nieuws

Bestrijding vorstverlet moet fors uitgebreid

bouwbreed

Het Risicofonds van de Stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid heeft in de winter van 1993-1994 bij elkaar f. 475 miljoen aan gedeclareerde vorstverletdagen uitbetaald. Dat is aanzienlijk meer dan de winterperiode 1992-1993 toen het Risicofonds f. 128 miljoen uitkeerde.

Volgens drs. J.J.P Schouten, directeur Beleid en Werkgeverszaken van het SFB, het bewijs dat voorlichting over het adequaat bestrijden van klimatologisch verlet noodzakelijk blijft en zeker moet worden uitgebreid.

Schouten zei dit afgelopen woensdag in Soest waar voor het vijfde achtereenvolgende jaar de Vorstverletbestrijdingsprijs werd uitgereikt.

Dit keer mocht de directie van het bedrijf Hillen en Roosen de prijs door dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter van het VNO, in ontvangst nemen. De onderneming kreeg de prijs voor het object Heineken Plein Plan in Amsterdam.

Hillen en Roosen heeft de prijs gewonnen omdat het, aldus het juryrapport, er dankzij verletbeperkende maatregelen in was geslaagd ondanks vier weken vorstverlet de stagnatie tot slechts vijf dagen te beperken.

De directie van Van Wijnen Nederland bv uit Baarn ontving uit handen van A. Visser, werknemersvoorzitter van de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid, de lustrumprijs. Deze prijs is in verband met de uitreiking van de vijfde Verletbestrijdingsprijs uitgereikt. Van Wijnen viel deze eer te beurt omdat het de afgelopen vijf jaar in totaal het hoogst heeft gescoord bij de bepaling van de nominaties voor de ‘echte’ prijs.

Zoals bekend is deze onderscheiding destijds door het Risicofonds ingesteld met als doel werkgevers te stimuleren klimatologisch verlet zo veel mogelijk te beperken en beter nog te voorkomen. In de afgelopen winter- vorstperiode werden door vorst en regen 25 tot 30 procent onwerkbare uren van de beschikbare tijd gemeten.

Verloren

Volgens Schouten betekent dit in de praktijk dat er tot 3 mei jongst leden bijna 1,5 miljoen mandagen verloren zijn gegaan. “De cijfers van de gedeclareerde bedragen van het afgelopen jaar liegen er dan ook niet om”, zo benadrukte hij.

Immers, werd in de periode 1992-1993 door het Risicofonds nog f. 128 miljoen uitgekeerd, over de afgelopen winter bedroeg dit bedrag f. 475 miljoen. “Het heeft dus nog steeds heel veel zin om werkgevers in onze bedrijfstak te wijzen op de mogelijkheden en maatregelen voor het adequaat bestrijden van klimatologisch verlet”, aldus Schouten.

Het moet volgens hem dan ook duidelijk zijn dat, als tijdens die uren toch zoveel mogelijk doorgewerkt kan worden, voor de gehele bedrijfstak een gunstige uitwerking heeft op de kosten en “een zeer gunstig effect op de produktiviteit van het individuele bouwbedrijf”.

Om dit te bewerkstelligen en om vooral ook de werkgevers over de streep te trekken gaat het Bureau Verletbestrijding het accent van de werkzaamheden van controle meer naar preventie verleggen. “Er zal meer aandacht gegeven moeten worden aan preventie in plaats van controle en aan advies in plaats van sanctie. Dat betekent”, zo verduidelijkte Schouten desgevraagd, “dat de Bouwtechnische medewerkers niet alleen vanaf het begin van de vorstperiode actief zijn maar dat ze het gehele jaar door werkgevers zullen gaan bezoeken voor advisering en begeleiding, zodat op tijd de nodige maatregelen ke worden genomen.”

Een en ander heeft tevens tot gevolg dat het Bureau Verletbestrijding in de personele sfeer moet worden uitgebreid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels