nieuws

Architect moet luisteren naar wensen consument

bouwbreed

De tijd dat de professionals in de bouw, met de architect voorop, weten wat goed en nuttig is voor de woonconsument, leek al weer enige tijd achter ons te liggen. De kop in Cobouw van 16 juni ‘Woonwens-onderzoek niet bruikbaar voor architect’ suggereert een geheel andere visie.

Temeer daar deze stelling, die volgens het artikel door ir. N. de Vreeze is geponeerd op het symposium over bewonerspreferenties, blijkbaar alle woonwens-onderzoek gemakshalve over een kam scheert.

De tekst van het artikel nuanceert enigszins, door expliciet te verwijzen naar de bruikbaarheid van grootschalige woonwensen-enquetes, zoals door OTB en NWR recentelijk gepubliceerd. Even los van de merites van de bedoelde onderzoeken, wil ik graag afstand nemen van de geest die het artikel ademt, omdat daarmee een stap terug wordt gezet.

Voor mij staat buiten kijf, dat met name de ontwerpende disciplines (stedebouwkundigen en architecten) in toenemende mate moeten luisteren naar de wensen van de woonconsument.

Houvast

Mijns inziens ligt daarin namelijk het enige echte houvast om tegenwicht te bieden aan de actuele roep tot bouwen volgens standaardrecepten in zeer hoge dichtheden.

De ontwerpers dienen de signalen van consumentenonderzoek als serieuze leidraad te nemen in hun werk.

Bovendien zullen risicodragende marktpartijen niet zo dom zijn om hun nek uit te steken bij de ontwikkeling van poen die qua concurrentiepositie t.o.v. de bestaande woningvoorraad matig scoren. Consumentenonderzoek is een belangrijk hulpmiddel om de wenselijkheden en voorkeuren van de vraagzijde van de markt inzichtelijk te maken.

Met nadruk zij gesteld dat het een hulpmiddel is, waarmee de creatieve ontwerper op een professioneel verantwoorde wijze om dient te gaan. Het spanningsveld dat bestaat tussen de woonwensen van de thans op de markt actieve consument en de stringente beperkingen die aan de planontwikkeling worden opgelegd (o.a. vanuit het planologische beleid) moet juist de uitdaging vormen voor ontwerpers om tot creatieve oplossingen te komen.

In dat verband is het aan te bevelen dat De Vreeze zich eens orienteert op mogelijkheden van marktonderzoek die een wat andere scope kiezen dan de grootschalige marktonderzoeken, die tijdens het symposium een beeldbepalende rol hebben gespeeld.

Bruikbaar

Ik doel daarbij op methodieken zoals o.a. in opdracht van de Stichting Bouwresearch, door Bouwcentrum zijn ontwikkeld en beproefd in Prinsenland te Rotterdam.

Deze methode heeft bewezen in een concreet po van Patrimoniums Woningstichting (PWS) zeer bruikbare informatie op te leveren.

Ik ben bang dat het Cobouw-artikel het bij vele architecten latente gevoel van ‘marktonderzoek, wat moet ik ermee?’, opnieuw manifest maakt en daarmee de klok terugzet naar een tijd, die we niet meer tot de onze zouden moeten rekenen.

*) De heer J.M.J.F. Houben is verbonden aan Bouwcentrum Advies BV.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels