nieuws

Stedelijke eengezinswoningen

bouwbreed

De verhoudingen tussen de verschillende woningtypen verschillen zoals bekend nogal naar regio. Ook tussen de grotere steden blijken de gekozen oplossingen echter sterk uiteen te lopen.

In provincies waar nog veel ruimte is, of waar maar weinig grotere steden zijn, wordt doorgaans een veel groter percentage van de woningbouw als eengezinswoning (eg) uitgevoerd dan in andere. Zoals bekend komt dit type tegemoet aan de wensen van ongeveer tachtig procent van de woningzoekenden. Het bevorderen van de bouw van eg-woningen kan men dan ook typeren als een marktconform bouwbeleid. Dit geldt los van de bezitsvorm, ook huurders willen doorgaans als het kan graag een eg-woning.

Deze vrij algemene woonwens vormt een van de oorzaken van de suburbanisatie. Omdat de grotere steden jarenlang een zwaar accent legden op de bouw van flatjes, vooral in de huursector, trokken tallozen naar buiten om de door hen gewenste woning te ke bemachtigen. De vermindering aan draagkracht die daar weer het gevolg van was, heeft verschillende grotere steden doen besluiten om in het beleid meer tegemoet te komen aan de zo breed gevoelde woonwensen. Het aandeel van de eg-woning in de totale produktie is in de afgelopen jaren dan ook wat hoger dan zo rond het midden van de jaren tachtig. Hieraan ligt overigens in niet geringe mate tevens de verschuiving ten grondslag van de sociale naar de marktsectoren.

In bijgaande tabel zijn de cijfers verzameld van het aandeel eg-woningen in de produktie van 1993 in de twintig steden met meer dan 100000 inwoners. Landelijk bedroeg dit percentage 75, in de steden was dat slechts 46. Winnaar in deze categorie was Apeldoorn, waar uitsluitend eg-woningen zijn gebouwd, op de voet gevolgd door Amersfoort met 99% eg. Hekkesluiter was vorig jaar Utrecht, waar slechts 7% van het totaal in dit type gereed kwam. Ook Den Haag (16%), Rotterdam (24%) en Amsterdam (25%) hadden maar weinig ruimte over voor eg- woningen in hun programma. Dit gold, zij het in mindere mate, ook voor Leiden (29%). In de overige vijftien steden was meer dan de helft van het aantal gebouwde woningen een eg-woning.

De financieringscategorie waarin de woningen worden gebouwd heeft al sinds de oorlog een belangrijke invloed gehad op de verhouding eg/mg. Het laagste percentage eg-woningen komt altijd in de sociale huursector voor; daar gaat het kennelijk nog steeds meer om ‘onderdak’ dan om woonwensen. Daar tegenover dwingen de benarde stichtingskostengrenzen bij de sociale koopwoningen tot een hoog eg-percentage, omdat flatjes voor deze prijs nauwelijks een voor de markt aanvaardbare kwaliteit ke krijgen. In de vrije sector is traditioneel de vraag vooral gericht op eg-woningen.

In 1993 werd 42% van de sociale huurwoningen als eg-woning gebouwd; in de steden was dat echter slechts 20%. Ook in de overige categorieen was het aandeel eg-woningen in de steden lager dan het landelijke gemiddelde. Naast de sociale huursector is een groot verschil te zien bij de VSEB (de voormalige premie-C), waar landelijk 76% als eg-woning werd gebouwd, in de steden slechts 45%. Bij de andere categorieen waren de verschillen minder extreem, waarbij moet worden aangetekend, dat in bijna de helft van deze steden vorig jaar geen premiehuur woningen zijn opgeleverd. Ook voor de grotere steden ke beleggers kennelijk nog maar weinig enthousiasme opbrengen.

De onderlinge verschillen tussen de bouwprogramma’s in deze steden zijn blijkens de cijfers erg groot. In mindere mate geldt dat ook voor de verschillen binnen ieder stedelijk programma. Er zijn in dit opzicht maar twee gemeenten die een tamelijk eenzijdig beeld vertonen: Apeldoorn met 100% eg en Utrecht met (bijna) 100% mg. In de achttien andere steden zijn de verschillen binnen het pakket belangrijk groter. Gezien het toch nog relatief lage aandeel van eg-woningen in de stedelijke bouwproduktie, is het echter te betwijfelen of in de meeste gevallen de samenstelling van het bouwprogramma wel berust op de marktvraag, in plaats van op gemeentelijke voorkeuren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels