nieuws

Verkeer en Waterstaat en Raad van State: Effect Nimby- en Tracewet voorlopig nog ongewis

bouwbreed

De gemiddelde realisatietermijn van een infrastructuurpo in Nederland bedraagt, voornamelijk als gevolg van inspraakprocedures, al gauw tien tot vijftien jaar. Om deze termijn in te perken zijn per 1 januari van dit jaar de Tracewet en de Nimbywet in werking getreden. Zowel Verkeer en Waterstaat als de Raad van State betwijfelen echter of deze maatregelen afdoende zijn.

Een en ander werd duidelijk op het symposium “Versnellen besluitvorming voor verkeer en vervoer”, dat gisteren in het World Trade Center in Rotterdam werd gehouden.

De belangrijkste oorzaak van vertraging bij de aanleg van infrastructuur is de weigering van de betrokken overheden om mee te werken en daartoe de noodzakelijke besluiten te nemen, zoals de bestemmingsplanherziening, goedkeuring daarvan, vrijstellingen, en bouw- en aanlegvergunningen. Dit omdat deze overheden het aan te leggen infrastructuurpo in het geheel niet willen, of omdat ze het nut ervan als zodanig wel inzien, maar een en ander niet binnen de eigen grenzen gerealiseerd willen zien (de zogenaamde ‘not in my back yard-problematiek’).

Lid van de Raad van State mr. J. de Vries liet weten een afwachtende houding aan te nemen als het gaat om het verkorten van de procedures voor de aanleg van infrastructuur als gevolg van de beide wetten die nu hun intrede hebben gedaan.

Hoofdingenieur T. van de Gazelle van de hoofdafdeling beleidsprogrammering directie Strategie en programmering van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voegde hieraan toe dat de nieuwe wetten het weliswaar mogelijk maken dat aan de regionale overheden een aanwijzing tot medewerking wordt opgelegd, maar dat het nog ongewis is of dit ook in de praktijk gehanteerd zal worden.

Verkeer en Waterstaat werkt echter ook op andere fronten aan de verbetering en versnelling van de besluitvorming. Op het financiele vlak is het ministerie bijvoorbeeld bezig met het zoeken naar alternatieve financieringswijzen. “Naast een nog alternatieve aanwending van de EG-fondsen kan onder andere pofinanciering op basis van doorberekening van infrastructuurkosten aantrekkelijk zijn. Ook is het gezamenlijk opheffen van knelpunten voor de verantwoordelijke ministers een belangrijke voorwaarde voor een snelle realisering van infrastructuurpoen”, aldus Van Gazelle.

Ingewikkeld

De Vries gaf verder te kennen dat ook de mogelijkheden van de Raad van State om procedures te verkorten beperkt zijn. In zijn taak als wetgevingsadviseur kan de raad er op wijzen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden gemaakt en dat ze beter op elkaar worden afgestemd. Als rechter, zo zei De Vries, kan de afdeling bestuursrechtspraak door een duidelijke en consistente jurisprudentie de bestuursorganen ertoe brengen zorgvuldiger met de wet om te gaan en regelmatig voorkomende fouten te vermijden. “Nog bij herhaling word ik geconfronteerd met bouw- of aanlegvergunningen waarbij verzuimd is de nodige vrijstellingen te verlenen of met een uitleg van wettelijke regels waarover in gepubliceerde uitspraken al tientallen malen de staf is gebroken. De sinds 1 januari bestaande verplichting om bij vernietiging het overheidsorgaan voor de kosten te laten opdraaien zal bestuurder en ambtenaren wellicht wat alerter maken”, aldus De Vries.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels