nieuws

Werkgevers in bouw houden arbo-zorg af

bouwbreed

Werkgevers in de uitvoerende bouw en aanverwante sectoren vormen de voornaamste belemmering voor een veiligheids- en gezondheidsbeleid in de bedrijfstak.

Deze conclusie valt te trekken uit een -nog niet openbare- evaluatie van de tien leer/voorbeeld-poen, die zijn uitgevoerd in het kader van het door overheid en sociale partners afgesloten arbo-convenant voor de bouw. Met name de positie van de werknemers op de bouwplaats laat alles te wensen over. Op initiatief van de convenantspartijen is een aantal bouwpoen in diverse sectoren uitverkoren als arbo-proeftuin. Doel ervan was om te laten zien dat er heel veel bereikt kan worden op gebied van veiligheid en gezondheid door planmatig aandacht te besteden aan de arbeidsomstandigheden.

Tot de geselecteerde poen behoorden onder meer de nieuwbouw van de ministeries van VROM en SZW. Van dat laatste po is al een apart evaluatie-rapport verschenen. De arbo-resultaten waren zo bedroevend, dat het rapport angstvallig in een la gehouden werd. Cobouw wist echter beslag te leggen op een exemplaar en heeft er ruim aandacht aan besteed.

De door adviesbureau VNC uitgevoerde evaluatie van de overige negen poen toont aan, dat (op een po na) van een effectieve arbo-aanpak weinig terecht is gekomen. Het definitieve eindrapport zal pas in de loop van april van dit jaar aan de convenantspartijen worden uitgebracht.

Boekje open

Maar op een bijeenkomst in Utrecht deed directeur N. van Nuland al een boekje open. En daaruit bleek dat de gang van zaken op arbo-gebied bij de nieuwbouw van SZW geen uitzondering is.

De poen leverden een groot aantal knelpunten op voor het van de grond komen van een arbo-beleid. Zoals het ontbreken van arbo-maatregelen in besteksbepalingen, geen rekening houden met arbeidsomstandigheden in het prijsvormingsproces (met het oog op concurrentie), de complexiteit van het bouwproces (“als het mogelijk is een po, dat twee of drie jaar loopt, tot op het uur in een planning te zetten, moet dat toch ook ke met de risico’s van veiligheid en gezondheid”) en de afstandelijke arbo-opstelling van opdrachtgever (“voor wie alleen prijs en kwaliteit gelden”) en ontwerper (“die alleen wil tekenen en rekenen”).

Geaccepteerd

Een probleem was ook dat deskundige diensten nauwelijks of met moeite aan de bak komen. “Veiligheidsdienst Aboma is nog redelijk geaccepteerd, omdat werkgevers arbeidsomstandigheden doorgaans vertalen in veiligheid. Het aspect gezondheid blijft daarentegen vrijwel buiten beschouwing. Daardoor zijn de Bedrijfsgezondheidsdiensten, waarmee de bouw een contract heeft afgesloten, helemaal niet geaccepteerd”, aldus Van Nuland.

Hij verweet overigens de BGD’en “de door de bouw opgebrachte gelden gebruikt te hebben voor aanschaf van mooie apparatuur en bouw van nieuwe kantoren, maar nauwelijks voor het vertrouwd maken van de bouw met bedrijfsgezondheidszorg”.

Volgens de evaluator bleek de arbo-kennis in vrijwel alle leer/voorbeeld-poen ronduit teleurstellend. In de grotere bouwbedrijven was arbo-zorg wel onderdeel van het bedrijfsbeleid. “Maar de kleinere aannemers, alsmede installateurs en overige onderaannemers lieten het afweten. Bij de nevenaannemers viel het mee”, aldus Van Nuland.

Selectiecriterium

Naar zijn mening zal het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandigheden een belangrijk instrument worden om de gesignaleerde knelpunten te verhelpen. Bedrijven die zich niet aan deze regelgeving houden zullen volgens hem binnen enkele jaren het loodje leggen. Arbo wordt namelijk een selectiecriterium, vanwege verplichtingen die aan de opdrachtgever zijn opgelegd.

Het Bouwprocesbesluit leidt er ook toe dat al in de voorbereidingsfase aandacht aan arbo wordt besteed: “Opvallend was dat de poen pas een leer/voorbeeld-karakter kregen toen de prijsonderhandelingen al waren afgesloten en de eerste paal geslagen was.”

Veel werknemers van de bij de poen betrokken bedrijven hebben ook niet eens geweten dat ze op een arbo leer/voorbeeld-po werkten.

Bar en boos

Volgens Van Nuland was de arbo-positie van de werknemers op de bouwplaats in het algemeen “bar en boos”. Van enige afstemming tussen hoofd-, neven- en onderaannemers was geen sprake.

Reden voor hem om de politiek op te roepen “geen gehoor te geven aan de druk om in het Bouwprocesbesluit de positie van werknemers af te zwakken”. Het AVBB heeft de Tweede Kamer opgeroepen het voorgenomen werknemersoverleg op de bouwplaats te schrappen. Maar Van Nuland hoopt dat dit verzoek niet wordt gehonoreerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels