nieuws

Notariaat laat onderzoek doen naar vrije tarieven

bouwbreed

De Koninklijke Notariele Broederschap heeft het accountantskantoor Moret Ernst & Young opdracht gegeven de gevolgen van het vrijlaten van de tarieven te onderzoeken. De notarissen ke zich niet vinden in de conclusies van het accountantsrapport van KPMG dat in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en justitie is verricht.

Vorige week heeft staatssecretaris Kosto van Justitie de nieuwe Notariswet naar de Tweede Kamer gestuurd. De wet bepaalt dat de tarieven voor de verrichtingen van notarissen over twee jaar worden vrijgelaten.

Er komt een overgangsregeling waarin de huidige door de notarissen zelf vastgestelde tariefregeling stapsgewijs plaats moet maken voor vrije tarieven. Daarnaast bevat de wet een tariefsysteem voor mensen met een smalle beurs, dat te vergelijken is met dat van de wet op de rechtsbijstand.

De concurrentie die door het vrijlaten van de tarieven ontstaat, zal de notarissen dwingen efficienter te werken, is de achterliggende gedachte. Daardoor zullen de kostprijzen omlaag gaan en wordt een maatschappelijke besparing van om en nabij de f 350 miljoen mogelijk.

Kosto baseert zijn wetsvoorstel onder meer op het onderzoeksrapport van het accountantskantoor KPMG.

Inzicht

Het onderzoek geeft inzicht in welke notariele diensten winstgevend zijn en welke verliesgevend. De familiepraktijk is ondanks verliesgevende onderdelen zoals de samenlevingscontracten, testamenten en huwelijksvoorwaarden winstgevend. In de onroerend goed praktijk worden volgens KPMG ”substantiele winsten” gemaakt. In totaal hebben de notarissen per jaar een omzet van f 1 miljard aan notariele akten. De winst op onroerend goed-transacties bedraagt volgens KPMG f 300 miljoen gulden per jaar, die op de familie-zaken f 25 miljoen. Per notaris betekent dat gemiddeld een winst van f 300000 die bovenop het toegekende salaris van f 190000 komt.

Het grote bezwaar van de notarissen tegen het KPMG-onderzoek is dat het gebaseerd is op cijfers in de periode november/december 1992.

”In die maanden wordt er hard gewerkt op de kantoren. Zaken die voor het eind van het jaar afgewikkeld moeten zijn, gaan voor langzame’ boedelzaken en er wordt in die maanden niet gestudeerd”, aldus woordvoerster Urbanus van de broederschap.

Voorzitter Van Dijk wees eerder op de conjuncturele bewegingen in de onroerend-goed-markt. ”De laatste jaren zijn de prijzen van onroerend goed flink gestegen, maar er waren ook jaren dat het een stuk slechter ging”, verklaarde hij. Van Dijk vindt dat het onderzoek zich over een aantal jaren moet uitstrekken.

De broederschap verwacht dat Moret de analyse over enkele weken kan afronden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels