van de havens brengt tevens reconstructie van de aan- en afvoerwegen met zich mee. In het verlengde daarvan dienen er mogelijkheden te komen voor gecombineerd vervoer. Op de planlijst staat onder meer de oost-west waterverbinding tussen de regio Hannover en Berlijn. De vaarroute beslaat ruim 280 kilometer. Aanpak vraagt ongeveer DM4 miljard. Daarna ke schepen met een lengte van 110 meter of een formatie duwboten van 185 meter, een breedte van 11,4 meter en een laaddiepte van 2,8 meter het traject zonder problemen bevaren.

Bij de Elbe ter hoogte van Magdeburg moet een doorgang komen die geen hinder ondervindt van de waterstand en daarmee het gebruik van de haven van Magdeburg onafhankelijk maakt van de waterstand. Mede daardoor ontstaat een verbinding tussen Berlijn en de belangrijkste Noordzeehavens en de industriele centra in het westen van Duitsland. De route wordt bevaarbaar gemaakt voor schepen tot 2000 en duwbootformaties tot 3500 ton draagvermogen.

*) De Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel stelt van 22 tot en met 24 juni de plannen voor de regio Berlijn voor op de conferentie/expositie European Market for Infrastructural Pos (EMIP ’94) in het Rotterdamse Erasmus Expo en Conference Centre.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels