nieuws

Franse regio zoekt in Benelux investeerders

bouwbreed

Franse ondernemers bewerken de markt doorgaans op een fragmentarische en kleinschalige wijze. Mede daardoor staan nogal wat Franse bedrijven klaar voor overname. De Franse regio Chinon verwacht voor die ontwikkeling veel van investeerders uit de Benelux. Economische veranderingen vergen doorgaans aanpassingen van onder meer de ruimtelijke ordening. Ontwerpers en adviseurs ke bijvoorbeeld in Chinon het hunne bijdrage aan een betere gang van zaken.

Een ontwerper moet niet alleen iets voorstellen omwille van het ontwerp alleen. Het gaat niet uitsluitend om de stedelijke kwaliteit. Een plan moet zich ook laten exploiteren en in financieel en technisch opzicht haalbaar zijn. Het komt nogal eens voor dat plannen zonder die toetsing in uitvoering komen. Uiteindelijk bepaalt de markt of er iets komt of niet.

Voordat een plan tot uitvoering komt dient er volgens de heer G. van Waesberghe van het gelijknamige bureau voor stedelijke ontwikkeling uit Breda een onderzoek te komen naar de levensvatbaarheid. Het gaat daarbij onder meer om de gang van zaken omtrent wonen, werken, verkeer, vervoer en recreatie. Deze en andere criteria voor het stedelijke gebied komen volgens hem alleen dan tot hun recht in een samenhangende aanpak.

Tuinbouw

Van Waesberghe kreeg in 1992 opdracht van het ontwikkelingsagentschap voor het Franse arrondissement Chinon een strategisch plan te maken voor de aanpak van de economie. Het bureau voerde daarvoor een sterkte/zwakte-analyse uit. Daarbij werd gekeken naar de rol,die de Benelux in deze kan spelen.

De inventarisatie gaf aan dat tuinbouw de belangrijkste economische activiteit op de riviervlaktes vormt. Op de hellingen komt vooral wijnbouw voor terwijl de plateaus voor het overgrote deel opgaan aan bos- en akkerbouw. De vele kastelen die de regio telt dragen in niet onbelangrijke mate bij aan de toeristische ontwikkeling.

Tussen de Nederlandse en de Franse glastuinbouw kan een aanzienlijke mate van samenwerking ontstaan. Nederlandse bedrijven dienen evenwel terdege rekening te houden met de verschillen in taal en cultuur. Wie zich daaraan aanpast en zich de nodige inspanningen getroost om een aandeel van de markt te verwerven gaat een goede toekomst tegemoet.

Andere zakelijke kansen ziet Van Waesberghe in de houtsector. Op dit moment gaat het hier nog om een regionaal gebonden en kleinschalige bedrijfstak. Op grond van deze constateringen adviseerde Van Waesberghe de regio de glastuinbouw naar Nederlands model te ontwikkelen en meer activiteiten voor de houtsector te ontwikkelen. Ook bij dat laatste valt te denken aan Nederlandse inbreng.

Vorig jaar ontving het bureau de opdracht voor de verdere ontwikkelingen van de plannen omtrent de tuinbouw. De uitwerking vereiste vooraf overleg met de burgemeesters van de grootste gemeenten in de regio. De ontwikkeling hield onder meer het verspreiden van informatie in Nederlandse tuinbouwgebieden in. Te denken valt aan het Westland, Lent/Nijmegen en Vleuten/De Meern. Van Waesberghe noemt de respons aanzienlijk. Voor een deel hangt die samen met de stadsuitbreidingen die de mogelijkheden voor tuinbouw beperken.

Zo bestaan er voor jongeren maar weinig kansen een eigen bedrijf in deze sector te beginnen. Het desbetreffende gebied in Chinon beslaat ruim 100 hectare en biedt plaats aan 40 tot 50 bedrijven. De komst van Nederlandse bedrijven biedt ook kansen aan Nederlandse toeleveranciers die daarmee aanzienlijke mogelijkheden tot export krijgen.

Deze exportkansen ontstaan ook voor toeleveranciers voor de reguliere bouw wanneer Chinon de toeristische sector verder ontwikkelt. Te denken valt bijvoorbeeld aan de bouw van tweede woningen en aan andere recreatieve (woon)voorzieningen. Naar Van Waesberghe weet is reeds een Nederlands bedrijf bezig met het opkopen van kastelen en boerenhoeves. Het gebied is volgens hem een aantrekkelijk alternatief voor zuidelijk Frankrijk. Wie daar bijvoorbeeld een tweede woning aanschaft raakt al snel afhankelijk van de luchtvaart. Anders dan de kust langs de Middellandse Zee zou Chinon zich moeten richten op de duurdere sector.

Houtdroger

In de regio vestigde zich inmiddels een Nederlandse houtdroger. Diens activiteiten voorzagen aanvankelijk in de koop en de droging van eikehout. Het aldus bewerkte hout verliest aan gewicht en laat zich goedkoper naar Nederland vervoeren.

Het bedrijf ontwikkelt echter gaandeweg een nieuwe markt die aansluit op heel Frankrijk en zuidelijk Europa. Volgens Van Waesberghe een goed voorbeeld van de positieve gevolgen die internationalisering kan te weeg brengen. In het geval van de houtindustrie valt te denken aan de opzet van een volledige bedrijfskolom. Naast koop en droging ke bedrijven zich ook bezighouden met bijvoorbeeld het zagen en impregneren van hout. Details wil Van Waesberghe bespreken met het NVTB.

Het valt niet te ontkennen dat het Frankrijk economisch op dit moment niet bepaald voor de wind gaat.

Wie de Nederlandse en de Franse ontwikkelingen tegen elkaar afzet zal evenwel tot de conclusie komen dat de landen niet zoveel onderlinge verschillen tonen. Nadere beschouwing van de bedrijfsvoering laat daarentegen zien dat Franse ondernemers er een kleinschalige en fragmentarische marktbewerking op na houden.

Mede als gevolg daarvan staan nogal wat bedrijven klaar voor overname. Een Nederlands bedrijf dat die situatie te baat neemt krijgt op relatief eenvoudige wijze direct toegang tot de Franse markt. Die is beduidend groter dan de Nederlandse terwijl de produktiekosten lager liggen.

Oostelijk Europa kent dat laatste voordeel ook maar anders dan daar is de gang van zaken in Frankrijk meer georganiseerd. Franse overheidsinstanties verstrekken Nederlandse bedrijven die zich in een bepaalde regio willen vestigen een startsubsidie en geven begeleiding inzake juridische en procedurele kwesties. Nederlandse geonteresseerden betreden in het geval van Chinon volgens Van Waesberghe een niet al te druk door buitenlanders bezette markt.

Buiten de Benelux onderhoudt de regio momenteel alleen contacten met Japan.

Enkele jaren terug hoopten de wervers Duitse ondernemingen te interesseren maar zag deze pogingen stranden. In de afgelopen drie tot vier jaar trok de Nederlandse zakelijke belangstelling voor Frankrijk volgens Van Waesberghe fors aan. Verschillen in cultuur en taal lijken op grond van deze constatering een steeds minder doorslaggevende rol te spelen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels