nieuws

Poging van Fibomij om nog meer geld op te nemen verijdeld

bouwbreed

Projectontwikkelaar Fibomij heeft in april 1993 gepoogd om na het al volledig opsouperen van het bouwkrediet van f. 7,3 miljoen nog meer geld bij de bank los te peuteren, zogenaamd voor afbouw van de onvoltooide Annex in Leiden. Bij de ING Bank Amersfoort werd vier ton opgevraagd ten behoeve van bankgaranties aan (onder)aannemers. Maar het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Leiden (RUL) stak daar een stokje voor.

Dit blijkt uit documenten, die de RUL-top alsnog aan Cobouw heeft openbaar gemaakt. Directe aanleiding om geen goedkeuring te hechten aan het verzoek van de bank tot verstrekking van het door Fibomij gevraagde bedrag vormde de eerder die maand door RUL en bank afgesloten ‘nadere overeenkomst’.

Die diende als aanvulling op de raamovereenkomst van oktober 1991 voor de uitbreiding van het Sylvius-laboratorium van de universiteit. Dat bouwpo is uitgelopen op een complete catastrofe voor zowel bank als universiteit.

Het bouwkrediet van f. 7,3 miljoen verdween voor het grootste deel naar het buitenland. Dat gebeurde door toedoen van de onder een hoedje spelende directeuren van Fibomij en het door haar ingeschakelde zusterbedrijf ABSEurospan Benelux BV alsmede de toenmalig directeur bedrijfsvoering van de RUL.

In de cel

Dit drietal zit inmiddels al geruime tijd in de cel, op verdenking van deelname in een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van tal van misdrijven.

De zaak kwam aan het licht door publikaties in Cobouw, nadat de door ABSEurospan Benelux aangetrokken aannemer (bouwbedrijf De Kempen BV te Rijsbergen) het werk in januari 1993 neerlegde wegens uitblijven van regelmatige betalingen.

Sindsdien heeft deze krant voortdurend onthullingen gedaan over de praktijken van de directeuren van (de inmiddels failliet verklaarde bedrijven) Fibomij en ABS Eurospan Benelux BV, de betrokkenheid van de f. per 1 december 1993 eervol ontslagenf. directeur bedrijfsvoering van de RUL en het mismanagement van verantwoordelijk portefeuillehouder voorzitter mr. C. Oomen van het College van Bestuur.

Het stilleggen van de bouw leidde in het voorjaar van 1993 tenslotte tot spoedberaad tussen bank en RUL. Want de bank had naar aanleiding van de publikaties in Cobouw het krediet aan Fibomij opgezegd. Een zinloze daad, want het geld was al opgesoupeerd.

Maar de bank stelde meteen de RUL aansprakelijk, want die stond immers garant. Besloten werd dan ook die garantie in te roepen bij de RUL, zo blijkt uit de nadere overeenkomst van 8 april 1993.

Overeenkomst

RUL en bank stellen in die (door Fibomij voor gezien en akkoord verklaarde) overeenkomst vast “dat het werk hoe dan ook moet worden afgemaakt en gebruiksklaar voor verhuur ter beschikking moet komen aan de RUL, hopelijk september/oktober 1993”. Een en ander impliceert, op grond van te verwachten meerwerk, “een hogere bouwsom voor Fibomij en derhalve een hogere financieringsaanvraag van Fibomij aan de bank hetgeen zal resulteren in een hogere huurprijs voor de RUL”. De bank verklaart zich bereid een hogere financieringsbehoefte van Fibomij ten behoeve van de Annex tegen marktconforme condities in behandeling te zullen nemen “en zo mogelijk te honoreren”.

Vertrouwen weg

Vervolgens rolt een hypotheek van f. 10 miljoen uit de bus. En dat, terwijl de bank uit rapportages van een eigen bouwkundig inspecteur (die kwam op de paar weken op de bouwplaats de voortgang van de werkzaamheden controleren) toch duidelijk had ke en moeten zijn dat er in Leiden iets grondig mis was. Immers, de waarde van het tot dan gebouwde stond in geen enkele verhouding tot het al opgenomen bouwkrediet.

Het eerder opzeggen van het bouwkrediet was toch een duidelijk signaal dat van een vertrouwensrelatie met Fibomij volstrekt geen sprake meer was. Kennelijk echter hebben de goede persoonlijke relaties van de voormalig directeur bedrijfsvoering van de RUL (hij heeft in het verleden bij de ING Bank diverse directeursfuncties bekleed) met hoge functionarissen op het Amsterdamse hoofdkantoor van de bank meer gewicht in de weegschaal gelegd. Van de afgesproken afbouw is tot op heden helemaal niets terecht gekomen. Maar Fibomij deed daarentegen wel een poging om te profiteren van de tot f. 10 miljoen verruimde financiering. Vrijwel de dag na ondertekening van de “nadere overeenkomst” vroeg het bedrijf bij de bank al weer om f. 400000.

De f. nu kennelijk eindelijk toch wakker gewordenf. RUL ging daarmee echter niet akkoord. In een brief d.d. 19 april 1993 aan ING Bank Amersfoort stelt mr. Oomen dat “het eventueel verstrekken van bankgaranties door Fibomij aan (onder)aannemers behoort tot de normale bedrijfsvoering van de poontwikkelaar en daarmee niet valt onder de werking van de nadere overeenkomst”.

In een brief aan Fibomij d.d. 20 april 1993 verzoekt mr. Oomen het bedrijf “goede nota te nemen van het antwoord aan ING Bank”. Hij wijst er verder op dat “door Fibomij aan te gane toekomstige financiele verplichtingen terzake de afbouw van het complex vooraf onze uitdrukkelijke goedkeuring behoeven”.

Hij herinnert Fibomij bovendien aan de overeenkomst, waarin Fibomij zich verplicht de Annex uiterlijk 15 september 1993 op te leveren: “Wij verwachten daartoe van u op korte termijn een voorstel van te nemen maatregelen die aannemelijk maken dat u uw verplichting zult nakomen.”

In buidel tasten

Dat laatste is niet gebeurd. De Annex ligt er nog steeds onvoltooid bij. Het karkas is juridisch eigendom van De Kempen BV, via uitoefening van het recht van retentie.

En de bank houdt alsnog vast aan de eerder al bij de RUL ingeroepen garantieverklaring, omdat de ‘nadere overeenkomst’ uitging van afbouw, maar daarvan kwam geen spaan terecht.

Dus is voor de bank de oude situatie, van voor 8 april 1993, nog steeds van kracht. Dat betekent een claim bij de RUL van f. 7,3 miljoen, exclusief rente en kosten. Bovendien moet de RUL in de buidel tasten voor aankoop en afbouw van de Annex. Ook met die zaak zijn vele miljoenen guldens gemoeid.

En daarmee krijgt de RUL de rekening gepresenteerd voor mismanagement in optima forma van de verantwoordelijk portefeuillehouder. Die weigert vooralsnog echter hardnekkig daaraan consequenties (opstappen) te verbinden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels