nieuws

Alvaro Siza distancieert zich bij gebrek aan Haagse betrokkenheid

bouwbreed

De Portugese architect Alvaro Siza heeft na zijn derde gerealiseerde ontwerp in de Haagse Schilderswijk de gemeentelijke Berlageprijs in ontvangst genomen. Maar van een vervolgopdracht zag hij af omdat Siza met de distantie van een buitenlandse architect constateerde dat de betrokkenheid van de gemeente tekort schoot. Men wilde wel ontwerpen van Siza, maar wenste niet het prijskaartje van zijn architectonische kwaliteit te honoreren.

De Portugese architect Alvaro Siza heeft met zijn derde po in de Schilderswijk zijn Nederlandse collega’s opnieuw een les stadsvernieuwing gelezen. In 1984 ontving hij de eerste opdracht voor woningbouw op de hoek van de Vaillantlaan en de Parallelweg. Beide blokken ‘de punt’ en ‘de komma’ zijn voor hun tijd in de Haagse stadsvernieuwing een verademing in het kleinschalige geschutter dat de Nederlandse stadsvernieuwing in die tijd markeerde. Overigens waren inspraak en politieke druk daar vaak aanleiding toe.

De woningbouw van Alvaro Siza viel daarin op als een herhaling van de standaard gevelkozijnen in baksteenarchitectuur met goede verhoudingen. In de beste gevels ontbreken vormwil a la de stadsvernieuwingsmode, op hoeken zijn soms terughoudende versieringen aangebracht met siermetselwerk en soms wat uitbundiger met platen lichte natuursteen, aangevuld met wit verglaasde baksteen. Vooral de natuursteenvlakken nodigen uit tot graffiti; hoekoplossingen waren soms zwak. Maar nogmaals, architectonisch een verademing tussen de speklagen, afwisselende kozijnvormen en verder exhibitionisme uit de jaren tachtig. Maar ook de plattegrondontwikkeling was spectaculair. Al met al een goed voorbeeld dat de Portugese architect zijn Nederlandse collega’s voorhield.

Een kuitenflikkertje vormde de twee winkels met bovenwoningen op een parkeergarage in dezelfde wijk. Een vrolijk collage van Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen.

Inmiddels kwam een nieuw ontwerp gereed langs de Hoefkade bij de Doedijnstraat. Het ging om 238 woningen, deels in vier lagen en in twee lagen met een kap. Aan de Hoefkade zijn winkels aan een arcade opgenomen. In feite ging het om een ladeplan, want de goed bevallende woningen werden verbeterd herhaald. Zorgvuldig aangepast ontstond het plan met honderd varianten. Het vormt opnieuw een verademing. Maar daar moet men wel mee oppassen, want Weebers Zwarte Madonna heeft ons geleerd, dat minimalisme in de architectuur bij een groot publiek makkelijk in ongenade valt, hetgeen niet alleen aan de zwarte dubbelhard gebakken tegeltjes en een enkel verwaarloosd detail kan liggen. Dat roept terughoudendheid op, als je het tamelijk nauwe straatprofiel bekijkt met die vlakke baksteenvolumes, waar de Haagse (open) portieken messcherp ingesneden zijn.

Maar met haakse bouwblokken werd Siza minder vrijheid gelaten tot minder gelukkige hoekoplossingen zoals in het eerste plan. Het straatbeeld lijkt me niet meer dan men van een stadsverniewingsarchitect vraagt: eenvoudige woningbouw van goede verhoudingen met uitstekende details.

Een enkele bijzondere behandeling doet wat naief aan: de gebogen uitsnijdingen van de arcade aan de Hoefkade zijn grof en enkele topgevels aan twee blokjes woningen in twee bouwlagen met een kap zijn ongeloofwaardig. Hier is Siza niet langer zichzelf en zoekt referenties in de architectuurgeschiedenis, regionaal en verder weg. De Portugees is nog boos over pannen op enkele hellende daken in plaats van door hem voorgestelde platen licht geprofileerd metaal. Ik kan me die keuze van de opdrachtgevende woningbouwvereniging ‘s-Gravenhage wel voorstellen.

Maar verrassend is de wijze waarop de achterkanten van de woningen zijn behandeld. Het gesloten bouwblok is zeker voor een stadsvernieuwingsgebied tamelijk groot. Daarin is een parkeergarage voor ruim vijftig auto’s opgenomen, zodat veel auto’s in de relatief smalle straten verblijven. Maar van die parkeergarage is een stukje environmental design gemaakt. Hellingbanen leiden naar het deels bestrate dak (verdulleme betontegels in plaats van baksteen moppert Siza) met in het midden een groenperk en boven de ventilatieroosters een extra opbouw.

Aan de achtergevels is niet minder zorg dan aan de straatzijde besteed. Met name de hoekoplossingen zijn vaak heel bewust vorm gegeven, soms door een travee van de bovenste bouwlaag weg te laten. De woningen hebben hier balkons en op het maaiveld een stukje eigen tuin, plaatselijk met scheidingen van metselwerk. Als de bewoners dat willen, kan hier een groene idylle ontstaan, notabene om het geparkeerde blik! Het legt wel een claim op het bewonersgedrag, inclusief de kinderen die er ke spelen of zich vervelen. Siza nam plaatselijk banken in het metselwerk op en heeft hier meer gedaan dan zijn Nederlandse collega’s doorgaans konden verzinnen. We ke daar veel van leren, maar moeten dan naar goed gebruik bij ‘wethoudersarchitectuur’ van bekende buitenlandse architecten ook wat meer geld uit willen geven, hetgeen op dit moment geen welkome optie is in huisvestersland. Daaraan heeft Siza zich ernstig gestoord. Het is het recht van een primadonna architect, ook als die uit Portugal komt. Bovendien werden zijn aanwijzingen voor een stuk wijkgroen niet gehonoreerd. Dus heeft hij een vervolgopdracht geweigerd. De meastro uit Porto verwees de opdrachtgever naar zijn Nederlandse medewerkende architecten Geurst & Schulze.

Dat zet een vraagteken bij betrokkenheid en distantie van Siza. Het is jammer voor de Schilderswijkers en hun woningbouwvereniging die ook niet anders kon. Maar Siza las zijn Nederlandse collega’s en de Haagse bestuurders de les en kan dat niet eeuwig blijven doen bij afnemende betrokkenheid.

In het prachtig verzorgde boekje ‘Betrokkenheid en distantie’ bij de Berlageprijs, doceert Siza nog even verder. ‘Je kunt de stad geen denkbeeldige geschiedenis opdringen’ is een hoofdstuktitel; de heer Vandenhove kan het daarmee doen omdat diens “historische verwijzingen… geen verwijzingen naar de geschiedenis van de Schilderswijk zijn.” Dat geldt wellicht ook voor Jo Coenen zijn Vaillantlaan waarbij Siza bijna lichtelijk jaloers constateert dat er “om redenen van representativiteit extra geld is geinvesteerd.”

De Berlageprijs werd Siza terecht verleent, nu de Nederlandse beroepsvereniging buitenlandse kwaliteit weifelend erkent; laat zij niet vergeten dat de opdracht tot stand kwam op grond van architectonische kwaliteit zonder inmenging van ministeriele wervingsacties zoals WVC voor de BNA-kar in het buitenland zou moeten propageren. In de begeleidende publikatie ‘Betrokkenheid en distantie’ van Ruud Ridderhof is recht gedaan aan Siza’s opvattingen en kritiek op het optredend verval van ambities in de stadsvernieuwing.

Het fraai verzorgde boekje van de Berlagestichting is in de boekhandel tegen vriendenprijs beschikbaar. (ISBN 90 800228 2 9)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels