nieuws

Regionale structuur blijft uit Bijscholing wordt dupe van besluiteloosheid partijen

bouwbreed

De bijscholing van bouwplaatsmedewerkers dreigt de dupe te worden van de besluiteloosheid van cao-partijen. De regionale experimenten bijscholing worden namelijk stopgezet als gevolg van het uitblijven van een beslissing van partijen over het opzetten van een regionale structuur voor scholing, vakopleiding en arbeidsmarkt.

Al in het voorjaar van 1990 spraken sociale partners in de bouw de intentie uit te komen tot een structuur waarbij negen regionale besturen, bestaande uit werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers, plaatselijk invulling geven aan het vakopleidings-, scholings en arbeidsmarktbeleid.

De regionale activiteiten van Bouw-Vak-Werk, het Scholingsfonds en de vakopleidingsinstituten SBW en SVB moeten door deze besturen gecoroterdineerd en op elkaar worden afgestemd. Zelfs was er sprake van een samengaan van deze organisaties in regionale vestigingen waardoor zowel werkgevers en werknemers een aanspreekpunt in de regio zouden hebben voor vragen en advies over genoemde onderwerpen.

Met name voor aannemers vormt de regionale bestuurlijke stroomlijning van het beleid ten aanzien van vakopleiding, scholing en arbeidsmarkt geen overbodige luxe. De regionalisering die de diverse organisaties inmiddels individueel hebben ingezet komt de duidelijkheid voor de aannemer namelijk niet ten goede.

Zo voorziet de regiocoroterdinator van het Scholingsfonds thans bedrijven op onafhankelijke basis van informatie over hoe ze een scholingsplan moeten opstellen, en verwijzen voor het gunnenven van de cursussen naar de gespecialiseerde opleidingsinstituut. Tegelijkertijd krijgen ze echter hulp bij het in de cao-verplichte scholingsplan aangeboden door de ’35b-acquisiteurs’ van de SVB, zij het uiteraard minder objectief. “verspilling van middelen en weinig efficient”, zo vinden ingewijden in de regio.

Experiment

Alom wordt de behoefte aan efficiency op dit gebied onderkend. De bouw wilde met het opzetten van deze besturen de nodige samenhang aanbrengen in de decentralisatie-operaties die de diverse organisaties reeds hadden ingezet of van plan waren in te zetten. De beslissing van partijen over hoe en wanneer de regionalisering nu daadwerkelijk van de grond moet komen blijft echter als gevolg van onduidelijke redenen uit. De bijscholing wordt hierdoor in belangrijke mate gedupeerd.

Op 1 mei van dit jaar namelijk loopt het regionale experiment van het Scholingsfonds in drie regio’s (Noordelijke provincies, Gelderland en Noord-Holland) af. Partijen hadden dit experiment twee jaar geleden toegestaan in de veronderstelling dat er bij beeindiging inzicht zou zijn in het te voeren regionale beleid.

Nu dit nog niet het geval blijkt zullen de experimenten worden gestopt of in een andere vorm worden voortgezet. De drie regiocoroterdinatoren van het Scholingsfonds (respectievelijk werkzaam in het Noorden het oosten en het noordwesten van het land) hebben echter nog geen officieel bericht gehad of hun arbeidscontract per 1 mei al of niet wordt verlengd.

Positieve rol

Het talmen van partijen is des te erger aangezien een EIB-rapport uitwijst dat de activiteiten van de regionale voorlichters van het fonds een belangrijke positieve rol spelen in de toename van het aantal scholingsdagen.

Partijen zullen op 21 april opnieuw rond de tafel gaan zitten om consensus te krijgen over de op te zetten structuur in de regio. Of er daadwerkelijk spijkers met koppen worden geslagen, dan wel een tussenoplossing wordt gekozen, is vooralsnog onduidelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels