nieuws

Hoogste houtskeletbouw wordt in Delft gerealiseerd

bouwbreed

Houtskeletbouw Alphen bouwt in Delft de hoogste hsb-torenflatgebouwen ooit in Nederland gerealiseerd. Het betreft zes honingraatvormige woontorens, die geheel in hout worden opgetrokken, inclusief de buitengevelafwerking.

Met de bouw van de zes torenflats is f. 6,25 miljoen gemoeid. Twee van de torens zijn vijf verdiepingen hoog en vier ervan hebben vier verdiepingen. Een vergelijkbaar po is in Nederland nog niet voorgekomen. De zeshoekige woontorens van hout zijn inwendig met corridors verbonden. Via de corridors kan men zich door alle zes torens bewegen. Het is een po van de Stichting Kwobeo te Haarlem . Het fraaie po is ontworpen door Architect J. Verhoeven en wordt gebouwd door Houtskeletbouw van R. van Leeuwen BV te Alphen a/d Rijn.

De flatgebouwen twee en vijf met hun vijf verdiepingen, hebben een vloeroppervlakte van ongeveer 350 m2. De vier van vier verdiepingen hebben een vloeroppervlakte van ongeveer 240 m2. Behalve dat alle gebouwen zijn opgetrokken uit houtskeletbouw, gebouwd volgens de bekende platformmethode, is ook het complete gevelwerk van hout.

“Voor de hsb inclusief de vloeren is uitsluitend vurehout gebruikt. Dat maakt het dan ook mogelijk dat we zo snel ke bouwen”, aldus directeur Ros van Leeuwen van Houtskeletbouw. “We bouwen met een snelheid van een verdieping per anderhalve dag. Alleen de gevelafwerking wordt gemaakt van Red Cedar. Dit hout blijft onbehandeld en moet door verwering zijn zilverachtige grijze natuurlijke tint gaan krijgen.”

Bij de bouw heeft de gevelbetimmering nog voornamelijk zijn oranjeachtige gloed. Het is een fraai gezicht als men over het bouwterrein loopt. De houtskeletbouwframes liggen verspreid over het terrein opgeslagen. Het geheel vormt een heel levendig beeld.

Hoger dan Dom

“Ik heb berekend”, aldus de hoofduitvoerder Henk Voskuilen, “dat als we alle vloerelementen die we in de torenflats gebruiken, opstapelen, we de hoogte van de Dom ruim zouden overtreffen”.

Als men zo de bouwplaats overziet, dan kan men met recht spreken van ‘Hout is groeiend Goud’, zoals de slogan van de houtwereld luidt. De gloed die van de zeskantige torens uitstraalt en van de vloer en gevelelementen, die overal staan en liggen, versterken dit beeld.

De torenflats bevatten in totaal 46 woningen. Er zijn zowel twee, vier of zeskamerwoningen. Daardoor zal de bewoning zeer gemeleerd zijn, zowel in leeftijdsopbouw als gezinsgrootte.

Dat een dergelijke veelzijdige bewonerssamenstelling ook is gepland, blijkt uit het feit dat toren twee een centrale functie in het geheel vervult.

“Hier zijn dan ook de meeste gemeenschapvoorzieningen in opgenomen”, aldus Van Leeuwen. In dit gebouw zijn onder andere een sauna, groepsruimten, kinderopvang, ateliers en winkels ondergebracht. Dit gebouw is ook als enige voorzien van een lift tot en met de vijfde verdieping.

Op het dak wordt een gemeenschappelijk te gebruiken terras aangelegd. Dit dakterras is geheel omgeven door de daken in lessenaaruitvoering van de omliggende torenflats.

De daken van de hsb-zolderverdiepingen zijn overigens bezet met RBB betondakpannen Tule du Nord, in anthracietkleur. De dakconstructie bestaat ook uit houten dakelementen en is geisoleerd met 120 mm dik glaswol. Men kan ook via het dakterras van flatgebouw een naar zes lopen.

Berekeningen

“Gebouw twee is eigenlijk een beetje uit zijn krachten gegroeide versie van de andere vier”, zo zei Voskuilen. De zeskant is dan ook niet regelmatig van afmetingen. Dat maakt ook het berekenen van de vloer- en wandelementen niet eenvoudig. Toch komen er geen missers voor.

Volgens Van Leeuwen worden alle berekeningen geheel via de computer uitgevoerd. De berekeningen van de elementen gaan op een floppy naar de fabriek. Aan de hand van de berekeningen worden de elementen kant en klaar en volautomatisch ‘in elkaar geschoten’.

Ze verlaten kant en klaar inclusief ramen en deuren de fabriek en worden op het werk afgeleverd, waarna de complete elementen in de bouw op hun van te voren bepaalde plaats worden aangebracht.

De torens worden opgebouwd op een traditioneel gestorte en onderheide betonnen vloer. Daarop worden een zestal stalen kolommen van 210 mm diameter geheel gevuld met beton verankerd. Op deze stalen kolommen komen de verdiepingsvloeren te rusten.

De vloer

De vloer bestaat uit houten elementen, die via lateien op de kolommen rusten. Deze vloervelden worden, aldus Voskuilen, naar de houten gevelelementen geleid, waar ze op worden gelegd (platformmethode).

De elementen bestaan uit balken van 23,5 x 38 mm met multiplex vloerplaten van 19 mm, die daarop zijn verlijmd en vernageld. Per verdieping zijn zo’n 28 a 36 elementen gemonteerd. De verdiepingsvloeren worden geisoleerd met 100 mm dik glaswol.

Aan de plafonds, gevormd door de vloer, brengt men het stalen 60/27 systeem aan. Dit zijn stalen U-vormige profielen, die met noniushangers aan de vloer worden opgehangen. Tegen deze stalen constructies wordt het ‘vrijhangend’ plafond aangebracht bestaande uit twee maal 12,5 mm met glasvezel versterkte gipsplaten.

Bij het aanbrengen van de woningscheidende- en tussenwanden worden de houten stijlen verspringend vastgezet. Dit ter vermijding van geluidoverdracht. De stijlen worden aan beide zijden bekleed met eveneens dubbele, met glasvezel versterkte gipsplaten. De tussenruimte wordt opgevuld met isolerend glaswol. Zowel de bovendorpels als onderdorpels van de wandconstructie zijn afgezet met foamband. Dit ter voorkoming van kraken en ter reducering van het contactgeluid tussen de verdiepingen.

“De stijlen zijn heel verschillend van samenstelling en dikte, afhankelijk van de functie van de wanden”, aldus Voskuilen.

Wirwar

Als men de bouw betreedt wordt men getroffen door de wirwar van stijlen en is men zich bewust van de scherpe logistiek, die op een dergelijke bouw moet zijn losgelaten om de bouw doeltreffend voortgang te laten vinden. Veel stijlen zijn gemaakt van gevingerlast hout. De leidingen voor water en elektriciteit worden spelenderwijs in de wandconstructies geintegreerd. Dat is het voordeel van houtskeletbouw.

Ook de gevelelementen worden geheel compleet met vurehouten dubbelglasramen en deuren op het werk aangeleverd en geplaatst. Ze zijn 8,56 meter breed en voor gebouw twee zelfs 12,5 meter.

De buitenwanden van hout zijn geisoleerd met maar liefst 120 mm glaswol. Aan de binnenzijde zijn de stijlen afgewerkt met twee maal 15 mm van voornoemde gipsplaten.

Red Cedar

De buitenzijde is voorzien van de eerder vermelde Red Cedar betimmering. In de gevelelementen zijn zogenaamde Franse balkonnetjes opgenomen waarop de eveneens vurehouten openslaande deuren uitkomen. De deuren en ramen zijn in fraaie blauw- en rose tinten in de gevelelementen opgenomen. Op de begane grond worden de honingraadtorens afgewerkt met stucwerk. Dat geldt ook voor enkele eerste verdiepingen, die gedeeltelijk of geheel van stucwerk in kleur worden voorzien.

De thermische isolatie van de gebouwen is van dien aard, dat volstaan kan worden met kleine en dunne plaatradiatoren. In het hele complex zijn slechts acht centrale verwarmingsunits van 40 kW opgenomen verdeeld over twee torens.

Deze acht Turbo Nefit ketels zorgen voor de totale verwarming en warmwatervoorziening in de gebouwen. De brandwerendheid van het complex bedraagt volgens Ros van Leeuwen 90 minuten.

Per anderhalve dag wordt een verdieping in hsb glas- en waterdicht opgeleverd.

Torenflatgebouwen in Delft geheel van houtskeletbouw zijn tot en met vijf verdiepingen hoog.

Doorkijkje op verdieping van een van de zes honinggraadvormige houtskeletbouw woontorens van R. van Leeuwen in de ruwbouwfase.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels