nieuws

BMB ’95 vergroot optimale milieukundige aanpak

bouwbreed

De afspraken uit de Beleidsverklaring Milieutaakstellingen Bouw (BMB’95) zullen samen met de regelgeving de komende jaren de noodzaak van een optimale milieukundige aanpak vergroten. Dat lukt evenwel alleen wanneer milieu-adviseurs daaraan meewerken. Die zullen een grotere integratie tot stand moeten brengen en zichzelf een grotere bekendheid geven bij architecten en opdrachtgevers. Op die manier ontstaat duidelijkheid welke ondersteuning ze in welke fase ke geven. Alleen zo lukt de succesvolle overstap van kleinschalige en milieubewuste demonstratiepoen naar een grootschalige aanpak.

Ir. P. Blesgraaf van het gelijknamige Bureau voor Bouwen en Milieu noemde het op een bijeenkomst in Utrecht naief te veronderstellen dat milieu als gevolg van het BMB ’95 voortaan het ontwerpen bepaalt. Als oorzaken noemde hij het grote aantal partijen, de veelal gebrekkige communicatie tussen die partijen en de verscheidenheid aan organisatievormen. Te denken valt ook aan het streven naar prestatiebeheersing, verschuivingen in de verantwoordelijkheden van de partijen en de invoering van het Bouwbesluit. Bij dit alles komt nog de druk op het tot standbrengen van milieukwaliteit. Het tegen elkaar afwegen van verschillende milieu-aspecten maakt deze kwestie nog ingewikkelder.

Praktijk

Ontwerpers en adviseurs moeten volgens Blesgraaf de kennis die demonstratiepoen opleverden verwerken in hun dagelijkse praktijk. Over blijft dan de vraag hoe dat verwerken moet gebeuren. De milieu-advisering kent echter verschillende specialisten die elk hun eigen specifieke kennis op de architect moeten overdragen. Deze moet daaruit relevante informatie destilleren. Iets wat niet zelden tot problemen leidt. Het inschakelen van een milieu-adviseur gebeurt niet op basis van voorschriften. Vrijwel geen adviseur is strikt noodzakelijk om een plan besteksgereed te maken.

Een milieu-adviseur treedt vaak pas dan aan wanneer aanvragers van een bouw- of milieuvergunning moeten aantonen dat aan de minimale eisen volgens de Woning- of Arbo-wet of de Wet milieubeheer is voldaan.

Architect en milieu-adviseur hebben volgens Blesgraaf blijkbaar ook nog niet voldoende vuistregels ontwikkeld die de jarenlange samenwerking met andere adviseurs wel opleverde. Schijnbaar eenvoudige milieuvuistregels worden regelmatig onjuist gesteld of verkeerd geinterpreteerd. De milieu-adviseurs ke daar zelf het nodige aan verbeteren door onder meer naar een grotere integratie te streven.

Opdrachtgevers en architecten ke eerder besluiten de hulp in te roepen van een milieu-adviseur. Instellingen voor onderzoek ke het hunne doen om de resultaten van hun werk tijdens de voorbereiding van het bouwproces in praktijk te laten brengen. Regelgeving is geen garantie voor een milieu-optimaal ontwerp. Het biedt alleen een kader voor de minimaal te realiseren kwaliteit.

Projectleider ir. L. Hendriks van de SBR noemde draagvlak, betrokkenheid en inspiratie sleutelbegrippen bij het organiseren van die kwaliteit. Milieu moet een logisch en integraal onderdeel vormen van bouwen en huisvesten en niet op zichzelf staan. De ontwerper speelt in deze een belangrijke taak die hij pas dan optimaal kan uitvoeren wanneer hij de achtergrond van de opdrachtgevers en hun houding tegenover milieubewust bouwen kent. Noodzakelijk is verder de kennis van de aspecten die inhoud geven aan het begrip ‘integrale kwaliteit’. Dat laatste is een gezamenlijke verantwoordelijkheid die het nodige aan voorbereiding vraagt om tot een eenduidige visie op het bouwproces te komen. Een geinspireerde samenwerking leidt tot creatieve oplossingen waarbij het gezamenlijk bewandelen van onbekende wegen niet zelden tot succes leidt.

Los Angeles

Volgens ir. P. Vollaard gaat de discussie over duurzaam bouwen veelal voorbij aan de eindigheid van beschikbare bouwgrond. Het is in beginsel mogelijk het bestaande bebouwde oppervlak in Nederland te verdubbelen of te verdriedubbelen. Als de laagbouwwijk ook in de toekomst de norm blijft bij planologische ontwikkelingen dan verandert de Randstad in een verzameling aaneengesloten voorsteden. Ook de milieubewuste voorbeeldwijken hanteren de laagbouw als norm. Op korte termijn moeten er alternatieve woningbouwmodellen komen die voorkomen dat Nederland de stedebouwkundige vorm van Los Angeles aanneemt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels