nieuws

Uiteenlopende vormen van stadsvernieuwing Venetie

bouwbreed

Een enkele maal was de reis naar een recent voorbeeld van stadsvernieuwing in Venetie voor niets, ondanks een selectie op verspreid gevonden documentatie. In Cobouw/Week-uit zijn recentelijk spectaculaire voorbeelden van een kasba en aan drie zijden door water omgeven nieuwbouw gepubliceerd. In dit artikel worden enkele andere voorbeelden gesignaleerd en vergeleken met de Nederlandse stadsvernieuwing.

Het geeft de architectuurtoerist af en toe een ongemakkelijk gevoel: in het verre buitenland verwijlt men onder zonnige omstandigheden in een droomstad en koestert zich temidden van afwisselende stadsbeelden. In korte tijd verbaast men zich er over architectuurverschijnselen die altijd interessanter lijken dan thuis. En als men er dan thuis de foto’s nog eens op naslaat, dat geniet men opnieuw van die specifieke, in eigen land soms onbereikbare, architectonische kwaliteit.

In Venetie had ik daar de afgelopen zomer af en toe knap last van. Verschillende vormen van stadsvernieuwing trokken de aandacht, toegespitst op nieuwbouw in oude stadsdelen. Maar ook het feitelijke bouwproces is al een avontuur, wanneer men zich realiseert hoe alle bouwmaterialen en -materieel over het water aangevoerd moet en worden. Als men door de binnenstad zwerft verbaast men zich over het consequente ontbreken van wegverkeer. Maar ook is het verbijsterend om vanaf een warm terrasje opperlui te zien slepen met iedere plank en baksteen die voor het kleinste klusje per boot wordt aangevoerd, en veelal met mankracht naar de locatie van het gebruik wordt getransporteerd. Het oefent invloed uit op het bouwen in de stad.

Bij de al even genoemde kasba (gepubliceerd in Cobouw van 21 januari), werden onderdelen van beton zoals lateien ter plaatse in een ‘veldfabriek’ geprefabriceerd omdat betonmortel makkelijker transportabel bleek dan prefab-elementen.

Openbare ruimte

Daarnaast hebben Italiaanse steden ook andere karakteristieken op stedebouwkundig gebied, niet alleen in de monumentale binnensteden, maar ook in nieuwbouwwijken en zeker in stadsvernieuwingsgebieden. De openbare ruimte is er vaak steenachtiger, met meer bestratingen en minder openbaar groen. In Venetie treft men vrijwel geen boom langs de grachten, zoals we dat in ons land veelal gewend zijn.

Dat treft men dan ook aan in een klein woongebied tegenover de eerder genoemde kasba. Zo’n woongebied van nog geen vijftig woningen biedt overwachte faciliteiten. Aan de waterkant zijn aanlegplaatsen opgenomen, die bij zo’n intensief gebruik van het water als verkeersweg geen overbodige luxe zijn. De boten worden onder de woningen vastgelegd, tussen schijfkolommen van beton.

De woningen zelf liggen rond een grote verharde binnenplaats, die vrij toegankelijk is via onderdoorgangen vanaf het eiland en vanaf het water. Deze binnenplaats was van enkele jonge bomen voorzien, maar ook van enkele met zorg ontworpen banken en verder straatmeubilair zoals een prullenbak, en een opmerkelijke overloopconstructie voor de afvoer van regenwater. Dat alles was zeker niet goedkoop qua afwerking, maar het toont een andere cultuur in het omgaan met de openbare ruimte. Zulke zaken moet men zich ter plekke realiseren, omdat zulks in ons financiele woningbouwbeleid nauwelijks haalbaar lijkt. Maar dat Nederlandse klimaat laat dan ook stedelijk groen toe dat vermoedelijk minder onderhoud vergt als in Venetie.

Op het eiland Mazzorbo in de lagune van Venetie trok een kleurig complex van circa tachtig woningen de aandacht. Daar ontvouwde zich een hedendaags dorpsstraatje waarvan de perspectieven aan beide uiteinden doorzicht gaven op het water. Maar ook achter het wijkje lag nog een insteekhaventje dat druk gebruikt werd als noodzakelijke verbinding met de stad zelf.

Het ontwerp van het woongebied is van Giancarlo De Carlo. Hij ontwikkelde met hedendaagse vormen een stukje Italiaanse stad, met de al genoemde hoofdstraat waar enkele winkels in zijn opgenomen, smalle doorgangen naar woonpleintjes die te zamen een karakteristiek nieuw stedelijk weefsel opleveren. Trappen in de woningen zijn aan de buitenzijde kenbaar door halfronde bouwvolumen, maar ook uitbouwtjes zoals erkers, entree’s met balkonnetjes er boven, dat alles vormde een nieuw stukje woonomgeving op historiserende schaal.

Het gebruik van kleur was opvallend: licht en wat gedekt-donkerder geel, groene en blauwgrijze tinten varieerden per woningen en per gevel. Eerlijk gezegd vond ik het wat aan de bonte kant… totdat we besloten om via het oude eilandcentrum in te schepen. Toen bleek het palet van De Carlo uiterst terughoudend; want zelden zag ik zo’n bont stedelijk landschap rond de grachten van Mazzorbo.

Natuurlijk kan men de foto’s achteraf nog eens bekijkend, karakteriseren als een tikkeltje kneuterig en in details overvloedig. Maar een regionale aanpassing aan de bestaande omgeving heeft toch ook bestaansrecht en overtuigde in dit kleinschalige stedelijke weefsel van bestaande centrumbebouwing en nieuwbouwwijkje.

Niet ver van het station in Venetie wees een bouwkraan boven de bestaande laagbouw de weg naar een complex nieuwe woningen. Enkele rijen min of meer evenwijdige woningen, onderling wat verschoven op een voormalige binnenterrein waar oudere bebouwing was gesloopt, waren hier zorgzaam tussen gevoegd. De bebouwingsdichtheid is relatief hoog met beneden- en bovenwoningen als maisonnettes, die ieder over eigen buitenruimten, beschikken respectievelijk in ommuurde tuintjes aan de straat en met dakterrassen. De schilderachtigheid van gepleisterde rose gevels was aantrekkelijk. Vanaf de straat bieden de ommuurde tuintjes privacy, zolang de bovenburen niet via de buitentrappen of logia’s in deze buitenruimten kijken. Maar duidelijk werd opnieuw het zoeken naar een stedelijk klimaat met een hoge woondichtheid, die niet onlogisch is voor een binnenstadslocatie.

Of we nu iets ke leren van die hoge woondichtheid betwijfel ik soms, maar als ik dan aan Schamhart en Van Beeks Cuperusduin in Den Haag denk, dan valt daarover te discussieren. De jaren zeventig met experimentele woonvormen, vaak met een wat eenzijdige nadruk op de (toen) ‘nieuwe onzakelijkheid’ of kneuterigheid ligt decennia achter ons. Maar ook in veel stedelijke situaties in ons land is inbreiding mogelijk als uitbreidingen niet langer verantwoord lijken. Tegen die achtergrond biedt de hedendaagse woningbouwarchitectuur in Venetie interessante alternatieven waarin architectonische kwaliteit is gekoppeld aan de regionale bestaande architectuur en stedelijke opvattingen.

Wonen aan het water van de lacune in Venetie, rond een verharde binnenplaats met enkele bomen en banken. De woningen op de voorgrond staan boven het water met tussen de schijfkolommen aanlegplaatsen voor eigen vervoer.

Giancarlo De Carlo ontwierp een kleine nieuwbouwwijk op Mazzorbo, met een kleinschalige hoofdstraat die aan weerskanten uitzicht op de lacune van Venetie biedt.

Een voorbeeld van een hoge woondichtheid op een binnenterrein dicht bij het station van Venetie, aan smalle voetgangersstraten met steenachtige tuinmuren, buitentrappen en logia’s met daarboven een dakterras.

Oud en nieuw ontmoeten elkaar in de woningen op een binnenterrein dicht bij het station, waar zorgvuldig enkele oude fragmenten van de vroegere bebouwing opnieuw werden ingepast.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels