nieuws

Signalen over Annex door Oomen genegeerd

bouwbreed

De (meerderheid van de) universiteitsraad van de Rijksuniversiteit Leiden blijft erbij dat voorzitter mr. C. Oomen van het College van Bestuur moet opstappen vanwege zijn rol in het mislukte Annex-bouwpo.

Hij verzuimde in een vroeg stadium te reageren op signalen dat er wat mis was met deze door Cobouw aan het licht gebrachte affaire, waarbij miljoenen spoorloos verdwenen. Dit valt op te maken uit het f. tegen de zin van het college door de universiteitsraad openbaar gemaaktef. rapport van een commissie die onderzoek deed naar de gang van zaken bij de Annex.

Dat bevestigt de sinds januari vorig jaar stelselmatig door deze krant geopenbaarde feiten over een fraudezaak van ongekende omvang, die grote financiele schade berokkende aan regulier gevestigde bedrijven uit de bouw en aanverwante sectoren. Het mislukken van het po wordt in hoofdzaak toegeschreven aan “‘de bestuurlijk/ambtelijke cultuur, waardoor een goede aanpak met name in de aanloopfase gefrustreerd werd”.

De kritiek richt zich vooral op voormalig RUL-secretaris Den Os, de -inmiddels aangehouden- voormalig directeur bedrijfsvoering Doevenspeck (per 1 december 1993 nota bene eervol ontslagen) en college-voorzitter Oomen.

“Deskundigheid en kritische signalen werden genegeerd. Er werd geen goed programma van eisen vastgesteld, de rol van Fibomij (aan welk failliet verklaarde eenmansbedrijf het po ter uitvoering gegund was, PS) was niet helder, er werd nagelaten een openbare of onderhandse inschrijving te organiseren, er werd een financiele garantie met onbekende looptijd en risico verstrekt, er werd genoegen genomen met ongeschikte stukken (zoals het bestek) waarbij nauwkeurige bestudering niet op prijs werd gesteld en zowel impliciete als expliciete signalen die moesten uitnodigen tot kritische vragen werden genegeerd”, aldus het keiharde oordeel van de commissie.

Ook wordt de besluitvorming op het niveau van het college van bestuur “onduidelijk en onvolledig” genoemd.

Verantwoordelijk

Oomen wordt f. in zijn hoedanigheid van portefeuillehouder huisvestingszakenf. volledig bestuurlijk verantwoordelijk gehouden voor het defait van het bouwpo.

Al in het najaar van 1992 werd hij gewezen op de f. eerstef. stillegging van de bouw, fietste vervolgens hoogstpersoonlijk langs het project fietste en liet zich uiteindelijk geruststellen door de directeur bedrijfsvoering.

Voormalig hoofd van de Dienst Huisvestingszaken (Gelder) deed overigens al op 26 juni 1991 een nota uitgaan met “ernstige waarschuwingen en aansporing tot actie die Oomen dan (nog) niet kan plaatsen”.

Het college noemt de bevindingen van de commissie “‘suggestief en tendentieus” en meent “slachtoffer te zijn geworden van opzettelijke, systematische en geraffineerde misleiding door de voormalig directeur bedrijfsvoering”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels