nieuws

Voorspellen levensduur dakbedekking erg moeilijk

bouwbreed

“Het voorspellen van de levensduur van dakbedekkingsmaterialen is razend moeilijk en bijna niet te doen. Dit omdat weersomstandigheden niet of maar heel gedeeltelijk zijn te imiteren”, aldus professor N.A. Hendriks van de TU Eindhoven op een bijeenkomst in Geleen.

De levensduur van dakbedekkingsmaterialen valt volgens Hendriks hooguit redelijk te benaderen door een combinatie van degelijk opgezette proefopstellingen buiten en laboratorium onderzoeken. Het blijft echter een benadering. Dit omdat het weer nu eenmaal niet is te reproduceren. Ook al leg je de fysische gegevens en eigenschappen van dakbedekking die drie tot vijf jaar aan de natuur is blootgesteld nauwkeurig vast, dan nog zijn grote afwijkingen mogelijk in eenzelfde periode daarop volgend, met hetzelfde nieuwe materiaal. De afwijking van aldus getest basismateriaal in gelijke opvolgende perioden kan volgens Hendriks tot wel 25% oplopen.

Veroudering

Desondanks willen veel fabrikanten van onder andere rubberen (epdm) en kunststof (pvc) dakbedekkingen gaarne weten hoe duurzaam het door hen ontwikkelde dakbedekkingsmateriaal is. Ze willen weten wat de samenhang is tussen het verouderingsonderzoek in het laboratorium en de effecten van natuurlijke degradatie van het materiaal.

“Het is duidelijk”, aldus Hendriks, “dat de beste manier om hierachter te komen buitenexpositie is. Om bovenvermelde redenen is het nog beter om deze buitenexpositie vergezeld te laten gaan van een laboratoriumonderzoek.

Buiten-expositie

Een buitenexpositie luistert tamelijk nauwkeurig. Een optimale hellingshoek van het proefmonster is belangrijk om de verouderingssnelheid vast te stellen. Deze hellingshoek dient te worden vastgesteld als functie van de geografische breedte afhankelijk van het seizoen.

Bij een degelijk buitenonderzoek moet rekening worden gehouden met een aantal eigenschappen die een maat vormen voor de degradatie. Dat is een aantal buitenexpositieslocaties, verschillende orientaties, een aantal proefmonsters, de reproduceerbaarheid van referentie proefmethoden en een statische interpretatie van de resultaten.

Versnellingsfactor

Met een uitgebreid programma, waarbij optimale natuurlijke degradatie-effecten worden bereikt, is het mogelijk om een versnellingsfactor te halen van maar liefst 5 a 8. “Helaas”, zo zei professor Hendriks, “kan een ontwikkelingsafdeling zich niet permitteren om enige jaren te wachten op de resultaten van een buitenexpositie-onderzoek.” Het is volgens hem ook niet geschikt voor kwaliteitscontrole of certificatie. Daarom zijn verschillende versnellende verouderingsmethoden ontwikkeld. Die zijn ook opgenomen in normen en richtlijnen, zoals de UEAtc-richtlijnen.

Deze methoden gecombineerd met de resultaten van buiten-expositie(s) gevolgd door een probabilistische analysen benaderen een redelijk betrouwbaar resultaat. Resultaten van een dergelijk onderzoek ke volgens hem nog wel enige jaren op zich laten wachten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels