nieuws

Wethouder pleit voor apart regionaal investeringsfonds

bouwbreed

Ieder stadsgewest of regio zou voor de financiering van bouwactiviteiten de beschikking moeten krijgen over een regionaal investeringsfonds. Door in een dergelijk fonds de vele verschillende rijkssubsidies en regionale geldpotjes te storten is het voor de regio mogelijk beter en gerichter met het beschikbare geld te investeren.

Dat zei mr. P. Noordanus, wethouder te Den Haag en bestuurder van het stadsgewest Haaglanden, op de Planologische Discussiedagen, waarvan de 15de editie gisteren begon aan de TU te Eindhoven. Thema van de bijeenkomst is ‘De krach(t) van de regio’.

Volgens de Haagse wethouder is de gebrekkige afstemming tussen enerzijds de diverse geldstromen die op regionaal niveau te onderscheiden zijn, en anderzijds de ruimtelijke planning een van de nog onopgeloste problemen in Nederland. “Er vindt weliswaar een omslag plaats in de ruimtelijke ordening naar een grotere marktgerichtheid, maar hoe je dat aan de vork zou moeten steken is nog onbekend.”

En het wordt hoog tijd dat die lacune in de kennis wordt gevuld, meent Noordanus, omdat verkeerd opereren op die markt grote consequenties kan hebben. Hij verwees als voorbeeld naar de kantorenmarkt, waar op dit moment sprake is van een groot overschot, en de prijzen in elkaar zijn gestort.

In de eerste plaats kan die ontwikkeling bedreigend zijn voor de planontwikkeling zelf, omdat commercieel vastgoed bij de invulling van locaties nog steeds een zeer belangrijke rol speelt. Ten tweede toont het aan dat er voorzichtig moet worden omgegaan met de woningbouwopgave. Noordanus: “Een oplossing voor de malaise op de kantorenmarkt is het creeren van schaarste. En dat geldt feitelijk ook voor de woningbouw. We moeten doen aan aanbodprogrammering, om te voorkomen dat er een overschot aan bouwgrond ontstaat, met alle gevolgen voor de prijs vandien.”

Afstemming

Een van de instrumenten om de geldstromen en de ruimtelijke planning beter op elkaar af te stemmen vormt het regionaal investeringsfonds, zo betoogde Noordanus.

Op die manier kan namelijk een einde worden gemaakt aan de wirwar van subsidiepotjes die op rijks- en regionaal niveau bestaat. Zij worden allemaal in het investeringsfonds gestort. Overigens zouden wat Noordanus betreft ook de opcenten van de wegenbelasting en de opbrengst van de overdrachtsbelasting uit de regio’s in dit fonds mogen worden gestort.

Een ander voordeel is dat de invloed van het regio-bestuur, als beheerder van het fonds, op de regionale ruimtelijke ontwikkeling groter wordt. Tevens kan de “centralistische bemoeienis van het rijk, die werkelijke bestuursvrijheid van de regio’s in de weg staat” worden beperkt, omdat de regio zelf het fonds beheert en dus beoordeelt of een subsidieaanvraag moet worden beloond of niet.

Verder ke vraagstukken als ‘waar haal ik het geld vandaan om infrastructurele poen voor te financieren’ ermee worden opgelost, en is het mogelijk ‘durfkapitaal’ te genereren om private partners, die twijfelen over deelname aan een po, over de streep te trekken.

Gevaar is dat er verstrengeling van belangen gaat ontstaan tussen de regio als fondsbeheerder en de regio als participant en belanghebbende in een po. Daarom is het volgens Noordanus van belang dat er ook regionale investerings- en ontwikkelingsmaatschappijen in het leven worden geroepen, en dat er duidelijke en eenduidige financiele statuten worden opgesteld.

Vandaag gaan de planologische discussiedagen verder in verschillende werkgroepen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels