nieuws

Weldadig atelier in Scheveningse Bos

bouwbreed

Rond 1900 bouwde architect Roosenburg aan de rand van het Schevenings Bos het atelier voor de schilder Luyt. Bijna twintig jaar later volgde een woning voor mej. Luyt terwijl beide gebouwen in de jaren twintig nog eens werden uitgebreid. Het vormden bescheiden gebouwtjes waar Roosenburg later zelf met zijn gezin woonde. Sedert 1978 is Atelier PRO Architecten er gehuisvest. Aan de rand van het bos, direct naast een begraafplaats, creeerden zij een kostelijke oase om te werken, die in verschillende stadia verder is uitgebreid.

Het huis ligt direct aan de Kerkhoflaan en behield de woonfunctie, nu door Hans van Beek en zijn gezin. Het atelier lag terzijde wat naar achter op het terrein. Bij het ontstaan van het architectenbureau koos men voor de afkorting PRO. We zijn er aan gewend, het ligt goed in het gehoor, zodat er weinig tegen is. Het is de weinig voor de hand liggende afkorting van ‘Plan- en Ruimtelijke Ontwikkeling’. Omdat men in een voormalig atelier terecht kwam, werd de roepnaam van het architectenbureau Atelier PRO’.

Voor de langgerekte woning liet Roosenburg zich indertijd, evenals veel Nederlandse collega’s, inspireren door de Prairiehuizen van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Met name het flauw hellende dak met royale overstekken boven de gevels is daarvoor karakteristiek. Berlage kende dit werk van zijn Amerikaanse reis, waar hij lezingen over hield, terwijl ook een reeks opeenvolgende nummers van het tijdschrift Wendingen het werk van de belangrijke Amerikaanse bouwmeester documenteerden.

Het atelier moet minder beeldbepalend qua architectuur zijn geweest. PRO begon met een uitbreiding naar de straat toe. Passeert men een ogenschijnlijke poortdeur naar de tuin, dan staat men in een voorruimte met royaal doorzicht via een beglaasde gang, waarvan ook het dak als tongewelf in transparant materiaal is uitgevoerd. Men staat daarmee binnen, maar verkeert ogenschijnlijk nog buiten. In de loop van de tijd zijn er herhaaldelijk kleine aan- en uitbouwen gerealiseerd, deels in het terrein ingegraven voor bijvoorbeeld archiefruimten en spreekkamer. Atelier PRO bleef groeien, zodat verdere uitbouw wenselijk was, al zijn een aantal werknemers ook geruime tijd ‘om de hoek’ gehuisvest geweest.

Langzamerhand ontstond een conglomeraat van werkruimten, met niveauverschillen, al dan niet geheel of gedeeltelijk in het terrein ingegraven. Maar steeds stond als uitgangspunt het intact laten van de royale tuin, met een meer dan verdiepinghoog niveauverschil, voorop in het ontwerpen.

Uiteindelijk is de laatste uitbreiding heel ingrijpend geweest. Het bebouwde oppervlak moet hierbij verdubbeld zijn met een in plattegrond vrijwel vierkant bouwvolume. Dat is geheel ingegraven, en manifesteert zich achter de woning pas in een terreinhelling. Een glaspui die vrijwel de hele achterzijde beslaat, ligt als een hol ingegraven. De bevoorrechte werknemers werken er direct grenzend aan de pui, plaatselijke met schuivende delen, in het groen. Om de bouw mogelijk te maken, moest nogal wat grond worden verplaatst, hetgeen met shovels via een uitgegraven opening onder de woning door gebeurde, later opgevuld met een uitbreiding van de woning.

Aardig is dat men in het ontwerpproces van iedere uitbreiding rekening hield met de unieke situatie in de uitloper van het voormalige duingebied. Voor de laatste uitbreiding werd om de wortelkluit van een bestaande boom heen gebouwd. Een strook daklichten in het maaiveld legt even de bouwgrens er onder bloot, hetgeen ook elders het geval is. Een bestaande vijver keerde terug. Plaatselijk is een verdiepte patio aangebracht die er voor zorgt dat het daglicht diep in de ondergrondse ruimten penetreert. Er staan overigens weer bomen in, die via metalen roostervloer-elementen op maaiveld hoger doorgroeien. Het prachtige van deze bouwsessies is, dat men ze bijna nergens waarneemt. Voor veel hedendaagse architectuur zou dat een weldaad in de gebouwde omgeving zijn. Hier vond een bewuste integratie plaats tussen werkplek en omgeving. Slechts terloops verwijlend op het terrein komt men sporen van de werkomgeving tegen. Hier en daar wordt een niveauverschil door een plotselinge glaspui overbrugd, of door een vriendelijk stalen bruggetje met spiltrap.

Toen ik voor het eerst bij Atelier PRO op bezoek kwam, viel de ongekende transparantie op van de entree, waarbij je voortdurend twijfelde of je binnen dan wel buiten verkeerde. Met de voortdurende uitbreidingen heeft men dat in grote lijnen behouden, al staan in de grote laatste ruimte tekenaars soms wat verder van de glaspui. Het aardige is de bijna naieve opeenvolging van ‘gebouwde plekken’, zonder veel poeha, met eenvoudige middelen en zonder de vormwil waar Atelier PRO nu en dan graag gebruik van maakt. De ruimtelijke opeenvolging van plekken en overgangen er tussen, zijn er interessant. Architecten bouwen met een zekere regelmaat voor zichzelf. Zelden bereiken ze zo’n terughoudend en voorbeeldig werkklimaat.

Tuinzijde van de woning die architect Roosenburg tussen 1918 en 1920 ontwierp met op de voorgrond een bestaande boom met glasstrook naar de te uitbreiding.

Foto rechtsboven: Een aantal in tijd uiteenlopende bouwsel vormt te zamen een conglomeraat van woon- en werkruimten van Atelier PRO.

In een niveauverschil van het voormalige duinterrein aan de rand van het Scheveningse Bos treft men een glaspui naar de laatste grote uitbreiding.

Interieurfragment tijdens een expositie van eigen werk van Atelier PRO.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels