nieuws

Waterbeheerders weten te weinig van vervuiling

bouwbreed

Slechts weinig regionale waterbeheerders weten voldoende over de hoeveelheden vervuilende stoffen die in het oppervlaktewater terecht komen. Onbekendheid doet zich vooral voor bij de vervuiling door diffuse bronnen.

Te denken valt hier aan de landbouw met meststoffen en bestrijdingsmiddelen, het verkeer met verzurende stoffen en aan zware metalen uit bouwprodukten als zinken goten en koperen waterleidingbuizen.

Volgens de stichting Natuur en Milieu weten de meeste waterbeheerders zo weinig over diffuse vervuilingen dat regionale controle op internationaal verplichte vermindering van de watervervuiling niet mogelijk is. De organisatie deed in het afgelopen jaar met de provinciale milieufederaties onderzoek naar diffuse watervervuiling. De onderzoekers vroegen de regionale waterbeheerders om gegevens over de lozingen op het oppervlaktewater. De weerslag staat in het rapport Zat alle gif maar in zakjes.

Uit het rapport blijkt dat slechts enkele waterbeheerders redelijk goed zijn geinformeerd over vervuiling door (diffuse) bronnen. Uit hun gegevens bleek ook dat de lozing van stikstof en fosfaat als gevolg van de overbemesting in de land en (glas)tuinbouw niet echt vermindert. In enkele gevallen neemt deze vorm van vervuiling zelfs toe, ondanks de afspraak dat deze vervuiling in 1995 moet zijn gehalveerd. Het gaat daarbij niet alleen om aanpak van deze vervuilingsbronnen. Maatregelen dienen er ook te komen voor de lozing van zware metalen door rioolwaterzuiveringen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels