nieuws

Reconstructie van Bauakademie lijkt mogelijk in Berlijn

bouwbreed

In Berlijn wankelen de uitgangspunten voor monumentenzorg voortdurend. De volledige reconstructie van de Bauakademie van Karl Friedrich Schinkel is er een markant voorbeeld van, dat nog steeds ter discussie staat.

Zoals al eerder in Cobouw is gemeld, heeft men in Duitsland vaak te maken met problemen van reconstructie van (vrijwel geheel) verdwenen monumenten. In Dresden zijn twee nog overeindstaande geveltraveeen van de Frauenkirche voldoende voor herbouw als een van de vele reconstructies die in de discussies wel als geschiedvervalsing wordt aangemerkt. De inmiddels financieel vrijwel onmogelijke reconstructie van het Berlijnse Stadtschloss in het oude hart van Berlijn is er een ander voorbeeld van. De tijdelijke mock-up van op kunststofdoek geschilderde gevels, gespannen op een frame van steigerbuis, bereikte datgene wat nu juist niet beoogd was: de overtuiging dat herbouw van de oorspronkelijke gevels, laat staan het gebouw er achter, niet langer realistisch is. Integendeel, renovatie van hert DDR-Palast op een deel van het terrein van het Schloss werd bespreekbaar.

Tegenover het voormalige Stadtschloss is in de jaren zestig een ministerie verrezen, waarvan de afbraak op dit moment nog bespreekbaar is. Op een hoek van dat terrein stond ooit de beroemde Bauakademie van Karl Friedrich Schinkel. Het gebouw was door oorlogshandelingen aangetast, maar had betrekkelijk eenvoudig gerestaureerd ke worden. De politieke wil ontbrak, zodat in 1961 sloop volgde. Maar in de recente geschiedenis van de Duitse bouwkunst nam het gebouw een belangrijke plaats in. Schinkel verliet met het tussen 1832 en 1835 gerealiseerde ontwerp de neo-klassieke architectuur die veelal op de Grieken, en soms op de gotische bouwkunst was geussennspireerd. De vijf jaar eerder gereed gekomen Friedrich-Werdersche Kirche is een voorbeeld van Schinkels neo-gotiek en stond vrijwel naast de academie.

Hoewel men ook in Duitsland erkend dat reconstructie van verdwenen monumenten de eigenlijke geschiedenis van de bouwkunst ‘vervalst’, omdat de indruk wordt gewekt dat het oorspronkelijke monument nog in authentieke vorm aanwezig is, licht men daar ook weer makkelijk de hand mee. Het Stadtschloss zou (ook) op die gronden niet herbouwd moeten worden. Maar waarom dan Schinkels Bauakademie wel?

De Bauakademie bestond uit een vierkant bouwvolume van acht geveltraveeen in beide richtingen. De uitgesproken baksteenarchitectuur was qua architectuuropvatting bij wijze van spreken ongeveer even vernieuwend als de veel latere Beurs van Berlage in Amsterdam. Als zodanig nam het gebouw een belangrijke plaats in binnen de architectuur van Schinkel en de Duitse geschiedenis van de recente bouwkunst. Natuurlijk waren in de gevels invloeden uit Italie aanwijsbaar, maar er was wel degelijk sprake van een breuk met de voorgaande architectuurontwikkelingen.

Toch blijft het de vraag, of dat dan reden tot herbouw mag zijn. Het Charter van Venetie, ondertekend door veel Europese overheidsdiensten voor monumentenzorg, verwerpt reconstructie ook in die gevallen.

Maar zowel in Dresden als in het geval van het Berlijnse Schloss werd door voorstanders van herbouw aangevoerd, dat er nog authentieke bouwdelen voorhanden zijn. Van het Schloss is een geveltravee in een overheidsgebouw terzijde opnieuw gebruikt, dat weer terug zou ke keren. Ook zijn andere fragmenten als incidentele beeldhouwwerken nog voorhanden; ze zouden echter een fractie van het geheel vormen.

Baksteenarchitectuur

Voor de Bauakademie geldt dat in sterkere mate. Het overgrote deel van het bouwvolume mag zijn verdwenen, belangrijke kunstwerken zijn behouden. Onder de ramen van het gebouw werden bijvoorbeeld keramische reliefs toegepast. In de samenhang met de raamindeling ging het om steeds drie uit klei gebakken panelen, waarvoor Schinkel zelf de ontwerpen maakte en door August Kiss liet uitvoeren.

Bij reconstructie van het gebouw zou men dus de authentieke reliefs opnieuw ke gebruiken, overigens aangevuld met door de oorlogshandelingen verloren gegane exemplaren, waar wellicht nog tekeningen, schetsen of foto’s van voorhanden zijn.

Daarbij is het natuurlijk wel zo, dat alle baksteen in twee kleuren en met de nodige vormsteen voor gevelprofielen geheel nieuw aangemaakt moet worden. Dat is geen kleinigheid, al zijn we gewend om bij restauratie ook nieuw aangemaakte partijen baksteen te gebruiken als geen oude steen van gelijke vorm, kleur en textuur uit afbraak elders voorhanden is.

Daarbij komt ook hier nog dat reconstructie dan wel qua gevels denkbaar is, maar dat hernieuwd gebruik van een gereconstrueerd gebouw problemen zal opleveren. Het oorspronkelijke gebouw voorzag in een binnenplaats met rondom de vier vleugels onder naar de hof hellende lessenaarsdaken. Het ligt voor de hand dat hier een modern gebouw, wellicht met een atrium, binnen de gevels zou worden opgenomen, om het bruikbaar te maken. De reconstructie zou zich dan weer beperken tot de gevels.

Het vormt daarmee het zoveelste dilemma binnen het kader van monumentenzorg. Wanneer men nu enkele fragmenten van de Akademie in de Friedrich-Werdersche Kirche bewondert, die tegenwoordig in gebruik is als een soort Schinkelmuseum, dan kan men begrip opbrengen voor de belangrijke plaats van het gebouw en toegepaste beeldende kunst in de Duitse architectuurgeschiedenis. Maar evenzeer rijst de vraag of dat dan reconstructie rechtvaardigt. De regels van internationale monumentenzorg zijn duidelijk, maar soms rechtvaardigen historici herbouw als tastbaar bewijs van ontwikkelingen.Wellicht geeft de internationale prijsvraag voor het Mitte de uiteindelijke doorslag als de prijswinnaar daarvan herbouw onmogelijk maakt, of bezuinigingen van de rijksoverheid tot definitief hergebruik van het DDR-ministerie leidt. Dat lijkt een zwaktebod, maar is het niet even verwonderlijk dat zowel het DDR-Palast als het ministerie niet alle twee als jong monument van de DDR-periode zijn beschermd? Aan de regelgeving ligt dat niet, want er zijn talrijke gebouwen uit de jaren zestig inmiddels wel beschermd in de Bondsrepubliek, bijvoorbeeld aan de voormalige Stalin Allee. Het maakt de uitslag van de lopende architectenprijsvraag extra actueel.

Gian Paolo Semino: ‘Karl Friedrich Schinkel’ in de reeks Studio/paperbacks van uitgeverij Artemis, Zieuwerich 1993. Formaat: 16,5 x 24,5 cm, 232 blz. ISBN: 3 7608 8143 2. Prijs: (ingenaaid) Zw. Fr. 48

kader

Goed overzicht werk architect Schinkel

In de reeks goedverzorgde Studio/paperbacks verscheen een compact overzicht van het belangrijkste werk van de Duitse architect Karl Friedrich Schinkel (1781-1841). Hij heeft veel ontwerpen in de regio Berlijn gebouwd die na het wegvallen van De Muur weer makkelijker toegankelijk zijn. Zo is het voor Potsdam niet meer noodzakelijk een omweg te maken via het oude centrum van Berlijn rond het voormalige westelijke deel. Verschillende belangrijke ontwerpen zoals de Neue Wache, het Schauspielhaus, Altes Museum, de Friedrich Werdersche Kirche, nu met geexposeerde restanten van de Bauakademie die er naast heeft gestaan, vindt men op enkele minuten gaans van elkaar in het oude centrum. Met het overige werk van Schinkel zijn ze goed gedocumenteerd in het nieuwe deel van de interessante reeks boeken en zeker voor een Berlijnbezoeker bijna onmisbaar.

De Bauakademie van architect Karl Friedrich Schinkel volgens een archieffoto uit 1905 in de oorspronkelijke staat. Het gebouw werd in 1945 beschadigd en pas in 1961 afgebroken.

Een van de keramische panelen zoals die onder de ramen in de gevels van de Bauakademie waren opgenomen, ontworpen door Schinkel en in klei gemodelleerd door Agust Kiss. Nu geexposeerd in de Friedrich-Werdersche Kirche.

Interieur van de Friedrich-Werdersche Kirche, waar ondermeer een aantal behouden fragmenten van Schinkels Bauakademie zijn geexposeerd, naast verwant beeldhouwwerk. De persoonlijke neo-gotiek van de kerk is eveneens van Schinkel en kwam kort voor de Akademie gereed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels