nieuws

EIB ontwikkelt nieuwe bouwindicator Dieptepunt gepasseerd in bouwconjunctuur

bouwbreed

In het eerste kwartaal van dit jaar is het dieptepunt in de bouwconjunctuur gepasseerd. Tot deze conclusie komt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB), dat voor de bedrijfstak een nieuwe conjunctuurindicator heeft ontwikkeld. Hoe sterk het conjuncturele herstel zich in de rest van 1994 zal voortzetten, wordt echter niet aangegeven. Opvallend is volgens het EIB dat de lage rente er niet in slaagt de bouwconjunctuur weer tot bloei te wekken.

Volgens het EIB voorspelt de nieuwe indicator de conjuncturele ontwikkeling van de bouwnijverheid twee kwartalen vooruit. De prognose is gebaseerd op drie relevante economische reeksen: het volume van de verleende bouwvergunningen voor de burgerlijke en utiliteitsbouw, de uitkomsten van de enquete van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder consumenten naar het economisch klimaat en tenslotte de uitkomsten van de conjunctuur-enquete onder het Duitse bedrijfsleven.

Een goede indicator, die in staat is omslagpunten van een opgaande naar een neergaande conjuncturele ontwikkeling te voorspellen, wordt door het EIB van groot belang voor de bouw geacht:

“Een vroegtijdige signalering van de omslag in de bouwconjunctuur kan ertoe bijdragen dat de participanten in het bouwproces anticiperen op de wijzigende omstandigheden.”

Van belang

De informatie die met de door het EIB ontwikkelde indicator beschikbaar komt, kan velerlei partijen ten dienste zijn. “Overkoepelende werkgeversorganisaties ke hun leden tijdig adviseren om hun strategie aan te passen aan de nieuwe situatie. Voor werknemersbonden kan de informatie nuttig zijn bij het stellen van prioriteiten inzake loon- en werkgelegenheidsontwikkeling. Voor (toekomstige) opdrachtgevers en financiers van bouwactiviteiten kan een beter inzicht in de conjunctuur bijdragen aan het tot stand komen van investeringsbeslissingen. Beleidsmakers van overheidswege ke in het kader van een anti-cyclisch conjunctuurbeleid trachten om geplande investeringen naar voren te halen. Tevens kan men vroegtijdig de geraamde ontvangsten in het kader van de winstbelasting bijstellen”, aldus het EIB.

Volgens het instituut groeit de belangstelling voor de analyse van conjuntuurbewegingen in de bouw. Dit komt duidelijk naar voren uit het feit dat er sinds 1991 drie indicatoren min of meer regelmatig worden gepubliceerd.

Alle gebaseerd op de zogeheten niet-causale methode, waarbij de beschouwing van de conjunctuurbewegingen als zodanig centraal staat en niet de achterliggende oorzaken. Het EIB heeft die indicatoren onderzocht.

Erasmus

De Erasmus Universiteit heeft een lang en een kort voorlopende bouwconjunctuurindicator ontwikkeld op basis van een Amerikaanse (NBER) methode. De bruto-investeringen in bouwwerken met als herkomst de bouwnijverheid fungeren als referentiereeks. De lang voorlopende indicator voorspelt de bouwconjunctuur vier kwartalen vooruit. Het EIB heeft de indruk dat “vooral gezocht is naar een statistische samenhang, waarbij de economische samenhang van secundair belang is”. In het verlengde daarvan uit het EIB kritiek op het opnemen van de reeks geannuleerde opdrachten bij architectenbureaus in de indicator: “Het individueel opnemen van deze reeks is bezwaarlijk omdat hiermee geen gewicht gegeven wordt aan het aantal nieuw aangemelde opdrachten. Bij een groeiend aantal nieuwe opdrachten kan een toeneming van het aantal annuleringen namelijk een vals signaal afgeven over de toekomstige conjuncturele ontwikkelingen in de bouw”.

Volgens het EIB is de voorspelkracht van de indicator van de EU aan enige twijfel onderhevig.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels