nieuws

Rijksdag in Berlijn krijgt toch Fosters glazen pet

bouwbreed

De bouw en verbouwing van de -late renaissance- Rijksdag in Berlijn houdt Duitsland nu al een eeuw lang bezig. ‘Dem deutschen Volke’ staat op de gevel van de kolos uit de keizertijd. Leeg en nutteloos stond het machtige bouwwerk decennia lang naast de Berlijnse Muur en Brandenburgse Poort. Verbouwen tot een modern parlement, luidt nu de opdracht.

Dat is geen sinecure. Het gebouw blijkt vol asbest te zitten. Christo mag het nationale symbool nog twee weken lang inpakken, maar dan moeten de bouwvakkers snel aan de slag. Per slot wil ‘Bonn’ nog in deze eeuw naar Berlijn verhuizen.

Eigenlijk had architect Paul Wallot, een Rijnlander en ontwerper van de Rijksdag, zijn constructie met een glazen koepeldak boven de ingang willen versieren. Dat vond keizer Wilhelm II teveel van het goede. Dan zou de koepel op zijn Berlijns paleis niet meer de hoogste zijn geweest. De eerste strijd over het gebouw ging dus niet om esthetiek, maar om de macht van de monarch tegen de onafhankelijkheid van het parlement. Wallot moest zijn plannen wijzigen. In 1894 werd de Rijksdag officieel geopend.

Kort na de machtsovername door Hitler brak brand uit in de Rijksdag. Marinus van der Lubbe zou een daad hebben willen stellen. Dat vuur kwam Hitler uitstekend van pas. Twaalf jaar lang bleef de ruussenne ongebruikt, totdat de puinhoop in de chaos van de laatste gevechten om Berlijn nog een keer symbool werd. Het Rode Leger zag in de Rijksdag het Teken van Overwinning. Van verdieping tot verdieping werd net zolang gevochten totdat de Rode Vlag bovenop waaide.

Ook die twaalf naoorlogse jaren bleef de Rijksdag een puinhoop. In 1957 mochten architecten hun ontwerpen voor de wederopbouw voorleggen. Wederom kwam de bouw van een glazen koepel analoog het plan van Wallot ter sprake. Maar voor een dergelijke karakteristiek bovenop het tot nutteloos gedoemde relict uit een ver verleden kon het na-oorlogse West-Berlijn geen begrip opbrengen.

Functionaliteit

Waarom zou een parlementsgebouw nog een koepel hebben als teken van zelfrespect van de volksvertegenwoordiging? Waren koepels op parlementsgebouwen zoals rond de eeuwwisseling modern was f. Budapest bouwde vrijwel te zelfder tijd ook een parlementsgebouw met koepelf. geen anachronisme geworden? De generatie architecten onder wie Hans Scharoun wilde moderniseren en democratiseren. In 1945 begon het Uur Nul, ook voor de Duitse bouwmeesters. Koepel? Nonsens.

Bij de renovatie van de Rijksdag werden de voor een koepel statisch noodzakelijke fundamenten afgebroken. Functionaliteit was grote mode. Strakke, gladde ontwerpen. De architecten oogstten bijval.

De Honecker-DDR ging failliet. Bonn besloot dat Berlijn regeringszetel werd en de Rijksdag na zestig nutteloze jaren nieuwe zetel van de Bondsdag. Honderden architecten dienden hun ontwerpen ter verbouwing in. Drie werden bekroond: de Brit Norman Foster, de Spanjaard Santiago Calatrava en de Nederlander Pi de Bruijn.

Fosters ontwerp vond het warmste onthaal. Enthousiast was de jury over zijn ‘zwevend’ glazen dak van vijftig meter hoogte. Een wonder van esthetiek, meende het college tevreden. Ook Fosters onderaardse plenaire zaal leek zeer bruikbaar. De Bruijns ontwerp kreeg, na de Spanjaard, de derde prijs.

Vervelend dat de waardering voor Fosters ontwerp dramatisch is geslonken, nu vaststaat dat Fosters dak niet DM 1,1 miljard kost, zoals de architect meende, maar DM 1,3 miljard. Toch wel duur, roepen de hoogmogenden in Bonn intussen wat zuinigjes. Foster werd bevolen een ontwerp zonder glazen dak te maken. Maar… uitgerekend dat dak gaf de uitslag bij die toekenning van de eerste prijs. Honderden collega’s hadden zich vergeefs het hoofd gebroken om van dat gesteente in Keizer Wilhelm-stijl een modern, elegant en praktisch Huis van Afgevaardigden te maken.

Omstreden

De prijsrechters hadden Fosters ontwerp (‘De Oplossing van deze Eeuw’) toegejuicht. Nu blijkt het onpraktisch, optisch omstreden en onbetaalbaar. Of er niet toch een betaalbaar koepeltje op die Rijksdag kan komen, vroegen Bonn en Berlijn. Norman Foster: “Ja, maar dan moet u wel rekenen op extra kosten van rond DM 70 miljoen en een langere bouwtijd van twee jaar.” Noch tot het een noch tot het ander was men bereid.

En dus zal Foster zijn oorspronkelijk ontwerp uitvoeren. Op het dak boven de gevel van de ingang zal een soort stomp met een platte pet van glas verrijzen. Vier prijsvragen, bijna duizend architecten, bijna honderd prijsrichters en drie miljard mark bouwkosten. Foster valt niets te verwijten. Een bouwmeester kan gewoonweg niet beter zijn dan zijn opdrachtgever. Een eeuwenoude wijsheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels