nieuws

Duitse monumenten uit de jaren dertig

bouwbreed

Het neo-classicisme heeft overal ter wereld zijn eigen monumenten. In Duitsland is dat niet de makkelijkst bespreekbare architectuurperiode. Met de hereniging barstte de discussie opeens weer los. Na de eerste sloopwoede bezint men zich nu over de geschiedkundige waarde als monument en de mogelijkheden voor hergebruik. Berlijn telt enkele opvallend monumentale voorbeelden daarvan. Maar een grondige studie documenteert het totale bestand in Beieren. Daaruit komt een ander beeld van architectuur van het nationaal socialisme naar voren: naast incidentele overmaatse gebouwen is er een veel groter bestand aan regionaal traditionele ontwerpen.

Het neo-classicisme heeft verschillende regionale trekjes. In het Rusland onder Stalin werd het een rijk gedecoreerde architectuur die ogenschijnlijk vaak op schaal 2:1 werd uitgevoerd.

In de Verenigde Staten bouwde men tot 1947 nog aan de neoclassicistische National Gallery als een ogenschijnlijk vroege voorloper van het postmodernisme. Italie bouwde onder Mussolini ook in een neo-classicistische trant die veel gemeen heeft met de architectuur van de jaren dertig in Duitsland. Het gaat daarbij om een overmaats vormgeven van gebouwen met klassieke inslag, maar ontdaan van de rijke versieringen zoals die vooral in de Sovjet Unie tot wasdom kwam, bijvoorbeeld in metrostations van Moskou.

De Duitse architectuur onder Hitler en veelal onder supervisie van architect Adolf Speer wordt naar de nationaal-socialistische machthebbers kortweg als NS-architectuur aangeduid.

Monumentwaardig

In steden zoals Neurenberg en Munchen bestaan nog altijd belangrijke fragmenten van de NS-architectuur, al werden andere delen al snel na 1945 opgeruimd, niet zelden op initiatief van de geallieerde bezetters. Met name deze twee steden zijn gedocumenteerd in het nu verschenen lijvige boek.

In Berlijn is een aantal van deze gebouwen al in de oorlog verwoest en/of daarna afgebroken.

Speer had monumentale plannen voor Berlijn die algemeen bekend werden en grotendeels papier bleven. In Beieren blijken echter ook voor verschillende steden zeer monumentale assen ontworpen, die niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd.

Direct achter de Potsdammer Platz in Berlijn treft men nog enkele NS-gebouwen aan. Een van de eerste gebouwen in deze trant staat in het oude centrum van Berlijn.

In eerste instantie werd vooral vanuit Bonn kwistig met sloopplannen voor deze gebouwen gestrooid. Politiek gezien is dat zwak om citaten uit een tragisch verleden zo grundlich te wissen, maar het is niet specifiek Duits. In Den Haag was het gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden aan het Plein een voorbeeld van imponerende en overmaatse baksteenarchitectuur. Hoewel uniek in ons land, politiek minder beladen, mocht dat toch wel opvallend makkelijk in het beschermde stadsgezicht worden gesloopt toen dat voor de uitbreiding van de Tweede Kamer beter uitkwam. Uit de ongenaakbare overmaat sprak een bijna dictatoriaal gezag van het hoogste rechtscollege. Niet geliefde architectuur is dan makkelijk te ‘wissen’.

Jongste monumenten

Met de hereniging besliste de Duitse rijksdienst voor de monumentenzorg voor een opvallend snelle en eigentijdse aanwijzing van jonge monumenten, zowel uit de Nazi-jaren dertig als DDR-jaren zestig.

Een vroeg voorbeeld is de Reichsbank, in 1933 ontworpen in een spraakmakende prijsvraag voor architecten. Er waren zelfs inzendingen van architecten als Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe. De leider van de bouwafdeling van de bank, Heinrich Wolf, was al eerder met het ontwerp bezig geweest. Hoewel zijn inzending aanvankelijk niet werd bekroond, koos Adolf Hitler persoonlijk voor dit ontwerp dat tussen 1934 en 1938 werd uitgevoerd. Het was een moeilijke bouwopdracht waarvoor de plaatselijke kelder in twee bouwlagen van beton werd gemaakt in verband met een gracht in de directe omgeving. De bovenbouw werd in staal uitgevoerd. Ziet men nu foto’s van het skelet, dan is het verwonderlijk dat er zo’n massieve gevel van natuursteen voor is gebouwd. Mies zijn ontwerp voorzag dan ook in een gordijngevel met veel glas.

Inmiddels kreeg de natuursteen het patina van de tijd en is het complex in het stadsbeeld opgenomen, eigenlijk vanzelfsprekender dan het DDR-Palast uit de jaren zestig even om de hoek. Het ging dan ook om een van de eerste voorbeelden van NS-architectuur.

Haus der Ministerien

Vrijwel direct achter de binnenkort grootste bouwput in Europa, de Potsdammer Platz, is het voormalig Reichsluftfahrtministerium, later het Haus der Ministerien genoemde complex, gebouwd. Het ontwerp van Ernst Sagebiel omvat maar liefst 2000 kantoorkamers. De ontwerper kwam overigens uit de kringen van de moderne architecten, maar paste zijn ontwerp geheel aan de NS-mode aan.

Ook dit immense complex is inmiddels als monument beschermd, en plaatselijk is de gevel al gerestaureerd. De bouwtechnische kwaliteit is goed genoeg om er ministeries in onder te brengen. Renovatie is daarbij zeker goedkoper dan nieuwbouw en op korte termijn te realiseren.

De gevels van muschelkalksteen zijn streng en hebben een grote lengte, met vier verdiepingen. Alleen de raamomlijsting springt even naar voren. Bijzondere binnenruimten komen in de gevels tot uitdrukking met grotere kozijnen en een fries erboven. De entree ligt aan een arcade. Ook hier geldt dat het natuursteen door het patina van de tijd licht vervuilde en met de betrekkelijk eenvoudige gevels in het stadsbeeld aansluit bij gesloten bouwblokken. Met name voor voetgangers ontstonden ongenaakbare straatwanden.

Daarmee heeft de Bondsrepubliek opnieuw haar moderne kant van de monumentenzorg getoond, door deze gebouwen volwaardig te beschermen. Hoewel bij het geschikt maken voor hedendaagse kantoornormen binnen de gebouwen veel gerenoveerd moet worden, verkeren de gevels in redelijke staat en is het casco doorgaans royaal gedimensioneerd. Met de ning van de gebouwen lijken er voor de Duitse rijksdienst voor de monumentenzorg dan ook geen directe budgettaire problemen op te treden.

Het nieuw verschenen boek met een inventarisatie van de NS-architectuur in Beieren doet echter wel een aantal vragen rijzen. Met name de heel monumentale gebouwen in steden als Munchen en Nurnberg zullen onder dit beleid bescherming als monument krijgen. Daar moet nogal eens wat aan gebeuren. Maar hoever moet men deze weg inslaan? Beperkt men zich tot enkele specifieke grote werken, dan doet men kleinere binnen de context van cultuurbehoud geweld aan. Ook in die klasse zal dus selectie moeten plaats vinden. Het boek geeft een gedetailleerde inventarisatie en is als zodanig interessant, omdat het eindelijk een overzicht geeft van circa 4000 kleine en grote voorbeelden, in zowel de spectaculaire voorbeelden als in meer landelijke voorbeelden van Blut und Boden-architectuur. Het boek toont aan dat er nog veel geselecteerd moet worden, en dan over heel Duitsland. Achteraf kan men er begrip voor hebben dat men in de kringen van monumentenzorg soms niet ongelukkig is dat er al veel verdween en nog gelukkiger dat veel f. ook in het overzichtsboek gedocumenteerdef. plannen niet zijn gerealiseerd. Hoewel men veel in het boek gesignaleerde plannen ook minder nadrukkelijk kan toetsen, geeft de wetenschappelijke studie van de universiteit in Munchen een bredere kijk op deze periode in de Duitse architectuur.

‘NS-Architektur in Bayern 1933-1945’ onder redactie van Win-fried Nerdinger. Uitgave: Klinkhart en Bierman, Munchen 1993. Formaat: 23 x 27,3 cm, 584 blz. ISBN: 3 7814 0360 2. Prijs: (gebonden in linnen band) 98 DM.

De voormalige Reichsbank uit 1938 ligt in het centrum van Berlijn, met rechts het lichtgetinte ministerie gebouw uit 1966. Het voormalige bankgebouw wordt opnieuw gebruikt, het DDR-ministerie staat op de nominatie om wellicht in de naaste toekomst gesloopt te worden.

Hoofdentree van het voormalige Luftfahrtministerium of Haus der Ministerien van Ernst Sagebiel, ook de architect van vliegveld Tempelhoff. Inmiddels is de restauratie van de gevels begonnen. Na renovatie wordt er vermoedelijk een ministerie in gevestigd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels