nieuws

‘PBV’ moet discussie voorkomen over bodembescherming

bouwbreed

Het is onvoldoende wanneer in algemene regelgeving, vergunningen of CPR-richtlijnen niet meer staat dan dat de aanleg van een vloeistofdichte vloer noodzakelijk is voor een bodembescherming met geborgde kwaliteit. Bij de betrokken partijen levert het invullen van een dergelijk voorschrift discussies op. NIBV, CUR en Kiwa proberen een oplossing tot stand te brengen en boden VROM/DGM een Plan Bodembeschermende Voorzieningen (PBV) aan.

Ing. J. van Zutphen legde op een bijeenkomst in Rotterdam uit dat opdrachtgevers complexere delen van het bouwproces uitbesteden aan gespecialiseerde ondernemers. De aanleg van vloeistofdichte vloeren valt daar volgens het hoofd van de afdeling Beton-Bouw van Kiwa Certificatie en Keuringen uit Rijswijk eveneens onder.

Opdrachtgevers, beheerders en gebruikers vragen de garantie dat de vloer tot in lengte van jaren vloeistofdicht blijft. Zo’n deugdelijke oplossing vraagt afdoende kennis van zaken en algemeen aanvaarde technische grondslagen. Het PBV levert daarvoor certificaten en richtlijnen die een beoordeling mogelijk maken. De bijbehorende kwaliteitszorg garandeert de realisatie, controle en het beheer van voorzieningen met eenduidige technische grondslagen. Het PBV geeft aan de algemene bewoordingen uit wet en regel een concrete invulling. Het bevoegd gezag conformeert zich aan de resultaten van het PBV en biedt alle aannemers gelijke uitgangsposities.

Specificaties

Volgens Van Zutphen gaat het PBV per toepassingsgebied en per produkt of materiaal na in hoeverre specificaties en certificatie noodzakelijk zijn of dat die inmiddels gereed liggen. Vier pre-adviescommissies werken momenteel voorstellen uit voor het opstellen van regelgeving en beoordelingsrichtlijnen. Deze commissies buigen zich over beton, asfaltbeton en gietasfalt, bestaande garagevloeren en granulaire afdichtingen als zandbentoniet.

De nog in te stellen commissie PBV zal moeten aangeven op welke wijze prioriteiten worden vastgesteld en aangeven hoe benodigd onderzoek kan worden uitgevoerd en betaald. VROM zal het PBV voor een deel ondersteunen, het restant komt dan voor rekening van de andere betrokken partijen.

Kritiek

Secretaris milieuzaken drs. J. Gunster van het VNO legde uit dat de Wet bodembescherming het bevoegd gezag laat vaststellen of er sprake is van ernstige vervuiling. In dezelfde beschikking moet dat gezag aangeven of de situatie dermate urgent is dat sanering noodzakelijk is. Het VNO zegt op hoofdlijnen te ke in stemmen met de methode voor het vaststellen van de gevolgen van vervuiling voor mensen. Kritiek gaat echter uit naar het voorschrift dat alleen gehaltes boven 1/2 (interventiewaarde + streefwaarde) mogen worden ingevoerd. Vooral voor op industrieterreinen vaak verspreid voorkomende verontreinigingen geeft dit een overschatting van de risico’s. Gunster stelt voor een onderscheid te maken tussen gebieden waar het ecorisico niet bepalend mag zijn en gebieden waar dat wel kan. Een inventarisatie van de vervuilingsbron, de weg waarlangs de vervuiling zich beweegt en de plaats waar deze uiteindelijk terecht komt geeft een betrouwbare indicatie van de saneringsurgentie. Een aanvulling van deze benadering met een (eventueel) kwalitatieve beschouwing over de totale omvang en milieurendement ligt volgens Gunster voor de hand.

De ‘concept-circulaire Inwerkingtreding Saneringsregeling Wet bodembescherming’ is van grote betekenis voor de BSB-operatie. Het gaat dan vooral om de urgentiebepaling. Een belangrijk verschil is dat de urgentiebepaling volgens BS B een termijnbepaling inhoudt maar in het wetsvoorstel bepalend is voor de vraag of moet worden gesaneerd. Aangezien ook in BSB-verband de bepaling van de actuele risico’s inzake blootstelling en verspreiding nadere invulling vraagt bestaat volgens Gunster nu de mogelijkheid dat zodanig te doen dat de BSB-stichtingen nuttig voorwerk ke doen voor de mogelijke (latere) urgentiebepaling door het bevoegd gezag in het kader van een beschikking.

Het urgentiegetal volgens de BSB bepaalt immers of en wanneer een bepaald geval een vervolgaanpak vereist. Aanpassing van de urgentiebepaling in BSB-kader aan het wetsvoorstel is volgens Gunster ook om een andere reden nodig. Volgens de BSB betekent overschrijding van nieuwe C-waarden een actueel risico. De nieuwe C-waarden bepalen volgens het wetsvoorstel of er sprake is van een potentieel risico.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels