nieuws

Wetgeving beperkt ‘klussen’ huurders

bouwbreed

Eigenaar-bewoners voeren tweemaal zoveel karweien in hun woning uit als huurders. Huurders richten zich vooral op de afwerking, terwijl eigenaar-bewoners ook ingrijpende en ingewikkelde klussen aanpakken, bijvoorbeeld aan het casco. In veel gevallen blijkt de wet meer ‘klussen’ door de huurder in de weg te staan.

Deze conclusie trekt Ans Metselaar van het Onderzoeksinstituut OTB in een proefschrift over het verschijnsel zelfwerkzaamheid (doe-het-zelven) in de volkshuisvesting, en dan met name onder huurders. Metselaar is hier gisteren op gepromoveerd aan de TU Delft.

Doe-het-zelven heeft de laatste decennia een grote vlucht genomen, zo concludeert de onderzoeker. Was de totale omzet begin jaren zestig nog ‘slechts’ f.100 miljoen, anno 1992 bleek dit te zijn gestegen tot f.5,3 miljard.

Juridische beperkingen

Het feit dat er door huurders veel minder wordt geklust wordt niet veroorzaakt doordat de wil of het vermogen ontbreekt. En ook de woning zelf vormt geen belemmering, zeker niet als wordt bedacht dat ontwerpers, bouwers en toeleveringsindustrieen inmiddels druk bezig zijn met veranderbare woningen en verbetering van het doe-het-zelfaanbod.

Volgens Metselaar liggen de belangrijkste belemmeringen op het juridische vlak. Zo zijn de gevolgen voor de klussende huurders van de veranderingen in en aan de woning niet altijd helder, bijvoorbeeld ten aanzien van de huren. Dat is bij de eigenaar-bewoner niet het geval. Deze klust geheel voor eigen rekening en risico. Ook kan het beleid van de verhuurder beperkingen stellen aan de zelfwerkzaamheid van huurders. En de rechtspraak verschaft daarnaast nog onvoldoende duidelijkheid over het recht op een vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen. Volgens Metselaar blijkt in de praktijk dat er veel kan worden geregeld tussen vertrekkende huurder, verhuurder en nieuwe huurder.

Achteruitgang

Een andere onderzoeker van OTB, Ton Hoenderdos, is gisteren gepromoveerd op een onderzoek naar de achteruitgang van woningcomplexen en woonbuurten. Daarbij is niet alleen gekeken naar de oorzaken van de achteruitgang, maar ook naar wat er in de praktijk aan dit verschijnsel kan worden gedaan. Volgens Hoenderdos is achteruitgang te voorkomen door goede informatievoorziening, bijvoorbeeld door middel van signaleringssystemen. Daarbij is samenwerking tussen de diverse betrokkenen (zoals gemeentelijke diensten, corporaties, politie en maatschappelijk werk) nodig, opdat de diverse systemen op elkaar aansluiten. Is dat eenmaal het geval dan ke tijdig beheermaatregelen worden genomen om verdere achteruitgang te voorkomen, en de leefbaarheid in wijk of buurt te verbeteren.

Ans Metselaar, ‘Zelfwerkzaamheid in de sociale huursector in Nederland’, voorraadbeheer en woningmarktonderzoek 15, Delftse Universitaire Pers, 255 blz., f.70, ISBN 90-407-1052-X

Ton Hoenderdos, ‘Signaleringssystemen voor woning- en wijkbeheer’, Delftse Universitaire Pers, 449 blz., f.95,40, ISBN 90-407-1053-8

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels