nieuws

Middelgrote bouwers hebben zeker toekomst

bouwbreed

Er is wel degelijk toekomst voor middelgrote bouwbedrijven. Het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) vindt het tijd om tegengas te geven tegen de aanhoudende stroom sombere geluiden over deze groep aannemers in de bouw.

NVOB: “Tien jaar geleden zeiden ze dat ook al en er is niets gewijzigd. Het volgende decennium zullen er genoeg middelgrote aannemers zijn.”

Het onderzoek van KPMG naar concentraties in de Nederlandse bouwwereld roept bij het NVOB vragen op. De accountants kwamen in de studie, die op 9 februari verscheen, tot de conclusie dat een verticale integratie het beste was voor de toekomst. Eerste zin KPMG-persbericht: “Middelgrote bouwondernemingen zullen de komende jaren in grote problemen komen als zij er niet in slagen een fusie- of overnamepartner te vinden.”

“Natuurlijk ondervindt onze sector last van de economische problemen in Nederland. Als de industrie de investeringen tempert dan is dat duidelijk merkbaar in de bouwwereld. Maar het gaat te ver om te stellen, dat de bouwnijverheid in de toekomst bestaat uit gespecialiseerde kleine en grote aannemers en er geen plaats meer is voor middelgrote”, is de reactie van drs. H.P.M. Meerbach, algemeen secretaris van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid. In zijn ruime werkkamer in Baarn ligt het verhaal van KPMG binnen handbereik en tijdens het gesprek, pakt hij het met regelmaat om zijn gelijk aan te tonen. Van broddelwerk wil Meerbach niet spreken, maar hij constateert wel dat de conclusie niet is gebaseerd op cijfers uit het onderzoek. “De conclusie is gestoeld op citaten van de Commissie Nijpels en het rapport van de Adviesraad Technologiebeleid Bouwnijverheid Bouwvisie 2010. Daarnaast hebben de cijfers meer betrekking op fusies binnen de gehele bouwnijverheid dan specifiek op de middelgrote. De citaten en de cijfers zijn bij elkaar gedaan en daar is een verhaal van gemaakt.”

De meeste problemen doen zich volgens het NVOB voor binnen de kantorenbouw. “Uit het KPMG-verhaal zou namelijk de indruk ke ontstaan dat het met alle middelgrote aannemers slecht gaat en niets in minder waar”, is de dagelijkse constatering van Meerbach. “In de woningbouw en GWW gaat het goed. Kleinschalige woningbouwpoen zijn juist door dit soort bedrijven veel beter te realiseren dan door een grote aannemers. Een regionaal werkende aannemer is veel flexibeler en is beter ingevoerd. Tevens zijn er genoeg middelgrote aannemers die als hoofdaannemer werken.”

Pijnen

Krap tien jaar geleden werd over de toekomst van de middelgrote generale aannemers een even sombere toekomst voorspeld als nu. De pijn in die dagen zat bij de woningbouw en ’s lands economie zat nog dieper in de put. Vooral begin jaren tachtig gingen veel aannemers failliet omdat ze ook in poontwikkeling zaten. “In de structuur van onze sector is echt niets veranderd. Alleen zit de pijn nu in de kantorenbouw. Nog steeds is er plaats voor middelgrote aannemers en dat zal blijven”, is de ferme constatering van Meerbach. KPMG stelt dat middelgrote aannemers moeten gaan overnemen om te overleven. Ze moeten dan bedrijven verwerven die aanvullend zijn, zogenaamde verticale overnames. Meerbach: “Er is bij deze stelling een aantal kanttekeningen te plaatsen. Als een aannemer een andere aannemer overneemt, een zogenaamde horizontale integratie, dan kan men snel groeien. Het nadeel is dat er geen sprake is van toegevoegde waarde en dat het bedrijf kwetsbaar blijft voor conjuncturele ontwikkelingen. Met een verticale overname, het kopen van een andersoortig bedrijf, valt dat laatste probleem te ondervangen. Steeds vaker zie je u-bouwers installateurs overnemen, omdat een steeds groter deel van een kantoor bestaat uit installaties. Het gevaar van verticale integratie is dat de kernactiviteit kan verwateren.”

Minachting

Met minachting verhaalt Meerbach over de voorspellingen voor 1994 van het EIB, CBS en VROM. “De aannemer heeft niets aan zit soort getallen die, of te pessimistisch zijn, of te optimistisch. De aannemer is ondernemer en zal met steun van onder ander het NVOB best de weg vinden.”

“Er zijn twee mogelijkheden die men in de gaten moet houden. Men kan een produktconcept ontwikkelen die men zelf meer dan eenmaal kan toepassen. Noem dat maar een vorm van systeembouw. Het tweede is dat men een samenwerkingsverband kan aangaan met toeleverende bedrijven. Helaas wordt de innovatiekracht bij middelgrote aannemers nog onvoldoende benut.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels