nieuws

Monumenten vergen tien jaar lang 140 miljoen gulden extra

bouwbreed

De komende tien jaar is jaarlijks f. 140 miljoen extra nodig voor restauratie en onderhoud van monumenten. Komt dit geld er niet, dan gaan er gebouwen verloren van de nu nog ongerestaureerde monumenten die in slechte toestand verkeren.

In de nota ‘Goed gefundeerd’, die minister d’Ancona gisteren aan de Tweede Kamer toezond, geeft zij aan dat haar strategische plan voorziet in 2400 tot 3000 mensjaren werk.

De achterstand voor de periode 1995 tot 2000 is begroot op jaarlijks 129 miljoen gulden extra subsidie. Daarna is vijf jaar lang 146 miljoen gulden extra nodig. Het is een inhaalmanoeuvre door het sterk teruggelopen monumentenbudget gedurende tien jaar van circa 180 tot 95 miljoen gulden per jaar. Houdt men daarbij rekening met de indexering, dan is de jaarlijkse subsidie meer dan gehalveerd.

Wel verwacht de minister, dat deze inhaaloperatie de kosten voor monumentenzorg na 2005 doet dalen tot onder het huidige budget. Zij hoopt dan jaarlijks met 70 miljoen te ke volstaan.

Naast het voordeel in de werkvoorziening, oplopend van 2400 tot 3000 mensjaren gedurende tien jaar, tekenen zich nog enkele voordelen af. Van iedere subsidiegulden keert 60 tot 65 cent terug in de schatkist door btw, loonbelasting en dergelijke. Door de toenemende belangstelling voor monumenten krijgen deze bij juist gebruik ook positieve gevolgen voor de economie.

Taken provincie

Grotere gemeenten blijken goed opgewassen tegen de taken die decentralisatie van de monumentenzorg met zich meebrengen. Voor kleinere gemeenten ligt er een belangrijkere bemoeienis voor de provincies.

De toenemende subsidies zullen ook taakverzwaring van het Nationaal Restauratie Fonds mogelijk maken. Na 2005 ontstaat via het revolving fund een hogere opbrengst uit leningen die opnieuw voor restauratie kan worden gebruikt. Door subsidies voor tien procent om te zetten in leningen, nemen de inkomsten voor herbesteding verder toe.

Voor het onderhoud moeten eigenaren van gebouwen met een economische functie zelf op gaan draaien. Alleen voor economisch onrendabele monumenten zoals kerken, molens en kastelen stelt d’Ancona voor de onderhoudskosten van veertig tot vijftig procent subsidiabel te maken.

Het onderhoudsbudget moet daartoe verdubbeld worden tot 20 miljoen.

Bij deze begrotingen is al rekening gehouden met de stroom jonge monumenten, gebouwd tussen 1850 en 1940, die na inventarisatie nu worden geselecteerd.

NCM tevreden

De stichting Nationaal Contact Monumenten bleek op een gister gehouden bijeenkomst in Dordrecht redelijk tevreden.

Wel werd opgemerkt dat het hier gaat om een plan van de huidige minister, dat pas in werking treedt als de volgende regering dit in haar programma opneemt.

Directeur Asselbergs van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg benadrukte in Dordt het belang van ‘marktgericht monumentenbeleid’, waarbij overlevingskansen worden vergroot door gunstiger voorwaarden bij hergebruik na restauratie. Een voorbeeld daarvan vormt het sanatorium Zonnestraal dat deels verder wegrot en anderdeels wordt vertimmerd tot nieuwe functies, waarbij restauratie nog steeds op marktgericht hergebruik laat wachten.

Daarnaast kondigde Asselbergs een gefaseerde waardestelling aan voor toekomstige monumenten die in de jaren veertig en vijftig zijn gebouwd. Dat kan afbraak, verminking en verkeerd hergebruik afremmen, waardoor latere restauratiekosten beter te beheersen zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels