nieuws

Groothandel steekt hand uit naar de installateurs

bouwbreed

De rol van de groothandel zal in bouwnijverheid verder toenemen. Volgens de directie van Otra, eigenaar van onder andere Technische Unie (TU) en Snikkers, gaan steeds meer installateurs over tot de verkleining van hun voorraad. Het is de enige manier om de moordende concurrentie in deze sector de baas te ke.

“Sinds kort praten we met een aantal installateurs om hun magazijnen over te nemen. Zij ke zich dan concentreren op hun kernactiviteit, en wij doen waar wij goed in zijn; het ‘just in time’ aanleveren van produkten. Op deze manier ke ze de concurrentie aan”, aldus ir. R.H. Smedema, voorzitter raad van bestuur Otra, tijdens het toelichten van de resultaten over 1993. Hij weigerde overigens namen te noemen van de betrokken ondernemingen.

Grote installateurs als Stork, GTI en Imtech hebben het stuk voor stuk erg moeilijk. Volgens Smedema is er voor dit soort ondernemingen een tekort aan grote (bouw) poen. Op de poen waar deze ondernemingen bij betrokken zijn, worden omvangrijke magazijnen gehouden.

“Daarnaast zijn ze niet erg flexibel”, meent de top-bestuurder van Otra. “Het gaat overigens aanzienlijk beter met de kleine en middelgrote installateurs. Deze zijn flexibeler. Het is wel een feit dat in dat laatste segment de meeste faillissementen zich voordoen”.

Otra aast niet alleen op voorraden die de bedrijven op hun (hoofd)vestiging houden. Op de poen waar de grote installateurs bij betrokken zijn, worden ook omvangrijke magazijnen gehouden. Bij een groot u-bouwpo ligt er voor tonnen aan elektrotechnisch- en werktuigkundig materiaal opgeslagen. De Nederlandse Otra-dochters zouden deze ook graag in handen willen krijgen. “We zijn in staat om elke dag aan te leveren. Via Technitel, een computernetwerk, ke ze de bestellingen doorgeven en in de nachtelijke uren leveren we dan.”

In de hoek

Om de strijd met de hoofdaannemer aan te ke, ziet groothandelaar Otra zich als partner van de installateur. De in Amstelveen gevestigde groothandel steunt het idee van de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven dat installateurs zich niet in de hoek moeten laten drijven door hun opdrachtgevers. “We houden niet alleen het magazijn, maar geven ook informatie over de produkten. Van dat laatste wordt veel gebruik gemaakt, omdat kennis vergaren nu eenmaal veel tijd en geld kost. Installateurs ke dat uitsparen doordat aan ons over te laten.”

Marges

Ook Otra heeft net als de rest van het bedrijfsleven in het afgelopen jaar last gehad van de recessie in Europa. De marges liepen daardoor met een tiende terug. Ondanks een lagere belasting, minder rentebetalingen en het schrappen van zo’n tweehonderd arbeidsplaatsen moest Otra voor het eerst sinds 1988 een winstdaling accepteren. Het nettoresultaat daalde van f. 85,2 miljoen naar f. 75,6 miljoen in 1993. Daarbij moet wel worden aangetekend dat er in het resultaat van 1993 een bijzondere bate van f. 4,7 miljoen is verwerkt. De geconsolideerde omzet steeg met 3,2 procent tot f. 3,05 miljard. Deze toename kwam geheel tot stand door overnames in Denemarken en Finland.

Smedema is niet ontevreden over het afgelopen jaar: “Gezien de moeilijke marktomstandigheden hebben wij het niet zo slecht gedaan.” Hij is vooral somber over Duitsland. “Wij hebben niet de indruk dat de Bondsrepubliek aan een stabilisatie toe is. De realiteit is slechter dan dat de regering verkondigt.”

Enige lichtpuntjes ziet hij voor Nederland en Scandinavie. Nederland, waar men marktleider is, laat waarschijnlijk een ‘lichte groei’ zien. Volgens het bedrijf heeft geen van de Nederlandse dochters verlies geleden. In tegenstelling tot de andere zes landen voert men in Nederland ook sanitair, cv-produkten en levert men rechtstreeks aan de bouw. Men was daar redelijk tevreden over. Smedema verwacht in Nederland geen grote overnames meer te plegen. “Ons marktaandeel is groot genoeg.”

Vorig jaar nam Otra voor f. 400 miljoen aan buitenlandse bedrijven over. Begin dit jaar werden in Noord-Europa overnemingen gepleegd en er zijn er meer te verwachten. Als geen goodwill wordt betaald kan de onderneming voor f. 1,5 miljard kopen.

Net als de Hollandsche Beton Groep (HBG) houdt Otra er sinds kort een financieel coordinatiecentrum, OTS genaamd, op na. Via dit punt worden de financieringen tussen de dochters onderling geregeld.

“We hebben gekozen voor Ierland als vestiging en niet Belgie (HBG/evo)”, aldus drs. T.S. Haisma, de financiele man van Otra. “De belastingdruk is slechts 10 procent en niet 15 procent zoals in Belgie. Het ondersteunt het efficienter laten verlopen van de onderneming en is geen middel tot belastingontwijking.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels