nieuws

Ene toeleveringsbedrijf is andere niet

bouwbreed

Het ene toeleveringsbedrijf is het andere niet, zoals iedereen in de bouw weet. Daarom is het aardig de gemiddelden voor de verschillende produktiebedrijven, gegroepeerd per industrietak, te vergelijken. De resultaten in de diverse sectoren lopen sterk uiteen.

Voor de vergelijking zijn enkele grotere toeleveringsindustrieen gekozen: de betonwarenindustrie, de betonmortelcentrales en de industrie van asbestcementwaren en mineraalgebonden bouwplaten. Uit de produktiestatistieken van ons onvolprezen CBS ke verschillende kengetallen worden berekend, die de onderlinge verschillen duidelijk laten zien. Deze industrieen zijn om te beginnen zeer ongelijk van omvang. Betonwaren worden door meer dan 100 bedrijven geproduceerd met tezamen ruim 10000 werknemers. Er zijn echter slechts rond 30 betonmortelcentrales in de statistiek opgenomen, met in totaal ruim 1500 werknemers. Mineraalgebonden bouwplaten worden door slechts een zevental bedrijven vervaardigd. Er werken hier zo’n 850 mensen.

Grote lijnen

Door de grote onderlinge verschillen heeft het weinig zin de absolute getallen van de bedrijfstakken naast elkaar te zetten. Ook de gemiddelden per bedrijf geven, door de uiteenlopende grootte ervan, niet zoveel inzicht in de economische uitkomsten. We hebben daarom enkele kengetallen per werknemer berekend (zie tabel).

Voor de vergelijking gaan we niet in op detailontwikkelingen in de afzonderlijke bedrijfstakken, zoals bijvoorbeeld de in veel gevallen afwijkende uitkomsten in 1991. Het gaat hier om de grote lijnen. Het eerste wat opvalt is de verschillende bedrijfsgrootte: asbestcementwaren worden in gemiddeld tweemaal zo grote bedrijven geproduceerd als betonmortel. De gemiddelde omvang van deze bedrijven is echter de afgelopen drie jaar sterk gedaald. Die in de beide andere bedrijfstakken vertoont veel geringere fluctuaties.

De industriele verkopen per werknemer zijn voor betonwaren en voor bouwplaten jaarlijks ruim twee ton, waarbij globaal een stijgende lijn is te onderkennen. Het overeenkomstige cijfer in de betonmortel ligt bijna tweemaal zo hoog, maar daar is een lichte daling te zien. De toegevoegde waarde per werknemer is hier echter het hoogste, zij het eveneens licht dalend. In de beide andere industrieen ligt dit kengetal rond een kwart (betonwaren), tot de helft (bouwplaten) lager. De druk op de bouwmarkt van de laatste jaren en de daarmee samengaande prijsconcurrentie hebben duidelijke gevolgen gehad voor het rendement in de hier getoonde bedrijfstakken. Het bruto bedrijfsresultaat van de betonmortelcentrales was in 1992 ten opzichte van 1990 maar liefst 23% lager. Omdat het aantal werknemers toch nog wat hoger was, lag het resultaat per werknemer in 1992 26% beneden dat in 1990. In de betonwaren kon een 6% hogere toegevoegde waarde worden bereikt, waardoor de druk op de resultaten beperkt bleef tot 4%. Ook hier was het aantal werknemers in 1992 wat (3%) hoger dan in 1990, zodat het resultaat per werknemer tenslotte nog 6% lager uitkwam.

Voor asbestcementwaren en bouwplaten ziet het er vooralsnog niet zo best uit. Het aantal werknemers was in 1992 zo’n 10% minder dan in 1990. Verkopen en toegevoegde waarde waren echter ook flink gedaald met resp. 4% en 22%. De toegevoegde waarde per werknemer was daardoor nog 14% lager dan in 1990. In dat jaar was het resultaat voor belastingen voor alle bedrijven al f. 13 miljoen negatief, in 1992 was dat opgelopen tot f. 32 miljoen negatief. Per werknemer kwam het bruto resultaat in 1990 nog uit op plus f. 15000, in 1992 was dat f. 4000 negatief. Als de markt voor dit soort produkten niet flitsend snel aantrekt, zullen verdere saneringsmaatregelen in deze bedrijfstak niet uit ke blijven, ook al heeft zich in 1992 een lichte verbetering t.o.v. 1991 voorgedaan.

tabel.

Enkele toeleveringsindustrieen voor de bouw, aantallen bedrijven met 20 of meer werknemers en kencijfers per werknemer, 1990-1992

(bedragen x f. 1000) Betonwarenindustrie (SBI 32.51) 1990 1991 1992 aantal bedrijven 107 111 109 werknemers/bedrijf 95 93 96 verkopen/werknemer 219 225 231 toegevoegde waarde/werknemer 89 90 94 bruto resultaat/werknemer 34 32 32

Betonmortelcentrales (SBI 32.53) 1990 1991 1992 aantal bedrijven 28 26 31 werknemers/bedrijf 55 58 52 verkopen/werknemer 425 423 419 toegevoegde waarde/werknemer 132 125 123 bruto resultaat/werknemer 66 57 49

Asbestcement- en mineraalgebonden bouwplatenindustrie (SBI 32.52 & 32.54) 1990 1991 1992 aantal bedrijven 7 7 8 werknemers/bedrijf 135 124 107 verkopen/werknemer 217 215 231 toegevoegde waarde/werknemer 73 58 63 bruto resultaat/werknemer 15 -5 -4 Bron: CBS

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels