nieuws

Europees Sociaal Fonds blijft open voor Zuid-Holland

bouwbreed

De provincie Zuid-Holland blijft in de komende jaren aanspraak maken op steun uit het Europees Sociaal Fonds. In 1993 reserveerde dit fonds voor Nederland f. 284 miljoen, waarvan Zuid-Holland f. 58,7 miljoen kreeg. In de periode 1994-1999 gaat het om ruim f. 2 miljard. Voor Zuid-Holland komt dat neer op ongeveer f. 400 miljoen.

In de Europese Structuurfondsen is verder 9 procent van het totale budget oftewel f. 33,6 miljard gereserveerd voor de communautaire initiatieven. Zuid-Holland zou daarvan gebruik ke maken van het initiatief voor de grote steden.

In 1992 en 1993 dong Zuid-Holland naar steungelden uit de Europese Structuurfondsen, zo antwoordden GS op vragen van leden van de PvdA-fractie in Provinciale Staten. In juli 1993 verzocht het ministerie van Economische Zaken de provincie mee te werken aan het opstellen van de aanvragen aan de hand van de criteria die de Europese Commissie hanteert.

Basisvoorwaarden

De toestand in Zuid-Holland kwam echter niet overeen met de basisvoorwaarden. Een aanvraag komt voor behandeling in aanmerking wanneer de gemiddelde werkloosheid over 1990, 1991 en 1992 boven die van de Europese Unie ligt.

Daarbij moet het aandeel van de industrie in de werkgelegenheid hoger zijn dan in de Europese Unie en moet er sinds 1975 een aanmerkelijke afname van de industriele werkgelegenheid optreden. Slechts een gebied voldeed aan deze voorwaarden.

Met EZ diende Zuid-Holland aanvragen in aan de hand van twee aanvullende criteria. Het ging hierbij om streken met vervallen industrieterreinen en stedelijke gebieden met een gemiddelde werkloosheid over de jaren 1990, 1991 en 1992 die 50 procent boven die van de Europese Unie ligt. De aanvraag betrof Rotterdam.

Verder is in augustus 1993 overleg gevoerd met de zeventien gemeenten uit Rijnmond en Zuid-Holland Zuid; streken met vervallen industrieterreinen. Dat resulteerde uiteindelijk in een aanvraag voor het gebied Rijndelta-Industrieel.

Afwijzing

De Europese Commissie meende er evenwel goed aan te doen Rijndelta-Industrieel niet in aanmerking te laten komen voor een bijdrage. Over deze beslissing toonden Gedeputeerde staten zich verontwaardigd.

Het dagelijks bestuur van Zuid-Holland ontving tot op heden geen informatie van de staatssecretaris van Economische Zaken over de precieze criteria en de gegevens per regio die tot de afwijzing leidden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels