nieuws

CDA-Kamerlid Koetje leeft tussen hoop en vrees

bouwbreed

Zoals veel van zijn collega’s leeft ook het CDA-Tweede Kamerlid Helmer Koetje vandaag tussen hoop en vrees. Hoop dat het CDA toch nog al die stemmen van de zwevende kiezers zal binnen ke halen en dus 37 of meer zetels zal halen; vrees dat de sombere opiniepeilingen, die een vrije val van de christen-democraten voorspellen, zullen uitkomen. Als er inderdaad twintig zetels verloren gaan, zal Koetje, na acht jaar, de Tweede Kamer moet verlaten.

Nog maar enkele maanden geleden was de stemming nog geheel anders in Amsterdam-Zuid, de woonplaats van Koetje. “Ik ben op de kandidatenlijst als 45ste begonnen”, vertelt hij. “Dat leek destijds nog redelijk zeker. Intern werd namelijk rekening gehouden met 45 Kamerzetels. En toen ik vervolgens bij de definitieve vaststelling van de kandidatenlijst nog eens drie plaatsen steeg, had ik helemaal het gevoel van: ‘Nou, dat lukt wel. Het is nog niet helemaal aan de maat, maar ik kom wel terug’. Dat beeld is inmiddels drastisch veranderd. Als je naar de peilingen kijkt moet er nog heel wat gebeuren voordat ik rechtstreeks gekozen wordt. Als er minder dan 37 zetels worden gehaald, dan is dit het laatste gesprek dat ik als Kamerlid met Cobouw voer.”

Moeite

Koetje erkent dat hij daar best wel moeite mee heeft. “Het is zeker niet leuk, maar ik realiseer me terdege dat ik nu hetzelfde meemaak als werknemers aan de vooravond van een reorganisatie. Voor mij duurt de onzekerheid in ieder geval voort tot vanavond. En als we meer dan 37 zetels halen, maar minder dan 42, zal er nog langer sprake van onzekerheid zijn. Dan hangt immers van de formatie af of ik in de Kamer kom.”

Op de vraag waarom hij eigenlijk zo laag op de lijst terecht is gekomen, antwoordt Koetje: “Dat heeft alles te maken met de verdeling in regio’s, de verhouding man-vrouw en de religieuze achtergrond. De factoren man-gereformeerd-Amsterdam hebben in mijn nadeel gewerkt, mede omdat er al iemand anders was met diezelfde kenmerken.”

De geringe prioriteit die de politiek in het algemeen toekent aan de volkshuisvesting heeft er volgens Koetje, zelf woordvoerder VRO, in ieder geval niets mee te maken gehad. “Dat geldt zeker niet voor het CDA, want wij zijn een van de weinige partijen die wel wat over volkshuisvesting in ons programma hebben staan.”

Maar los daarvan deelt Koetje de visie helemaal niet dat volkshuisvesting een lage prioriteit heeft. “Ik heb wat moeite met die constatering. Dat is een al te enge definitie. Volkshuisvesting heeft wel degelijk prioriteit. Ik erken dat het onderwerp de tv niet meer haalt, noch de debatten tussen de lijsttrekkers. Maar de volkshuisvesting staat zeker op de agenda. Het loop alleen langs andere lijnen. Het draait niet meer zozeer om geld f. dat blijkt ook wel op bijeenkomsten in het landf. maar het gaat vooral om zaken als de asielzoekers, woonruimteverdeling, ouderenhuisvesting en de individuele huursubsidie.

Het is ook niet zo dat de volkshuisvesting alle problemen die in de wijken spelen, kan oplossen. Dat is een staaltje zelfoverschatting die historisch gezien ook niet gerechtvaardigd is. Volkshuisvesting is slechts een van de instrumenten als het gaat om de leefbaarheid in de stad.”

Dat er geen toppositie op de agenda is weggelegd voor de volkshuisvesting hangt volgens Koetje ook samen met de grote mate van politieke overeenstemming over het onderwerp. “Sommigen zullen het misschien jammer vinden, maar we toch moeten constateren dat de grote politieke partijen het eens zijn over het beleid dat staatssecretaris Heerma heeft gevoerd.”

En tenslotte merkt het CDA-Kamerlid op: “Het is ook geen schande dat er minder wordt gesproken over de volkshuisvesting, want dan gaan er kennelijk dingen goed.”

Behoudend

De politiek die het CDA voorstaat is dan ook behoudend. “Uit ons programma blijkt dat we de lijnen die Heerma heeft uitgezet blijven volgen”, aldus Koetje. “Het accent moet de komende periode worden gelegd op de locatieproblematiek, in samenhang met andere beleidsterreinen. Zo zullen we kritisch moeten bekijken of de criteria die worden gesteld aan de bodemsanering niet te star zijn. Ook dient het binnenlands bestuur erbij betrokken te worden. De reorganisatie daarvan moet krachtig worden bevorderd.”

Hij wijst in dit verband ook op de akkoorden die zijn bereikt met de stadsgewesten over de uitvoering van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. “Op de valreep hebben we akkoorden gesloten met de meeste Vinex-stadsgewesten. De basis is er dus, maar de contracten zullen nu wel moeten worden uitgevoerd.”

Volgens Koetje moet de Kamer daarop toezien.

“Er moet jaarlijks scherp naar de voortgang bij de uitvoering van de Vinex worden gekeken. Persoonlijk hoop ik niet dat er nog meer problemen bijkomen, anders zullen we ons toch moeten gaan afvragen of de Vinex moet worden aangepast. Het CDA wil op zich vasthouden aan de doelstelling uit de nota, maar als we er niet in slagen de doelen die we ons hebben gesteld te realiseren, zal er toch opnieuw over het ruimtelijke ordeningsbeleid moeten worden gepraat.”

Dat is echter nu nog een stap te ver, meent hij. “Nu gaat het erom de belemmeringen, die er procedureel en in de wetgeving zijn, weg te werken. De locaties moeten snel in ontwikkeling worden genomen. Het rijk dient daartoe in de voorwaarde scheppende sfeer faciliterend op te treden.”

Wel vindt Koetje dat de lagere overheden de problemen waar ze mee te maken hebben moeten duiden. “Het blijft op dit moment een beetje teveel in het abstracte steken, de problemen moeten eens concreet worden gemaakt.”

Vanavond is het uur van de waarheid voor Koetje. Wat gaat hij doen als de uitslag slecht voor hem uitpakt? “Ach, ik kan altijd nog terug naar Binnenlandse Zaken, maar misschien ga ik ook wel de personeelsadvertenties eens inkijken. Ik weet het dus nog niet. Ik zal mij na vanavond gaan orienteren…”

Helmer Koetje, hier op een bank aan de Haagse Hofvijver, wacht op de dingen die vanavond komen gaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels