nieuws

Nederlands oudste museum gerestaureerd

bouwbreed

Aan het Haagse Buitenhof, tegenover de Hofvijver, treft men het oudste museum van ons land aan. Het is zorgvuldig gerestaureerd en zoveel mogelijk in authentieke toestand terug gebracht.

De schilderijen hangen er mannetje aan mannetje van de buiklijst tot het plafond.

Galerij Prins Willem V is het oudste kunstmuseum van ons land en werd speciaal voor de verzameling van Willem V in 1774 van woning tot expositieruimte verbouwd. Alleen het Wetenschappelijk Museum Teylers in Haarlem is ouder.

Uniek was dat de Galerij meteen werd opengesteld voor het publiek. Driemaal per week was de collectie van 11 tot 16 uur geopend, omdat daarbij gebruik werd gemaakt van de lichtste uren van de dag. In reisverslagen van buitenlandse bezoekers werd de collectie geroemd.

Koning Willem I droeg de verzameling over aan de staat, waarna deze in 1822 naar het Mauritshuis verhuisde omdat daar meer ruimte voorhanden was.

In 1977 werd de galerij weer in ere hersteld. Dat hield in, dat een gelijkwaardige schilderijenselectie op de ouderwetse manier werd geexposeerd. Afhankelijk van de zaal werden wanden met schilderijen van zeer uiteenlopend formaat van plint, of bij aanwezigheid van een lage lambrizering van de bovenzijde ofbuiklijst af, tot het plafond volgehangen.

In de gerestaureerde galerij kwamen geen betimmering of buiklijst voor, maar heeft men een denkbeeldige horizontale lijn een stukje boven de vloer als uitgangspunt genomen. De ruimte is nu gedurende de museale uren -als verlengstuk van het Mauritshuis- geopend. Naast het daglicht branden lichtkronen en indirect tl-licht. Met name de kronen zorgen voor hinderlijke weerspiegeling in de schilderijen, maar men geeft kennelijk prioriteit aan een goed verlichte ruimte.

De galerijzaal is een diepe ruimte met ramen aan de voor en achtergevel en in de langsgevel boven het belendende Museum Gevangenpoort. De andere langswand, met twee dubbele toegangsdeuren, vormt het spectaculairste deel van de expositie.

Maar ook die schilderijen zijn niet allemaal uit de oorspronkelijke collectie. Daar behoorde onder meer de Stier van Paulus Potter toe, die zulke hoge eisen aan het museale klimaat stelt, dat ze in het Mauritshuis wordt geexposeerd.

Veertig andere schilderijen uit de oorspronkelijke collectie treft men hier opnieuw aan, aangevuld met schilderijen die min of meer gelijkwaardig zijn aan de vroegere collectie. Daartoe zijn werken geleend van de Rijksdienst voor de Beeldende Kunst en het Rijksmuseum in Amsterdam.

Buitengewoon interessant is in deze expositie het schilderij van Gonzales Coques met het ‘Interieur met een schilderijenverzameling’. Het vormt een van de vele schilderijen met uiteenlopende collecties, die in de loop van de tijd geschilderd zijn, hier werkelijk van plint tot plafondlijst opgehangen. Centraal in het doek zijn waarschijnlijk de verzamelaar Anthoni van Leyen met vrouw en kinderen in Antwerpen geschilderd. Dit gegeven is overigens pas in 1957 door een historica opnieuw ontdekt. Van Leyen had een beroemde collectie oude meesters, maar liet zich in dit royale doek van 1,76 x 2,10 meter schilderen met ‘eigentijdse’ kunst, waarschijnlijk om zijn bekendheid te vergroten als opdrachtgever van toen levende kunstenaars. Conques stond overigens bekend als portretschilder; verondersteld wordt dat verschillende collega’s met andere specialiteiten een bijdrage aan het doek leverden en persoonlijk gesigneerde werken aan de wanden schilderden.

Verder treft men er zeer uiteenlopende schilderijen aan, waaronder ‘De kerk van Veere’ van Jan van de Heyden, die het overweldigende bouwvolume van deze monumentale kerk wel enige afbreuk deed door de situering van kleine woningen op de voorgrond, waardoor de kerk ineens veel kleiner lijkt.

Het interieur van de Sint Laurenskerk in Rotterdam van Cornelis de Man is een aardig architectuurschilderij, dat overigens lang is toegeschreven aan beroemde architectuurschilders omdat het niet is gesigneerd. Het zonlicht op kolommen en vloer is suggestief weergegeven terwijl ook uiteenlopend publiek het interieur stoffeert.

Het zijn interessante schilderijen, maar naar de galerij gaat men toch in de eerste plaats om de oorspronkelijke sfeer van musea te genieten. Afgezien van de weinig ideale belichting is het natuurlijk ook jammer als een voorkeurswerk net onder het plafond hangt. Er is overigens rekening mee gehouden, toen een conservator onder het genot van een goed glas wijn op een avond een uurtje thuis heeft zitten puzzelen om de op schaal verkleinde reprodukties in een wandentekening van dezelfde schaal te rangschikken.

De pendanten tussen de ramen en verdere muuroppervlakken, ook van een kleine voorruimte, zijn gelijkwaardig tussen stoffering en spiegels ‘volgehangen’. Maar het is een genoegen om na de Galerij Prins Willem V het Mauritshuis te bezoeken, waar de meesterwerken onder museale belichting te zien zijn. De vaak intieme kleinere doeken of panelen treft men er op ooghoogte aan, en dat maakt het mogelijk ze beter te bekijken.

Galerij Prins Willem V, Buitenhof 35, van dinsdags tot en met zondags van 11 tot 16 uur geopend. Entree f. 2,50 per persoon. Het Mauritshuis ligt vijf minuten lopen vanaf de Galerij en is wat langer geopend.

Het interieur van de gerestaureerde Galerij Prins Willem V met aan de linkerwand de spectaculaire expositie van schilderijen van (denkbeeldige) buiklijst tot plafond.

Peter de Ruig

Karakteristiek voor de museale sfeer is een doorkijkje vanuit de galerij naar een klein voorvertrek van de expositieruimte.

Peter de Ruig

Het spectaculaire doek ‘Interieur met een schilderijenverzameling’ van ondermeer Gonzales Coques uit de zeventiende eeuw. Het in Antwerpen geschilderde doek meet 1,76 x 2,10 meter.

Peter de Ruig

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels