nieuws

Esch-sur-Alzette pronkt met bouwverleden

bouwbreed

In sommige winkelstraten ligt het mooie niet in, maar boven de winkels. Dat geldt ook voor Esch-sur-Alzette. Wie wandelend door het centrum van deze Zuidluxemburgse stad zijn blik iets hoger richt, ziet mooie staaltjes van architectuur uit het begin van deze eeuw. In de op steenworp afstand van de Franse grens gelegen stad wordt momenteel hard gewerkt om de monumentale panden voor de toekomst te bewaren.

Sinds een jaar of vijf geleden de stadsvernieuwing in Esch goed op gang begon te komen, zijn de bouwsteigers niet meer uit het stadsbeeld verdwenen. In en rond de hoofdwinkelstraat, de Rue de l’Alzette, zijn de herstelwerkzaamheden in volle gang, met het gebruikelijke ongemak van dien.

De in totaal 800 meter lange Rue de l’Alzette werd in 1992/1993 naar een ontwerp van de Duitse prof Th. Sieverts en de Amerikanen Peter Rice en Martin Francis grotendeels tot een autovrije winkelzone omgeschoffeld. Hier zijn de auto’s vervangen door andersoortige obstakels; kunstwerken gevormd door ijzeren balken die de relatie met de staalindustrie levendig moeten houden. De stad dankt haar belangrijkheid aan het omliggende ijzererts. Daar waar de open mijnbouw eens op hoge toeren draaide, heeft de natuur zich weer laten gelden. De groeven in de omgeving van Esch die aan canyons doen denken, hebben zich in de loop der jaren hersteld tot natuurparken met zeldzame plantensoorten, waar het op warme dagen goed toeven is.

De stad die in 1827 nog maar zo’n duizend inwoners telde is nu met zijn 25000 inwoners de op een na grootste stad van Luxemburg. De hoofdstad van het zuiden, zoals zij ook wel wordt genoemd, doet zeker op architectonisch gebied niet voor Luxemburg-stad onder.

Om de aandacht op de bouwkundige schoonheid van de stad te vestigen heeft het bureau voor Tourisme in Esch een 5 km lange architectuurwandeling uitgestippeld. Het Syndicat d’Initiative et de Tourisme de la ville d’Esch-sur-Alzette is gevestigd in het Hotel de Ville, een van de in de wandelroute opgenomen bezienswaardigheden. Het statige pand dateert uit de tweede helft van de dertiger jaren van deze eeuw en is een ontwerp van de stadsarchitect Isidore Engler. Op de gevel prijkt het nationale devies: ‘Mir welle bleiwe wat mir sin’ (we willen blijven wat we zijn). Verder vele in steen gehouwen verwijzingen naar de wetenschap, sport, industrie, onderwijs, mijnbouw en architectuur.

In 1906 maakte Wirtz-Krasnick een stratenplan voor de nieuwe uitleg van de stad om de explosieve bevolkingsgroei te ke opvangen. De Duitse stedebouwkundige Joseph Stubben, auteur van het handboek ‘Der Stadtebau’ (1895), ontwierp in de twintiger jaren de nieuw te bouwen wijken.

Het ligt voor de hand dat de invloed van Franse, Duitse en Belgische architectuur merkbaar was in het door deze landen omringde groothertogdom. Sommige poen zijn dan ook door internationale samenwerking tot stand gekomen. Het ziekenhuis van Esch (1930) is het tastbare resultaat van zo’n vruchtbare samenwerking tussen voornoemde stadsarchitect en de Duitse architect Ruppel. Duitse sanatoria golden hiervoor destijds als grote voorbeeld.

De stad van de mijnbekken was ook als woonstad bij buitenlanders in trek. Op een van de gevels in de Rue d’Alzette zien we een medaillon met de afbeelding van koning-soldaat Albert wat erop duidt dat de voormalige eigenaar uit Belgie afkomstig was. Het pand is net als de meeste van de Escher panden rijkelijk versierd; de medaillons symboliseren macht, de stenen uilen waarop de balkons met medaillons rusten, zijn een verwijzing naar de wijsheid en de guirlandes duiden op rijkdom. Momenteel telt Esch 37% buitenlanders die probleemloos zijn geintegreerd. De architectuur in Esch kenmerkt zich door diverse bouwstijlen. We treffen er uitingen aan van Art Nouveau, neo-Renaissance en neo-Gotiek. Deze laatste stroming grijpt vanaf 1840 om zich heen en wordt de kerkelijke bouwstijl bij uitstek. Een voorbeeld hiervan is de St. Joseph-kerk die tot een van de fraaiste kerken van het Groothertogdom wordt gerekend. De tussen 1872 en 1877 gebouwde kerk onderging recentelijk een grote opknapbeurt, waarbij zo’n 550m2 voorfacade werd gezandstraald. Kosten: 1,5 miljoen Flux. De kerk is inmiddels op de Monumentenlijst geplaatst.

Het stadsbeeld wordt daarnaast in belangrijke mate bepaald door gebouwen in Art Nouveau/Jugendstil. Een voormalig woonhuis in de Rue Zenon Bernard dat nu als jongeren- en informatiecentrum in gebruik is, is hiervan een goede illustratie.

De sterk gestileerde planten- en dierenmotieven van deze stijl zijn hier in overvloed aanwezig; de dakkamers hebben bijvoorbeeld de vorm van paardenhoeven. Enorme gietijzeren spinnewebben scheiden het erf van de staat. Ik vrees dat de nieuwbouw die momenteel tegen het gracieuze pand in aanbouw is, een groot contrast zal vormen met dit stralend witte geesteskind van Olivio Moise.

Wie van de architectuur-shot honger heeft gekregen hoeft hier aangekomen alleen nog maar de hoek om.

In de Rue du Brill, de eetstraat van Esch, zijn alle internationale keukens vertegenwoordigd. En over verschillende smaken gesproken; achter het vrij recente theater van stadsarchitect Robert van Hulle (1959-1962) bevindt zich nog een rijtje woonhuizen dat in de twintiger jaren aan de wensen van de eerste bewoners werd aangepast en op hun beurt bijdragen aan de diversiteit van de stad.

Nadere informatie is te verkrijgen bij het Bureau voor Tourisme, Place de l’Hotel de Ville, L-4138 Esch-sur-Alzette. Tel: 5473831.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels