nieuws

Tsjechische bouwmarkt is al voor groot deel vergeven

bouwbreed

De Tsjechische bouwmarkt is voor een groot deel opnieuw ingericht door investeerders die zich daarmee van een sterke positie verzekerden. Een sprekend voorbeeld is de overname van ’s lands grootste distributieketen voor bouwmaterialen Staviva door een Duits concern. Het laat zich raden welke produkten deze keten in het vervolg zal verdelen.

In de komende twee jaar zal het voor buitenlandse partijen steeds moeilijker worden een plaats te krijgen op de Tsjechische bouwmarkt. Het aantal nieuwe bouwpoen neemt in de komende jaren weliswaar fors toe en biedt telkens weer nieuwe kansen. De gegadigden vinden dan wel een grotendeels vergeven markt waar anderen de gang van zaken bepalen.

In de afgelopen vier jaar zijn we er in alle bescheidenheid in geslaagd om bijna het onmogelijke voor elkaar te krijgen. Dat is gebeurd in de algemene economie en in de bouwnijverheid die ons de grootste zorgen baarde. We hebben het fundament gelegd voor een markteconomie die uitgaat van particulier eigendom en waarvan het functioneren is gewaarborgd door bijbehorende nieuwe regels.

Om dat voor elkaar te krijgen moesten we onder meer de centraal geleide economie veranderen en het bouwministerie reorganiseren. Verder diende privatisering de voorwaarden voor particulier eigendom te scheppen en moesten de prijzen worden vrijgegeven. Tsjechie en Slowakije wilden tegelijkertijd de federatie opheffen waardoor twee republieken ontstonden. Dat alles gebeurde zonder enig praktisch of theoretisch advies over hoe we het socialistische bestel konden veranderen in een vrije markteconomie. Desondanks hebben de hervormingen geen noemenswaardige schokken veroorzaakt in de maatschappij. Als gevolg van dit alles daalde het aantal investeringen. In de afgelopen veertig jaar investeerde alleen de staat. De omvang van het totaalbedrag stond gelijk aan 30 procent van het Bruto Nationaal Produkt. Op dit moment beloopt het totaal aan investeringen ongeveer 20 procent van een beduidend lager BNP. De bouwnijverheid vormt een goed ontwikkelde en sterke tak van de Tsjechische bedrijvigheid. Op een beroepsbevolking van 5,3 miljoen mensen geeft de bouw een betrekking aan zo’n 450000 werknemers. De bouw is daarmee ’s lands tweede werkgever die pakweg 10 tot 11 procent van het BNP verdient. Particuliere bouwbedrijven boekten ruim 70 procent van de totale omzet. Dit betekent dat deze bedrijfstak in niet onbelangrijke mate bijdraagt aan de stabilisatie van de economie. Dat wordt nog eens extra bewezen door een te verwaarlozen werkloosheid in de bouwt. De andere bedrijfstakken boeken zo’n 3,6 procent werkloosheid.

De crisisjaren 1990-1991 liggen achter ons en sindsdien heeft de markt zich gestabiliseerd. De resultaten komen nog niet overeen met de plannen. Zo lag het in de bedoeling dat in de sectoren B&U en GWW een groei van 5 tot 7 procent zou ontstaan. Dat is evenwel niet gelukt.

De totale bouwinvesteringen zijn op dit moment beduidend lager dan wat de lijst noodzakelijke werken vraagt. Het volume komt overeen met de mogelijkheden die het staatsbudget biedt en met de ruimte in de begroting van geprivatiseerde bedrijven. De laatste groep ondernemingen kampt met een groot tekort aan kapitaal. Temeer omdat nogal wat bedrijven voor geerfde schulden staan. Die belopen een totale waarde van meer dan f. 20 miljard. Het gaat hier om niet betaalde rekeningen aan het vroegere Tsjecho-Slowakije van onder meer de voormalige Sovjet Unie, Syrie, Cuba en Jemen. Als gevolgd daarvan zal de periode 1994-1995 slechts een beperkte groei opleveren. Naar verwacht zal het vanaf de tweede helft van 1995 beduidend beter gaan waarmee een periode vijftien tot twintig jaar met groei en winstgevendheid in de bouw wordt ingeluid. Ook de bouwexport zal zich goed ontwikkelen omdat de Tsjechische aannemersbedrijven nog tot in lengte van jaren goedkoper ke werken dan westerse bouwconcerns en dezelfde kwaliteit afleveren.

De gezamenlijke omzet van de Tsjechische bouwbedrijven zal dit jaar naar verwacht uitkomen op f. 6,1 tot f. 6,4 miljard. Voor de langere termijn ligt een totale omzet van f. 9,8 miljard in het verschiet. Dit optimisme komt voort uit de toenemende investeringen van de overheid in openbare werken waarbij de nadruk op transport en communicatie ligt. Ook het milieu en de volkshuisvesting ke op aanzienlijke bedragen rekenen.

De woningbouw baart steeds meer zorg. Voor de omwenteling werden jaarlijks zo’n 50000 woningen in aanbouw genomen en opgeleverd. Het huidige aantal komt niet boven de 15000. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om particuliere woningen. Tot op heden bestaat er geen programma voor de volkshuisvesting. Als gevolg daarvan neemt het aantal beschikbare woningen af. Jaarlijks verdwijnen pakweg 15000 tot 30000 woningen uit het bestand door onder meer technische gebreken. Het ontbreekt evenwel aan financiele middelen om verval te stoppen en nieuwbouw te plegen.

In Tsjechie is een begin gemaakt met een gezinsspaarrekening waarmee een huishouden 30 procent van de koopsom voor een woning bijeen kan krijgen en met dit bedrag het restant te lenen bij de bank. Deze actie trok zelfs de aandacht van Canadese financiers die overwegen in deze sector te investeren. In het verlengde daarvan denken deze bedrijven erover in Tsjechie woningen te huren of te kopen voor buitenlanders. Het prijsverschil is aanzienlijk. Omgerekend kost een Tsjechische woning f. 101500 tot f. 132800. Een vergelijkbare flat kost in Duitsland f. 287000.

De bouw profiteert van het grote aantal noodzakelijke verbouwingen, renovaties en herstelwerken. Bedrijven en opdrachtgevers staan voor een tekort aan moderne verwarmingssystemen, klimaatbeheersingen, voorzieningen voor telecommunicatie. Het ontbreekt verder aan voldoende materieel voor kleinschalige sloop- en breekwerken, (bouw)transport en verticaal transport. Aan de andere kant beschikken de Tsjechische aannemers nog over een aanzienlijke vrije capaciteit voor staalbouw, de montage van betonelementen, voor betongietwerk op de locatie en voor diverse infrastructuurwerken. Hetzelfde geldt voor bodemonderzoek en de bouw van speciale funderingen.

Buitenlandse bedrijven vinden In Tsjechie nagenoeg alles wat voor de bouw nodig is. Zo produceert de cementindustrie jaarlijks zo’n 6,7 miljoen ton waarvan pakweg 2 miljoen ton wordt geexporteerd. Zeven cementfabrieken werken inmiddels met een gedeeld buitenlands kapitaal. De baksteenindustrie fabriceert jaarlijks ruim 2,5 miljard stenen en ongeveer 6 miljoen vierkante meter dakpannen en betontegels. De keramische industrie vervaardigt jaarlijks 18 miljoen vierkante meter aan diverse produkten. Ruim 60 procent van deze produktie wordt uitgevoerd. Aan zand en grind produceert Tsjechie jaarlijks 24,7 miljoen ton en aan steenslag 45,9 miljoen ton. Het land beschikt over 650 groeven en exporteert ongeveer 20 procent van de produktie.

*) Ing. J. Skala is secretaris buitenlandse betrekkingen van de Tsjechische Associatie van Ondernemers in de Bouw en de Industrie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels