nieuws

NWR vuurt ‘giftige pijlen’ af op certificatie

bouwbreed

De Stichting Bouwkwaliteit (SKW) en STABU hebben al veel te lang op zich laten wachten om formeel te laten weten dat certificeren in juridische termen gelijkwaardig is aan keuring. Dat vindt ing. J. van Herwaarden van de Nationale Woningraad.

Van Herwaarden vuurde in het symposium ‘Professionele opdrachtgevers, kwaliteitszorg en certificatie’ op de NWR Bouw RAI meer ‘giftige pijlen’ af.

De certificeringsstructuur in Nederland moet volgens hem “een stuk eenvoudiger, overzichtelijker en daardoor minder kostbaar worden”.

En het Europese kwaliteitsmerk (CE-merk) kan verdwijnen: “Het CE-merk zegt niets over de gebruikskwaliteit van een bouwprodukt en is daarom in de bouwwereld als tweede certificeringslaag overbodig.”

En tenslotte poneerde hij de stelling “dat het dient te gaan om gegarandeerde kwaliteit, want certificering is geen doel op zich. Een kwaliteitsverklaring is voor opdrachtgevers pas waardevol als werkelijk blijkt dat kwaliteit, service en garantie worden verkregen die door middel van de kwaliteitsverklaring zijn overeengekomen.”

Rekbaar

Van Herwaarden ging na wat de f. volgens hem rekbaref. doelstelling van certificeren (“meer zekerheid verschaffen dat het overeengekomen kwaliteitsniveau van produkten en diensten ook wordt geleverd”) in de praktijk oplevert.

Met betrekking tot de aansprakelijkheid moest hij “helaas constateren dat de positie van de opdrachtgever ten opzichte van de aannemer bij de afhandeling van calamiteiten nog altijd veel te wensen overlaat. Werken conform de UAV garandeert lang niet altijd de bouwkwaliteit.”

Ook bij de keuring van bouwstoffen staat de opdrachtgever nog wel eens met lege handen te staan: “Bouwstoffen voorzien van een certificaat en die door de directie op het werk uitwendig zijn beoordeeld, zijn gekeurd in de zin van paragraaf 18 van de UAV. Vervangt het certificaat nu de keuring of niet? Wat is dan die waarde? Alle in de bouwwereld opererende instanties zouden zich daarover moeten uitspreken.”

Van Herwaarden vroeg zich af in hoeverre een kwaliteitsverklaring zinvol is wanneer de opdrachtgever toch nog alles zelf moet controleren waarbij dan een visuele controle niet altijd voldoende lijkt te zijn.

Hij betoogde dat opdrachtgevers betrouwbare informatie nodig hebben. En die betrouwbaarheid begint volgens hem al bij de inhoud en de formuleringen in het certificaat. Hij signaleerde in dat verband dat er sprake is van verouderde f. dus niet meer geldigef. keurmerken.

Consequenties

“Ook komen er in de praktijk gecertificeerde produkten voor die kwalitatief niet deugen. Certificatie-instellingen trekken daar niet of nauwelijks consequenties uit”, verklaarde hij.

Het CE-merk biedt volgens hem “een minimaal kwaliteitsniveau op het terrein van essentiele eisen. Het is niet bedoeld als kwaliteitswaarborg voor de afnemer. Opdrachtgevers willen produkten die kwaliteit vertegenwoordigen en zullen daarom kiezen voor een meer op de praktijk afgestemd kwaliteitsniveau door middel van het produktcertificaat boven het CE-merk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels