nieuws

Hydrofobeermiddelen op waterbasis voldoen goed Prijs staat milieuvriendelijke gevelbescherming in de weg

bouwbreed

Niet alleen in verf, ook in hydrofobeermiddelen komen organische oplosmiddelen voor. Het zijn veel geringere hoeveelheden, maar toch gaat het om een half tot een miljoen liter per jaar. De emissie kan drastisch worden gereduceerd door de introductie van hydrofobeermiddelen op waterbasis. Na een aantal jaren praktijkervaring blijken deze even goed te voldoen. Ze zijn alleen een stuk duurder dan de traditionele produkten voor gevelbescherming.

Onbegrijpelijk vindt dr. R.B. Polder van TNO-Bouw het dat de watergedragen hydrofobeermiddelen, waarvan de eerste al eind jaren tachtig werden ontwikkeld, nog geen groter marktaandeel hebben. Onderzoek, waaraan Polder heeft meegewerkt, heeft immers al enige tijd geleden uitgewezen dat deze middelen niet onderdoen voor de traditionele gevelbeschermingsprodukten. Toch worden zij nog maar mondjesmaat verkocht. Dat zou eigenlijk niet mogen bij een overheidsbeleid dat vermindering van de emissie van vluchtige organische stoffen hoog in het vaandel heeft staan.

Hydrofobeermiddelen worden gebruikt om stenen gevels waterafstotend te maken. Daardoor wordt een muur niet meer nat en wordt de veroudering van voegen en de vervuiling van mortel en stenen vertraagd. Hydrofoberen is een behandeling die meestal wordt toegepast in combinatie met gevelreiniging. Voor een relatief geringe meerprijs kan dan het effect van de gevelreiniging gedurende tientallen jaren behouden blijven.

De traditionele hydrofobeermiddelen bestaan uit siliconen die zijn opgelost in organische oplosmiddelen. Vanwege de negatieve effecten daarvan op het milieu is gezocht naar alternatieven die water als oplosmiddel hebben. De doorbraak in het onderzoek naar watergedragen hydrofobeermiddelen dateert al van enkele jaren geleden toen micro-emulsies werden ontwikkeld waarmee volgens Polder een echt goede hydrofobering mogelijk werd.

Eerder werden ook al middelen in een waterige oplossing aangeboden, maar doordat het macro-emulsies betrof, konden de siliconendruppeltjes niet goed in de gevel doordringen. In micro-emulsies zijn de druppeltjes zo klein (30 nanometer) dat zij gemakkelijk de steen ke binnendringen en wel een voldoende bescherming geven.

Tien procent

Toch is het gebruik van watergedragen middelen nog alles behalve ingeburgerd. Opdrachtgevers houden het nog voornamelijk op de traditionele produkten.

Bij Remmers Bouwchemie BV bijvoorbeeld vormen de watergedragen produkten slechts 10 procent van de totale omzet aan hydrofobeermiddelen. Dit bedrijf uit Hoogeveen brengt in Nederland onder meer een hydrofobeermiddel op basis van micro-emulsies (Funcosil Hydro-impregnering) op de markt.

Er zijn ook collega-bedrijven die watergedragen produkten voeren, maar algemeen directeur H.A.A.J. Seinen van Remmers schat dat watergedragen produkten samen nog geen 5 procent van de totale markt voor hydrofobeermiddelen vormen. Ten dele wordt dit lage percentage veroorzaakt door de relatief korte tijd dat de produkten op de markt zijn en de onbekendheid bij opdrachtgevers. Maar het prijsverschil speelt een niet onbelangrijke rol: Remmers’ micro-emulsie is zo’n veertig procent duurder dan de traditionele hydrofobeermiddelen.

KWS 2000

En het zit er niet in dat het prijsverschil binnen afzienbare tijd wordt teniet gedaan, zoals bij verf. Hydrofobeermiddelen zijn namelijk geen onderdeel van het po KWS2000, dat de overheid in het leven heeft geroepen om de emissie van vluchtige organische stoffen te beperken. Vergeleken met de hoeveelheden organische oplosmiddelen in verf, is er bij de hydrofobeermiddelen ook niet veel winst te behalen. Maar het gaat toch om een half tot een miljoen liter oplosmiddel per jaar die door water zou ke worden vervangen.

Bovendien moeten opdrachtgevers volgens Polder niet alleen naar de prijs per liter kijken. Per vierkante meter is het prijsverschil namelijk kleiner of zijn de watergedragen alternatieven zelfs goedkoper door een geringer verbruik. Na een objectieve vergelijking van de kosten en de prestaties, bijvoorbeeld op enkele proefvakken, moet volgens Polder het produkt op waterbasis veel vaker de voorkeur krijgen dan nu het geval is. “Ik snap dan ook niet waarom ze nog niet de helft van de markt hebben veroverd”, aldus de TNO-medewerker.

Het hydrofobeermiddel wordt aangebracht met de ‘vloeimethode’.

Met behulp van het zogenaamde buisje van Karsten wordt de werking van het hydrofobeermiddel gecontroleerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels