nieuws

NVB in brief aan bewindslieden: Geen voorkeursrecht voor gemeenten bij verwerven bouwgrond

bouwbreed

Het nu op gang gekomen proces van samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven ter uitvoering van de Vinex moet niet worden verstoord door via een voorkeursrecht de positie van gemeenten op de grondmarkt te versterken. Dat is de mening van de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers, die ze in een brief hebben kenbaar gemaakt aan de bewindslieden op het departement van VROM en aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken.

Aanleiding daartoe is de roep van sommige gemeenten om hun voorkeursrecht uit te breiden tot de uitleggebieden en ook de mogelijkheden tot kostenverhaal uit te breiden door invoering van een een nieuwe belasting. aan de Tweede Kamer dat hij een wetsontwerp voorbereidt ter uitbreiding van het voorkeursrecht.

De NVB wijst er in de brief op dat zowel gemeenten als bouwondernemers/ontwikkelaars gediend zijn bij samenwerking.

Gemeenten doen dat om zo snel mogelijk tot bouwproduktie te komen teneinde tegemoet te komen aan de woningbehoefte. Bouwondernemers wensen er hun continuiteit mee veilig te stellen.

Bouwondernemers en poontwikkelaars, die in stedelijke gebieden plannen ontwikkelen, nemen toch al de nodige risico’s. Bijvoorbeeld in verband met de planologie, aldus de NVB. “Veelal heeft de door de bouwondernemers aangekochte grond niet de bestemming die noodzakelijk is om de plannen te ke realiseren. Gemeenten ke de bestemming van die gronden wijzigen.”

Geen speculatie

De NVB vindt dat er te pas en te onpas over speculatie wordt gesproken als het gaat om particuliere grondaankopen en licht dit als volgt toe:

De marktsector is inderdaad soms bereid bij de oorspronkelijke grondverwerving meer te betalen dan de gemeenten. Gemeenten zouden prijzen voor maagdelijke grond van ca. f. 15 a f. 25 per m2 aanvaardbaar vinden, terwijl de marktsector uitgaat van f. 25 a f. 50 per m2.

De kosten van de oorspronkelijke grondverwerving zijn evenwel slechts een fractie van de totale kosten en vallen in het niet bij de verkoopprijs, nadat de grond bouwrijp gemaakt is. Voor de vrije sectorwoningen in de Randstad moet gemiddeld f. 200 a f. 400 per m2 en daarbuiten f. 200 a f. 300 per m2 worden betaald.

De NVB noemt het ‘merkwaardig’ dat in de discussies over grondspeculatie het verschil tussen de koopprijs van de maagdelijke grond en de definitieve verkoopprijs van de bouwrijp gemaakte grond van soms honderden guldens niet wordt genoemd.

Verschil blijft

De vereniging van bouwondernemers denkt dat wanneer de concurrentie op de grondmarkt wordt beperkt door gemeenten een nog groter voorkeursrecht te geven, dat niet leidt tot kostenbewustzijn. De grote verschillen zullen blijven bestaan “en dat is niet in het belang van het rijk als subsidiegever en ook niet in het belang van de consument.

Samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid kan er daarentegen toe leiden dat de voor het bouwrijp maken noodzakelijke werkzaamheden tegen lagere kosten ke worden uitgevoerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels